Ik kan me de kaart nog zo voor de geest halen. Aardrijkskunde, ergens in klas 4, denk ik. Noordoostpolder, ingekleurd en met een zwarte lijn er omheen, daaronder Oostelijk Flevoland, idem zwarte lijn en kleur. Dan Zuidelijk Flevoland, wel een zwarte lijn, maar gearceerd, idem voor de Markerwaard. Het was duidelijk, zo zou Nederland worden uitgebreid, met landbouwareaal voornamelijk, maar ook met woonruimte. Na de Tweede wereldoorlog was er aan van alles gebrek en dat dreef de inrichters van het nieuwe land.

Wie zich een beetje verdiept in deze recente geschiedenis, staat wat raar te kijken. Het maakbaarheidsdenken vierde hoogtij. De Noordoostpolder werd ingedeeld als een soort spinnenweb, Emmeloord centraal, de 10 dorpjes er omheen, Urk als anomalie in het tekentafelideaal.

Naarmate de tijd vorderde werden de polders ingehaald door de tijd en veranderende inzichten. Het spinnenweb werd in Flevoland al niet meer gehanteerd, er kwamen randmeren (zonder was niet goed, zo bleek), en moest de Markerwaard er nog wel komen?

Ik loop het moderne station Lelystad, met veel groen, rood en blauw staal, uit en pak de bus naar de Bataviahaven. Ik stap aan boord om naar een nieuw stukje Nederland te gaan: Marker Wadden.

In het grote Markermeer, waar ooit de Markerwaard gepland was, wordt nu nieuwe natuur ontworpen. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten maar ben positief verrast. Het is rustig aan boord en de weinige gasten verspreiden zich op het hoofdeiland. Al snel loop ik alleen in de natuur. De zon schijnt (na een etmaal regen), windkracht 6 blaast de wolken voort en het water op, en overal vogels.

Wadden associëren we met de Waddenzee en de eilanden daar, maar in het Markermeer kunnen onder bepaalde omstandigheden windwadden ontstaan, plekken die droogvallen door de wind.

Terzijde: het woord wadden komt van Vadum (spreek uit Wadum), Latijn voor doorwaadbare plaats. Wadden zijn plaatsen waar grond droogvalt en begaanbaar wordt.

Het hoofdeiland ligt op onderwaterdammen die met klei en zand zijn opgevuld. Daarbuiten zijn diverse eilanden gevormd uit dammen, waarbinnen de natuur gecontroleerd zijn gang kan gaan. Riet groeit er volop, dat is namelijk belangrijk voor de landschapsontwikkeling.

Er zijn duinen met een heus strand, er zijn diverse vogelhutten, allemaal verschillend. De Duikeend is bijzonder omdat je hier onder water kunt kijken. Voor het glas zwemmen vissen zonder last te hebben van de mensen. De Steltloper is een groot uitkijkplatform en door het mooie weer kan ik ver kijken.

Het is een van de grootste natuurprojecten in Europa, dat van de huidige 800 ha moet uitgroeien tot ca 10.000 ha, 1/7e van het Markermeer.

Behalve natuurontwikkeling is ook reinigen van het water een doel. Doordat het Markermeer niet aan getijden onderhevig is, kan slib niet weg. Het water is daardoor erg troebel. De eilandengroep wordt hiervoor gebruikt door zgn. washovers, plaatsen waar het water over het basalt de plassen instroomt, het slib bezinkt en het water stroomt aan de andere kant schoner terug in het Markermeer. Zo’n washover is erg leuk met deze harde wind. Schoenen en sokken uit dus, en kóud dat het water is.

Het is hier heel stil en vandaag ook heel rustig. Dat zorgt voor mooie ‘ontmoetingen’ met de vogels. Een jong waterhoentje schiet gehaast voor mij het pad over, een gans met een wrakke vleugel loopt platvoetig voor me uit, een plevier rent van links naar rechts over de dam op zijn ragfijne pootjes, een zwaan staat op het land zich te soigneren. Eerst vleugels uitwapperen en dan veren recht strijken. Eenden dobberen op het water, futen duiken onder, allerlei meeuwen zwenken heen en weer en zwaluwen scheren rakelings over me heen.

Ik geniet van koffie op het terras van het eilandpaviljoen, met zicht op de witgekuifde golven die op het strand breken. Achter de boot terug duiken de visdieven het water in, op zoek naar eten. De Wadden verdwijnen het zicht, een gebied dat niet vastomlijnd op de kaart staat.


8 km gewandeld


Plaats een reactie