Op deze zaterdagmiddag reis ik af naar Alkmaar. Daar is gisteren Orgelfestival 2023 begonnen.
Thema: Europese muziek in tijden van oorlog en vrede. Hoe actueel kun je zijn?
Tegelijk is het muziek die de historie van Alkmaar en Nederland in herinnering moet roepen. 1573: van Alkmaar de Victorie. Zo leerde ik het op school. En dat is dit jaar 450 jaar geleden. Tegelijk is het 375 jaar geleden dat in Münster twee vredesverdragen werden gesloten die het einde inluidden van de 80 jarige oorlog en de 30 jarige oorlog.
Het is warm en druk op Utrecht Centraal en het is dringen geblazen bij de trein naar Alkmaar, maar ik kan zitten en de airco maakt de reis aangenaam. Ik check in bij mijn B&B en dan de stad in.
Het verveelt nooit, die oude Nederlandse binnensteden. Ik loop langs de Grote Laurenskerk waar vanavond het concert is, dan over de Langestraat langs het oude Stadhuis naar de Waag. Daar geniet ik in de schaduw van mijn maaltijd.
In de bibliotheek krijgen we vooraf een halfuurtje toelichting op het programma. Blij dat ik er ben, want drie van de zes deelnemende organisten vertellen enthousiast over hun aandeel. Straks in de kerk helpt dat ook bij het begrip van het programma.
De kerk heeft twee wereldberoemde orgels: het oudste bespeelbare orgel van Nederland, gebouwd door Jan van Covelens in 1511 en het Van Hagerbeer/Schnitger-orgel uit medio 17e eeuw.
Het concert begint op het oude orgel, dat bij het koor hangt. Met een Maria-hymne, dan liederen met een roep om bevrijding, eindigend met een Paduane Lachrimae, een tranenpavane.
Er is even een stoelendans als we van het koor verhuizen naar het middenschip. En terwijl de organist begint te spelen, klinkt er geratel van katrollen.
Alkmaar Victorie: overal in de stad kwam ik het al tegen, maar in de kerk uiteraard ook, maar subtiel. Op de grote luiken van het grote orgel is een schildering aangebracht die David voorstelt die de overwinning op de Filistijnen viert. Hij brengt het hoofd van Goliath op een spies met zich mee. Een verbeelding van Alkmaar dat de Spanjaarden verslaat.
Deze luiken zijn vrijwel altijd open, maar speciaal voor vanavond niet. Met kabels en katrollen worden de immense luiken geopend, terwijl de Duitse organist een stuk speelt van Kuhnau, Bach’s voorganger in de Thomas Kirche: Der Streit zwisschen David und Goliath. Je hoort het pochen van Goliath, het sidderen van de Israëlieten, de steen die wordt geslingerd, Goliath die valt. Vroege programmatische muziek, geweldig.
Er worden ook twee batalla’s gespeeld, stukken die het strijdgewoel verbeelden. En heel passend: Da Pacem Dominum.
Besloten wordt met muziek van Alkmaarse componisten. Een mars van Havingha, liefdesliedjes van De Fesch die in Londen Handel leerde kennen en duidelijk door hem werd beïnvloed.
En hoe kan het ook anders: als slot een stuk van Piet Kee, die van ditzelfde orgel jarenlang organist was: een compositie over Merck toch hoe sterck, één van de liederen uit Valerius Gedenkklank, de bundel waarin de 80 jarige oorlog wordt verklankt.
Deel twee van mijn verblijf in Alkmaar lees je hier.




