Voor de Saint-Eustache ligt een groot beeld, bestaand uit een gestileerd groot stenen hoofd en idem hand. Titel: Ecoute. Luisteren.
Nou, dat is vandaag, net als gisteren, niet aan dovemansoren gericht.
Na het ontbijt, dat me prima smaakt, staat de bus weer klaar. Op naar La Madeleine. Ook hier was ik een maand geleden. Vanmorgen neem ik de tijd om de kerk wat beter te bekijken. De kerk heeft behalve vier koepelramen geen daglichttoetreding. Dus overal branden kroonluchters. De witte beelden, de geblokte marmeren vloer en de vele kaarsen maken dat het toch niet donker aandoet.
De doop van Jezus is afgebeeld maar ook het huwelijk van Jozef en Maria op de zo typische 19e eeuwse manier. Jeanne d’Arc heeft hier een klein standbeeld en ook Clotilde staat hier, de heilig verklaarde koningin der Franken. Zij leefde in de 5e en 6e eeuw en was getrouwd met Clovis I, de eerste koning der Franken. Naar haar heet de Sainte-Clotilde, waar ik een maand geleden ook was.
De organist komt binnen, bijna rennend: ‘Mon train, mon train’. Vertraging dus met de trein. Hij gaat onmiddellijk naar boven en begint aan een orgeldemonstratie/-improvisatie van drie kwartier, waarin hij alle registers van het orgel laat horen. Ik vind het prachtig. Ik zit helemaal voorin, vlakbij het altaar, onder toeziend oog van Clotilde en de muziek bezorgt me zo nu en dan kippenvel.
Ik loop daarna over de Place de la Concorde, door de Jardin des Tuileries, de tuinen die hoorden bij het Palais des Tuileries. (Tuileries komt van tuiles, dakpannen. Op de plek waar de dakpannen werden gemaakt werd dit paleis gebouwd en het ontleende er zijn naam aan.)
Het paleis werd gebouwd in 1564 in opdracht van Catharina de’Medici. De tuinen waren al in 1553 aangelegd, ook in haar opdracht. De tuinen zijn er nog, het paleis heeft de tijd niet doorstaan. Tijdens de Parijse commune, de revolutionaire regering die in 1871 in Parijs heerste, in de nasleep van de Frans-Duitse oorlog, werd in het gebouw buskruit en brandbaar materiaal verzameld, de muren werden met petroleum begoten en vervolgens ging de brand er in. Drie dagen lang brandde het paleis en toen stonden alleen de muren nog recht. Die werden daarna afgebroken.
Samen met het Louvre vormde het paleis het grootste gebouw van Europa. Het Louvre is nu één van de grootste musea ter wereld maar begon ooit als middeleeuws kasteel. Ik loop over het plein met de, nu beroemde, glazen piramides, één grote, meerdere kleine. Het is immens, het plein, de vleugels, de gangen.
Ik lunch in een restaurant op de hoek van de tuinen. De deuren staan open en het waait lekker door. De Croque Madame smaakt prima, en nee, zo’n Croque is echt geen gewone tosti…
Ik wandel door de straatjes naar Les Halles, het gebied waar vroeger de markthallen van Parijs stonden. Daar staat de Saint-Eustache, waar het laatste concert plaats vindt.
De Eustace staat aan één zijkant ingebouwd, aan de andere zijkant is een ruim plein, met dat hoofd en die hand. De kerk is immens groot, 100 meter lang, 44 meter breed en 33 meter hoog. De bouw ving aan in 1532 en door financiële perikelen werd de kerk pas ingewijd in 1637.
Het interieur combineert elementen uit de gotiek en de Renaissance en de voorgevel is classicistisch (nu helaas door steigers verborgen).
Colbert, minister van financiën onder Lodewijk XIV, heeft hier een praalgraf. Jean-Philippe Rameau, een belangrijke componist en organist, ligt ook in de Eustace begraven. In de Chapelle des Musiciënnes, staat zijn borstbeeld naast een plaquette aan de muur.
In één van de kapellen tref ik een bijzonder altaarstuk aan: een bronzen drieluik van Keith Haring. Hij was bekend van zijn graffiti-achtige tekeningen en schilderijen. Maar dit iets totaal anders. Een vriend had in klei een drieluik gemaakt als een icoon. Hierin kraste Keith, twee weken voor hij overleed aan aids, met een mes de afbeeldingen. In één keer, zonder voorwerk. Dit werd in brons gegoten, in totaal negen maal. Het exemplaar in de Eustace is met witgoud overtrokken. In de werveling van lijnen kan ik engelen ontwaren, een kindje gewiegd op een paar armen, een gekruisigde Jezus.
De jonge organist is ondertussen nog aan het stemmen, maar uiteindelijk komt hij naar de speeltafel beneden. En daar geeft hij toch een mooi concert. Evocation IV van Escaich is moeilijk, om te beluisteren, maar zeker om te spelen, maar hij brengt het vol overtuiging. Psalm 94 van Reubke is werkelijk fenomenaal. Ik luister vol overgave. Een waardige afsluiting van een mooie reis.





