Het is Coffee ‘o Clock, volgens het uithangbord. Nou, dat vind ik ook. Inmiddels bijna 40 km op de teller en zo zit ik even later achter cappuccino met Deltakoek.

Waar ik ben? Het Waterloopbos, dat is Waterloop, niet Waterloo. Het is een plek waar waterbouwkundig ingenieurs op schaal allerlei proefopstellingen maakten om de beste oplossingen te vinden voor de diverse waterbouwkundige vraagstukken. De havens van Tripoli, IJmuiden en Bangkok. Of de spoortunnel in Rotterdam, kustafslag in Denemarken, maar uiteraard ook de Deltawerken zelf. Een grote betonnen goot heeft gediend als proef voor de Oosterscheldekering. Het hele bos is nu een rijksmonument.

Ik had heerlijk geslapen de kleine tot mini-appartement omgebouwde hooiberg en kreeg mijn ontbijt geserveerd in het oude bakhuisje in de mooie tuin. Een goed begin…

Daarna ging ik van Wezep langs Psalm 119 richting Kampen. Deze weg heeft zijn bijnaam verdiend door de lengte waaraan geen einde lijkt te komen. Maar met de zon op mijn hoofd en het windje in de rug ben ik zo in Kampen. Deze oude Hanzestad leefde en leeft met en van het water. Ik passeer het Reevediep, waarmee Kampen de IJssel een overlaat geeft.

Langs de oude slingerende Kamperzeedijk heb ik zicht op het oeroude poldergebied van Kampereiland.

Het is al in 1363 dat de bisschop van Utrecht Jan van Arkel de eilanden in de IJsselmonding aan de stad Kampen schenkt in ruil voor de rechten van de stad in de polder Mastenbroek. Maar Kampen kreeg niet alleen de eilanden, maar ook het recht-van-aanwas. Elke uitbreiding van de eilanden op de Zuiderzee was daardoor ook eigendom van de stad, waardoor Kampen haar grondbezit sterk utbreidde en van de pachtinkomsten gerieflijk kon bestaan.

Ik kom langs het gemaal Veneriete met daarvoor het oude stoomgemaal Mastenbroek, het oudst nog werkende van Nederland.

Genemuiden doemt op, het stadje waar een rookverbod gold lang voordat zoiets gangbaar werd. De stad was diverse malen getroffen door branden, en na de brand van 1740 gold er een rookverbod op de openbare weg. Dat er veel hooibergen tussen de bebouwing op de Achterweg stonden was ook een hele goede reden om niet te roken.

Over hooi gesproken… Onderweg is telkens versgemaaid gras en drogend hooi te ruiken, heerlijk die geuren.

Met het pontje steek ik over en na een paar kilometer zet ik voet op de voormalige zeebodem.

Na de wandeling door het Waterloopbos (dat echt heel mooi is!) stap ik op om naar Schokland te gaan.

Het voormalige eiland steekt boven de omringende polder uit en de voormalige Middelbuurt met kerk en pastorie is duidelijk zichtbaar boven de gereconstrueerde zeewering. In het museum duik ik diep de geschiedenis in. IJstijd, steentijd, Middeleeuwen, alles komt voorbij. Indrukwekkend om de delen van skeletten te zien van een bosolifant, een wisent en een reuzehert. Maar ook de boomstamkano, de oude visfuik (4500 jaar oud) en de in de tijd bevroren voetstappen. Zo dichtbij, zo ver…

Ik had al wat miezer onderweg gehad, maar nu begint het toch te regenen. Onder de parasol geniet ik van een tosti en als het weer droog wordt fiets ik naar de Zuidbuurt. Schokland was ooit verbonden met het vasteland, maar al ergens in de Middeleeuwen verdween deze landbrug. Het eiland had weidegrond en de bewoners bouwden er een bestaan op. De golfslag van de Zuiderzee vrat steeds meer van de slappe veenweides weg. Visserij werd belangrijker, maar het eiland werd kleiner en kleiner, tot midden 19e eeuw vrijwel de gehele bevolking van de bedeling leefde en bittere armoede leed. Wateroverlast bleef ook altijd aanwezig.

In 1855 werd de Zuiderbuurt al ontruimd en in 1859 kwam het bevel dat het eiland volledig ontruimd moest worden. De Schokkers gingen vooral ik Kampen en Vollenhove wonen. Het eiland bleef achter met een havenmeester, een vuurtorenwachter en een bestuurder.

Om Schokland heen ligt nu het nieuwe land. In 1940 waren de dijken gesloten en werd het water weggepompt.

Ik ga naar Nagele, het dorp dat op een volledig andere manier is vormgegeven dan alle andere dorpen in de polder. Waar Kraggenburg en Ens, waar ik doorfietste, nog op het oude land lijken, is Nagele een dorp met veel boomgroepen, singels, brede groene ‘kamers’ en huizen met platte daken in hoven gegroepeerd. Licht en luchtig. O.a. Gerrit Rietveld tekende er aan mee.

Langs de drukke weg naar het kabouterhuisje waar ik overnacht, op vakantiepark Urkerbos. Ik maak nog een wandeling naar Urk en een paar gebakken scholletjes smaken me best.

Wat een heerlijke dag was het vandaag, met een mix van het weer: zon, zware bevolking, regen en miezer. Maar ook van oud, ouder, nieuw en nieuwer.


76 km gefietst maakt 566 totaal

10,3 km gewandeld maakt 44 totaal


Plaats een reactie