Misschien wel de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland: Amersfoort.
Op deze tweede Pinksterdag reis ik af naar Amersfoort. Er is een orgelconcert in de Joris en vooraf wil ik me vermaken net een stadswandeling. Al veel vaker geweest maar toch leer ik vandaag weer veel over de historie van deze prachtige stad.
Het concert in de Joris is prachtig, en vooraf heb ik de tijd om de kerk te bekijken. De beeldenstorm heeft deze kerk beroofd van veel moois, maar als je goed kijkt en een gidsje raadpleegt is er veel ouds te ontdekken.
Er was al een kapel op deze plek en in 1248 werd er een parochiekerk gebouwd. Van die parochiekerk is nog iets over: een gedeelte van de onderkant van de huidige toren. Bij de verbouw tot hallenkerk werd de toren in het kerkgebouw opgenomen. In 1340 vond er een brand plaats in Amersfoort en ook de Joris vatte vlam. Alles verbrandde. Behalve één hostie… Een mirakel! Die hostie werd onderwerp van verering en bedevaart. Eenmaal per jaar werd de hostie in processie door de stad gedragen. Tot 1444.
In de Joris zijn enkele muurschilderingen onder de protestantse witkalk vandaan gekomen, er is een prachtig gebeeldhouwd zandstenen gotisch doksaal (koorafscheiding), 17e eeuwse kapbanken, natuurlijk het prachtige 19e eeuwse hoofdorgel en een klokman. Een prachtig beeldje met een miniatuur klokkenspel, verbonden met de torenklok. Elk heel en half uur speelde de klokman luid en duidelijk door de kerk. Voor de dominee! Zijn preek mocht, op straffe van drie gulden boete, niet langer duren dan twee uur…
1444 was het jaar van het Mirakel van Amersfoort.
Geertje Arends was in 1444 onderweg van Nijkerk naar Amersfoort. Ze zou non worden in het Sint-Agnietenklooster. Als intredegeschenk had ze een pijpaarden Mariabeeldje bij zich, maar ze vond het te lelijk voor het klooster. Bij de buitengracht van Amersfoort gooide ze het in het water.
Een paar dagen later werd het beeldje gevonden door de dienstmeid Margriet Albert Gijsen. In de gracht onder het ijs. Het was bijna Kerst en zij had driemaal een visioen gehad waarin haar werd verteld naar die plaats te gaan. Een gedenksteen in de oude stadsmuur markeert de plek. Ze plaatste het beeldje bij haar thuis en stak een kaars aan, die driemaal langer brandde dan verwacht. Haar biechtvader bracht het beeldje vervolgens naar de Onze-Lieve-Vrouwekapel.
Dat was de start van Amersfoort als grootste bedevaartsoord in Noord-Nederland.
De kapel werd het koor van de nieuwe Onze-Lieve-Vrouwe Kerk, er kwam een prachtige hoge toren en Amersfoort werd een nog rijkere stad.
Bijzonder aan Amersfoort is dat de middeleeuwse ommuring uit de 13e eeuw op de plattegrond goed te volgen is. De straat heet Muurhuizen en dat precies was het idee. Huizen die gebouwd zijn op het tracé van de stadsmuur en in sommige gevallen met stenen uit de muur. Johan van Oldebarnevelt heeft in zo’n muurhuis gewoond.
Midden 14e eeuw werd de stad uitgebreid, de 13e eeuwse muur was te krap voor de zich uitbreidende stad. Van deze muur is nog een stuk intact. Op de restanten is in de 19e eeuw een Stadspark ingericht dat vrijwel de gehele binnenstad omringt.
De Monnikendam, de Koppelpoort en de Kamperbinnenpoort zijn de overgebleven stadspoorten.
De Monnikendam is een 14e eeuwse waterpoort, de Kamperbinnenpoort is een oorsprong 13e eeuwse landpoort die veel verbouwingen en zelfs een verplaatsing heeft meegemaakt. Kamp komt campos: een omheind veld.
De Koppelpoort is een waterpoort én een landpoort, uit eind 14e eeuw. Koppel komt van een woord voor gemeenschappelijke weidegrond: coppel. Zo heette het gebied voor de poort vroeger.
De poort beschikt over een nog werkende tredmolen waarmee de poort werd gesloten en geopend. Door raddraaiers. De raddraaiers (minimaal 12 personen) waren gevangenen. Zij werden ’s ochtends en ’s avonds opgehaald, door meerdere bewakers. Het was erg gevaarlijk. Begin je niet tegelijk, dan kan er eentje vallen en de rest meesleuren met fatale gevolgen. Voordat het schot naar beneden kon moest het eerst omhoog, om de ijzeren pinnen die erin zaten eruit te halen. Dan pas kon het naar beneden. Gaat het schot naar beneden, dan wordt het lopen in het rad steeds makkelijker en sneller. En ook dat was gevaarlijk: struikelen en gebroken ledematen.
In de Gouden Eeuw was Amersfoort verarmd. De bedevaart was stilgevallen door de Reformatie en Amersfoort was ten prooi gevallen aan oorlogshandelingen in de 80 jarige oorlog. En dat de Eem al sinds de 16e eeuw steeds minder goed bevaarbaar werd, hielp ook al niet. Amersfoort verarmde en ontvolkte.
En dat heeft tot gevolg gehad dat er weinig werd afgebroken in de binnenstad waardoor we vandaag de dag nog een rijkdom aan middeleeuwse gebouwen aantreffen.
De Onze Lieve Vrouwe heeft de tijd echter niet overleefd. Het was een munitieopslag geworden. Een onvoorzichtige soldaat schraapte met zijn mes roest van een granaat. Vonken als gevolg. En poef! De kerk verdween in de vlammen.
De toren bleef staan. Die stond nl. los van de kerk. En deze Lange Jan is nu net als de Koppelpoort een soort symbool van Amersfoort.








