Het is kwart over twee als ik op een terrasje plaats neem. De ober schuift gedienstig de stoel aan.

Even later geniet ik van mijn wijntje met pizettes, een soort mini-pizzaatjes, maar dan op z’n Frans.

Ik ben vandaag opnieuw in Parijs, op orgelexcursie. We zijn net uit de bus gestapt en hebben de tijd even aan onszelf voor het eerste concert.

Na de lichte lunch loop ik naar de Notre-Dame. Na de brand van 2019 kun je niet meer de kerk in. Het gebouw staat in de steigers, maar het westwerk met de beeldbepalende torens is goed te zien. Opzij staat een rank Maria-beeld op een zuil en daarachter een groen verweerd ruiterbeeld van Karel de Grote, afgebeeld als een soort woesteling, met snorrebaard, vergezeld van twee even woest uitziende dienaren.

Langs de Seine loop ik naar de Saint-Julien-a-Pauvre, een Romaanse kerk, zeldzaam in Parijs. Nu in gebruik als Grieks-orthodoxe kerk, maar ooit de kerk waar bestuurders van de Sorbonne samenkwamen. Vlak erbij een pseudo-acacia, geplant in 1601, enigzins wrakkig maar volop in blad, omringd door nieuwe loten.

Aan de overkant van de straat de Saint-Séverin, waar het eerste concert plaats vindt. Deze kerk is in de 11e eeuw gebouwd als vervanger van een door de Vikingen verwoeste basiliek. De kerk is vrij klein maar wel breed. In de loop der eeuwen is de kerk uitgebreid met zijbeuken met als slot de 15e eeuwse kooromgang in flamboyant gotische stijl. Je kunt het verschil in bouwstijlen goed zien. De eerste drie pilaren van het schip zijn anders dan de rest. En die van de kooromgang stellen een soort palmbomen voor met een bijzondere getordeerde ofwel gedraaide pilaar middenachter.

De vensters stammen uit de 14e, de 19e en de 20e eeuw en geven de kerk letterlijk kleur. Aan de buitenzijde zijn prachtige gargouilles te zien, waterspuwers.

Het orgel is 18e eeuws met nog ouder pijpwerk. De organist speelt een barok programma met uiteraard Buxtehude en Bach (die op zo’n Frans orgel toch echt anders klinken) maar ook met muziek van Franse barokcomponisten, onbekend voor mij, maar wat een mooie muziek.

We lopen door het Quartier Latin, waar de Sorbonne staat, de beroemde Parijse universiteit, opgericht in 1150. De wijk heet zo omdat aan de universiteit de voertaal Latijn was. Het is heerlijk om hier rond te lopen. Smalle straatjes, restaurantjes, boetiekjes, mensen kijken, een markt op de Place Saint Michel. Aan de Place Saint Michel dineren we gezamenlijk.

Na het diner wandel ik op mijn gemak naar de Saint-François-Xavier, inderdaad dezelfde kerk waar ik een maand geleden was. Met dezelfde organist. Het programma start zelfs met hetzelfde stuk: l’Apparition de l’église eternelle van Messiaen. Maar of het nou is omdat ik wist hoe het zou klinken? Of omdat we de kerk nu voor onszelf hebben? Of omdat de avond valt? Het was een totaal andere ervaring. Nu maakte het middendeel grote indruk op me.

Ook de andere stukken klonken geweldig: allemaal van Franse componisten die deze kerk en dit orgel goed gekend hebben. Het orgel lijkt klein ten opzichte van de enorm grote (en vooral lange) kerk, maar het bezit een kracht! Fenomenaal gewoon. Gelukkig zit ik in het transept onder de hoge vieringkoepel. Hier kan het geluid weg. De improvisatie is over het Wilhelmus met op het eind de eerste regels van de Marseillaise.

We stappen naar buiten en staan op het warme plaveisel even na te praten. We lopen naar het plein voor de Dôme des Invalides waar onze bus staat. Het is rustiger geworden in de stad en daardoor kunnen we hier mooi de zonsondergang zien met zicht op de Eiffeltoren.

Lees hier het verhaal over dag twee.


Plaats een reactie