Mijn vader bezat een klein oud dun boekje over Spakenburg, een soort pamflet bijna. Uitgegeven ter herinnering van de Watersnoodramp van 1916. Het viel bijna uit elkaar, maar de plaatjes waren duidelijk: botters op de kant, hoog water, huizen vernield, slachtoffers te betreuren. En er was een meisje geboren in de rampnacht, Aartje. Koningin Wilhelmina nam haar aan als petekind en hoewel haar officiële naam Wilhelmina Aartje was, kende het hele dorp haar als Aartje Koninginnetje.
Zoiets gebeurde ook op Marken. Dat was nog een eiland, waarvan het grootste deel laag lag. De bebouwing stond op hoogtes, hier werven genoemd, die handmatig werden opgeworpen en uitgebreid naargelang er huizen bij moesten. De huizen die aan de randen van de werven lagen werden deels op palen gebouwd, en vrijwel alle huizen waren van hout.
In januari 1916 was het koud en het stormde al meer dan een week. Het water van de Zuiderzee, aan getijden onderhevig, stroomde niet meer terug. Marken was als eiland op zichzelf aangewezen. Er was geen elektriciteit en dus geen telefoon. De werven die over het eiland verspreid lagen en nu ook nog liggen, waren ook op zichzelf aangewezen.
Ook vandaag de dag kun je dat nog goed zien: de Witte Werf, de Grote Werf en de Rozewerf liggen in een rijtje vanaf het hoofddorp terwijl de Moeniswerf helemaal alleen op het meest onbeschutte deel van het eiland ligt. En ook nog lager is.
De houten huizen op palen waren geen partij voor het razende water. Als ze al niet wegdreven, sloegen ze om. Marken had dan ook 16 slachtoffers te betreuren. Toch wisten de vader en moeder van Lijsje zich te redden, eerst uren hangend aan de hanebalken en vervolgens nam vader moeder op de rug en ondernam de barre tocht van de Moeniswerf naar de Rozewerf. Daar was het maar iets beter, maar toch kwam Lijsje gezond ter wereld. Wilhelmina kwam in het rampgebied op bezoek en verzocht peetmoeder te mogen worden.
Deze nu redelijk onbekende ramp is heel belangrijk geweest voor Nederland. De plannen voor afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee werden nu serieus opgepakt en veranderden veel voor de kustbewoners van de Zuiderzee.
Ik heb vandaag een rustdag, maar dan wel op mijn manier. Zonder bagage ben ik naar Durgerdam gefietst, het voormalige vissersdorp met de karakteristieke vierkante houten kerk. Daarna Ransdorp en toen het Waterland in. Het was echt een prachtige tocht. Wel windkracht 4 tegen, maar ach…
In Holysloot kwam ik bij het bijzonderste pontje waarmee ik ooit ben overgestoken. Na klingelen kwam de veerbaas. Met twee Duitsers en twee Italianen als medepassagiers stak ik zo de Holysloter Die over. Het water klotste over de zijkanten. Het pontje is eigenlijk niet veel meer dan een drijvende traanplaat met leuningen. Aan de overkant kwam de vraag op: waar is het fietspad? Nou, dat was heel simpel. Volg de sporen in het weiland naar het bruggetje over het slootje en dat nog een paar keer. En toen stond ik weer op de openbare weg.
Tip: het museum van Marken is klein en erg leuk.
Lees hier deel twee van deze dag.











