De Biesbosch is een herhaling van zetten.

Nederland is een delta en de Biesbosch is dat in het klein. Het was het uitstroomgebied van de rivieren die vanuit het oosten naar zee vloeiden. Getijden vanuit het westen hadden vrij spel. Land slibde aan, liep uiteindelijk niet meer (regelmatig) onder water, dijken werden aangelegd en het gebied werd in gebruik genomen voor veeteelt en akkerbouw. De Groote of Hollandse Waard heette het toen. En ja, het was toen onderdeel van het graafschap Holland.

Begin 15e eeuw, in 1409, was er de eerste Sint Elisabethsvloed. De mensen bouwden alles weer op, tot 1421 de tweede Sint Elisabetsvloed kwam. Weer begon men met bedijken en opbouwen. Tot 1424, de derde Sint Elisabetsvloed. Alles wat was opgebouwd verdween in het water, samen met de moed om het nogmaals te proberen.
De Groote Waard werd de Verdroncken Waard.

In de eeuwen die volgden, werd er gevist, tot het water te ondiep werd door aanslibbing. Biezen gingen groeien en men ging brood verdienen met biezen matten en stoelzittingen. Speciaal hiervoor werden biezen aangeplant. Tot de grond te hoog was aangeslibt.
Riet wilde hier wel groeien. Tot wel vijf meter hoog op de rietgorzen. Het ruwe riet werd gebruikt voor zinkstukken (voor waterwerken als de Afsluitdijk) en rietmatten. De grond slibde intussen zo hoog aan, dat er minder plek was voor riet, maar wilgen wilden wel groeien. Het gebied werd in cultuur gebracht voor de wilg. Met greppels en kades werden de grienden gemaakt. De wilgentenen werden gebruikt als hoepels voor de tonnenmakerij, als onderdeel van zinkstukken, als handvatten van tuingereedschap en voor het vlechten van manden.

Er was inmiddels voldoende grond drooggevallen om weer veeteelt te gaan bedrijven en nog weer later akkerbouw. De bedrijven bevonden zich op terpen en waren alleen over water bereikbaar.

De watersnoodramp van 1953 had grote gevolgen voor de Biesbosch. Door de aanleg van de Haringvlietdam in 1971 was er geen getijdebeweging meer. Tevens werd ook begonnen met ruilverkaveling van de boerenbedrijven in de Biesbosch. Het gebied kwam hierdoor uit zijn isolement. Verharde wegen zorgden voor ontsluiting. Het wegvallen van de dreiging van hoog water, zorgde voor meer bestaanszekerheid.

Het gebied aan de zuidwestkant bleef een met kreken doorsneden gebied. De voormalige grienden en gorzen verwilderen en uiteindelijk werd dat gebied in 1994 een nationaal park.

Door alle veranderingen in inzicht over waterberging is in de afgelopen 20 jaar het gebied ten noorden van de Biesbosch, de Noordwaard, ontpolderd. Waterberging en ruimte voor de rivier zijn nu belangrijk. De gevolgen voor de boeren waren groot. Bedrijven zijn beëindigd of verplaatst, dijken zijn op sommige plaatsen afgegraven en de nog aanwezige bebouwing staat op terpen. Ook werd de Haringvlietdam op een kier gezet waardoor het tij weer invloed kan uitoefenen op het gebied.

Ik was op de fiets al meerdere malen in dit gebied geweest. Over de dijken van Dordrecht naar Werkendam, maar in het waterrijke krekengebied nog nooit.
Vanmorgen ben ik met de auto naar het gebied gereden en ben vanaf een parkeerplaats gaan wandelen. Naar de pont en naar het museum op het museumeiland.
Hier kom je heel veel te weten over de Biesbosch en zijn bewoners (mens en dier).

En uiteraard ga ik mee met de rondvaartboot. Het gebied is zeer vogelrijk en dat kunnen we onderweg ook goed zien. Zwanen en meerkoeten op hun nesten, twee ganzen vliegen op en scheren rakelings over drie futen heen (eentje duikt van schrik onder), eenden rusten op boomtakken, koekoeken roepen, overal gefluit en gezang van vogels die niet te zien zijn.

Ik loop terug naar mijn auto. En ja, hoor! En of er veel vogels ziĵn in dit gebied. Ze hebben een boodschap achtergelaten op mijn auto…


Plaats een reactie