Ik ben in Brouwershaven beland, en daar is in de Sint Nicolaaskerk een tentoonstelling over Brouwershaven en de Watersnoodramp van 1953.
Ik besluit te gaan kijken. En ja, het is leerzaam. Vooral de voorwerpen die bij de verhalen staan, maken het tastbaar. Zoals de grote tas die oma die ze bij zich heeft als ze wordt opgehaald. Inhoud? Schone sokken, want ze was bang dat ze koude voeten zou krijgen. Of een wekker, in de rampnacht op 3 uur gezet, maar het was te laat.
Ik loop door de kerk en bewonder het immense gebouw. Veel te groot voor dit kleine stadje, ook al toen het werd gebouwd. Het was ook prestige, zo’n groot gebouw.
Buiten de kerk een monument dat het tij uitbeeldt. Met de jaartallen van de diverse vloeden. Ik moet mijn hoofd in de nek leggen voor het jaartal 1953…
Ik was vanmorgen erg vroeg opgestaan, en ja, ik zet vrijwel iedere ochtend een wekker. Vanmorgen dus om 7 uur ontbijt en om kwart voor 8 was ik op pad. Gisteren had ik kramp in mijn kuit gekregen, net bij de laatste kilometer. Vandaar dat ik vandaag de tijd wil hebben. Gelukkig is de kramp nu weg, dus op pad door deze mooie ochtend, over de dijken, terwijl overal de oogst in gang is. Terzijde: oogst is een verbastering van augustus.
Met de pont steek ik het Spui over naar Hekelingen. Rotterdam en de industrie zijn duidelijk zichtbaar, maar ik ga zuidwestwaarts.
Ik schiet even het fort Hellevoetsluis in, en bedenk dat ik nog veel niet gezien heb in Nederland. Ik kom er nog een keer voor terug. Terzijde: hellevoet betekent laagste punt van het Helius of Helinium, de Romeinse naam voor de brede monding van Maas en Waal tussen het huidige Naaldwijk en Hellevoetsluis.
De Haringvliet ligt links van me en voor me uit ergens ligt de dam. Het Haringvliet kon niet zo maar worden afgesloten, want Rijn en Maas komen er in uit. Daarom is het een spuisluizencomplex geworden van ongeveer een kilometer. Hier kan per seconde circa 25.000 kubieke meter water worden doorgelaten.
Voor de bouw werd een al aanwezige zandplaat in het Haringvliet tijdelijk ingepolderd. Hierin werd het sluizencomplex gebouwd. Toen dit klaar was werd de polder verwijderd en de dam gebouwd. In 1971 was het klaar. Als zesde onderdeel van de Deltawerken.
De dam is 5 kilometer lang en 56 meter breed, heeft in totaal 17 sluizen die ieder 56,5 meter breed zijn. Na de dam volgt nog een schutsluis met brug. Voor mij als fietser is er een bruggetje dat ik mag delen met het autoverkeer.
Ik fiets naar Havenhoofd, en ja, dat is een dorpje dat bij het havenhoofd van Goedereede is ontstaan, ca twee kilometer van het stadje vandaan, vanwege verzanding van de waterweg.
Ik schiet even Goedereede in (ook een bezoekje waard) en dan richting de Brouwersdam.
Nou, dat is met recht een DAM! Hij ligt er plompverloren bij, vind ik. Ik mag gelukkig helemaal bovenop fietsen, maar veel schoonheid is er niet aan. Rechts van me is het een parkeerplaats voor alle strandgangers, links beneden raast het verkeer. Het uitzicht is wel prachtig.
Het is het zevende Deltawerk en sluit de Grevelingen af. Iets verder ligt ook nog de Grevelingendam, maar die alleen was niet genoeg.
Tijdens de bouw, tussen 1962 en 1971, was er diverse malen een zeer hoge waterstand, in november 1966 zelfs maar iets lager dan in 1953.
Zo’n dam is natuurlijk heel definitief en zorgt ook voor grote problemen voor het bestaande ecosysteem. Dat was bij het IJsselmeer en het Markermeer ook al gebleken. Daarom worden op diverse plaatsen in de dam afsluitbare tunnelbuizen geplaatst, zodat zuurstofrijk water het Grevelingenmeer in kan. Er zal ook weer getijdenwerking zijn, van ca 40 centimeter.
Ik fiets via Brouwershaven naar Zierikzee en geniet nog steeds van het uitzicht vanaf de vele dijken en dijkjes, het donkerblauwe water, de felblauwe lucht, het binnenhalen van de oogst.
Lees hier deel twee van deze dag.







