Van koninklijk naar afvoerputje…
Het imponeert elke keer weer, Paleis het Loo. Het statige vierkante hoofdgebouw, de zijvleugels, de vele luiken, de stervormige paden door de bossen. Ik passeer de Naald, geschonken door Apeldoorn bij het huwelijk van Wilhelmina en Hendrik, staande recht op de hoofdzichtlijn vanuit het Paleis.
Vanaf 1686 tot en met 1975 was het de zomerresidentie van de Oranjes, te beginnen met Willem III, die het Oude Loo kocht vanwege de jachtgronden. Ook leende het terrein zich goed voor fonteinen door de hoogteverschillen en de vele beekjes.
In navolging van zijn rivaal Lodewijk XIV, wenste Willem baroktuinen met fonteinen. Deze tuinen zijn 1980-1984 geheel hersteld. De mode in tuinen schreef in de 19e eeuw romantische paden door bossen voor en alles moest opnieuw worden ingericht. Nog steeds is het een prachtig ensemble, paleis en tuinen.
Ik ga verder, over het baronnenlijntje, de spoorlijn Zwolle Apeldoorn, die al sinds de jaren ’70 buiten gebruik is gesteld. Paleis het Loo had een eigen aftakking en een eigen station aan deze lijn. Onder de bestuurders en ondernemers die aandrongen op de aanleg, waren velen van adel: ziedaar de naam.
Nu is het voor het overgrote deel een prachtig fietspad door bossen, over beekjes, door de landerijen.
En dan ga ik op pad voor mijn derde waterwandeling, in Zwolle.
Ik stal mijn fiets in de stationsfietsenstalling, die onderdeel is van de Deltawerken. Boven krijg ik meer te zien. Of eigenlijk niet. Vergeleken met vroeger is het hier een oase van rust. Auto’s mogen er nog langs, maar wie hier niet moet zijn komt er niet. Prachtige perken met bloemen verbergen een grote kolk, waardoor bij wateroverlast water kan wegstromen naar de kelder onder de fietsenkelder. Bij heel hoge nood wordt de fietsenkelder ook waterberging.
Zwolle (van suol voor zwellen) ligt iets hoger op zandruggen tussen de vele wateren die het omringen en doorsnijden.
De Grote Aa (nog steeds onzichtbaar aanwezig onder de Melkmarkt en Oude Vismarkt), de Vecht, het Zwarte Water, de IJssel, de Soester Wetering, de Nieuwe Vecht, het Almelose Kanaal, de Willemsvaart. En dan was tot 1932 de zee ook maar een goeie 10 kilometer verderop…
Zwolle ligt zelf wel wat hoger, maar het is het laagste punt van Salland en is zodoende het afvoerputje.
Het water bracht de stad grote rijkdom. Via de Hanze was Zwolle verbonden met steden ver in Oostelijk Europa en zelfs Italië.
Maar het water vormde en vormt ook een bedreiging. In 1916 stuwde water op vanaf de Zuiderzee, terwijl de rivieren ook het nodige water naar zee wilden afvoeren. Alle werk ten spijt (versterken van kades en aanleggen van kistdammen), staat het water toch op een gegeven moment in de stad.
Het was in de Eerste wereldoorlog, er was al gebrek aan van alles, en nu dit ook nog. Jaarlijks stonden er al her en der polders blank en die konden dan jarenlang onbruikbaar zijn, maar nu was een groot deel van de Zuiderzeekust ondergelopen. Het plan van Lely, eerder afgeschoten als te duur of niet haalbaar of beide, begon toch aanlokkelijk te klinken. Het duurde nog tot 1932 voor de Afsluitdijk klaar was en nog weer later kwam de Noordoostpolder als een buffer voor de IJsselmonding te liggen.
In 1998 en 2000 zorgde het Zwarte Water nog voor problemen maar een stuw zorgt nu voor regulering van de watertoevoer.
Maar Zwolle neemt het zekere voor het onzekere, wat ik snap als ik de IJssel oversteek, prachtig, maar wat een stroomsnelheid. En dat doet het met een fietsenkelder als waterberging. Veel Hollandser wordt het niet…
56 km gefietst maakt 490 km
5,4 gewandeld maakt 33.7 km






