Nee, dat is niet die van 1919, het einde van de Eerste wereldoorlog. Nee, het is die van 1323.

Nog nooit van gehoord, maar in Brouwershaven in de kerk was niet alleen een tentoonstelling over de Watersnoodramp, maar ook over de Slag op de Gouwe of de Slag bij Zierikzee.

Eerst even een plaatje. Zeeland zag er 700 jaar geleden wel even heel anders uit dan nu. Aan de Ee, een kreek van de Gouwe, een water dat Schouwen van Duiveland scheidde, lag een plaats die naar ene Siric of Sigiric was genoemd.

In 976 komt Zierikzee onder de naam Creka (kreek) voor in een oorkonde waarin de Sint-Baafsabdij door keizer Otto II wordt bevestigd in haar bezittingen. De naam Zierikzee komt voor het eerst voor, als Siricasha, in een oorkonde uit 1156.

Het plaatsje had al tussen 1217 en 1220 stadsrechten verkregen, maar in 1248 werden de stadsrechten van Zierikzee door graaf Willem II van Holland bevestigd en uitgebreid. Aan het einde van de middeleeuwen was Zierikzee een strategisch belangrijke plaats in Zeeland en omgeving.

In 1302 echter versloegen de Vlamingen in de Guldensporenslag de Fransen en daarna konden ze zich wijden aan invallen in het noordelijke Zeeland.

In 1303 en 1304 werd de stad meerdere malen belegerd door Vlaamse troepen. Dat lukte niet en uiteindelijk werden de Vlamingen verslagen in de slag bij Zierikzee op 11 augustus 1304 door een Zeeuws-Franse vloot.

Er werd toen ook een vrede gesloten, maar belangrijker was het verdrag in 1323. De Vrede van Parijs werd getekend op 6 maart 1323 in Parijs door graaf Lodewijk I van Vlaanderen en graaf Willem III van Holland. Vlaanderen zag af van alle leenrechten op Zeeland, eilanden en wateren, en erkende de graaf van Holland als graaf van Zeeland. Willem deed afstand van alle aanspraken op deelname aan de regering van Rijks-Vlaanderen.

Zierikzee werd een rijke stad en kreeg muren en poorten. Vele branden teisterden de stad, naar toch kwam men er iedere keer weer bovenop.

In de 80 jarige oorlog werd Zierikzee steeds meer een provinciestadje. De verzanding van de toegang tot zee hielp ook niet. Het kostte veel geld om die toegang open te houden met o.a. het graven van een drie kilometer lang kanaal.

Na de Watersnoodramp en de daaropvolgende Deltawerken werd het water een bron van inkomsten. En de stad is bijzonder rijk aan monumenten, waaronder een pand uit de 14e eeuw, stadspoorten, molens, havens. En dan de enorme Sint Lievensmonstertoren, de nooit voltooide toren waarvan de bijbehorende Sint-Lievenskerk in de 19e eeuw afbrandde. Nu staat er een gigantische Waterstaatskerk op die plek.

Ik loop vanavond een stadswandeling en laat alle rijkdom uit vroeger eeuwen op me inwerken. Terwijl ik geniet van huisgemaakt ijs van Zeeuwse duindoorn en Zeeuwse zwarte bessen.

Lees hier deel één van vandaag.


82 km gefietst maakt 1035 totaal.

5 km gewandeld maakt 65,5 totaal.


Plaats een reactie