Het weerbericht voor vandaag gaf fris en winderig op. En dat is ideaal wandelweer, volgens mij dan.

Na een lekkere rustige ochtend zat ik tegen 12 uur vorstelijk aan de koffie mét bij de Hofhouding in Buren. Op pad met het Betuwepad.

Start is bij het kasteelterrein waar ooit het grote Huis Buren heeft gestaan, één van de grootste kastelen die Nederland gekend heeft. Een paar bouwrestanten zijn tot een monument geknutseld op de plaats van de brug naar de voorburg.

De oudste vermelding van het kasteel stamt uit 1298. Otto, de heer van Buren, en zijn zoon Allard moesten het huis afstaan aan Reinoud I van Gelre.

In de 15e eeuw werd het kasteel, na een machtswisseling, door de Egmonts verder uitgebreid. Vanaf 1630 werd het kasteel door prins Frederik Hendrik gerestaureerd. Na zijn overlijden werd het kasteel niet meer bewoond en raakte het in verval. In 1672 en 1795 werd het kasteel bezet door Franse troepen.

In 1795 werden de bezittingen van de Oranjes verbeurd verklaard door de Fransen. En in 1804 besloot de regering het kasteel voor afbraak te verkopen. Met de stenen werden in Buren andere huizen gerestaureerd of werden er geheel nieuwe huizen van gebouwd. Ook de stadsmuren zijn gerestaureerd met stenen uit het kasteel. En een deel van de stenen schijnt in de Hondsbossche Zeewering te zijn verwerkt.

Het volgende terrein is ook al ‘leeg’ en behelst de kleiputten van de steenfabriek die aan de Korne heeft gestaan. De putten herbergen nu veel flora en fauna en zijn nu een prachtig natuurgebied.

Tussen akkers door kom ik bij de Hoge Maatsteeg, een pad dat op zichzelf een natuurgebied vormt.

Als ik de provinciale weg oversteek kom ik bij huize Reygersfoort. Je loopt er zo aan voorbij. De 18e eeuwse boerderij gaat schuil achter het geboomte, maar de grote vijver is wel degelijk de slotgracht van het kasteel dat hier heeft gestaan. In de 14e eeuw stond hier een kasteel dat door diverse erfenisperikelen van hand tot hand ging, tot het werd verkocht aan Willem III. Toen in 1795 de bezittingen van de Oranjes verbeurd verklaard werden, kwam het aan de regering.|
Het kasteel is verdwenen, (de toren stond er nog bouwvallig bij in 1741), en de prachtige 18e eeuwse boerderij staat op de oude fundamenten aan de overzijde van de slotgracht.

Bij Arkelshoef staat een vloedschuur, een teken dat het vredige landschap ook anders kan zijn. Nog in 1995 moest deze 16e eeuwse schuur dienen als schuilplaats voor het vee.
En heel bijzonder: op het erf van de hoeve liggen de graven van de eigenaars uit de 19e eeuw.

En zo loop ik Tricht in. De oudste vermelding is Thrinniti en is afkomstig uit een giftbrief van 850. In 1129 werd Tricht genoemd bij de stichting van de abdij van Mariënwaerdt. Er zijn verschillende naamvarianten bekend: Treth, Treiecti en Trecht. Alle zouden afkomstig zijn van het Latijnse woord traiectus, dat wijst op de aanwezigheid van een overgang of veer.
Er is nog steeds een overgang hier, geen veer, maar dan een brug voor voetgangers en fietsers en natuurlijk de spoorbrug.

Over de Lingedijk wandel ik in alle rust naar Heerlijkheid Mariënwaerdt.
De geschiedenis van dit landgoed begint in 1129 met de stichting van een Norbertijner abdij.
Gevestigd als het was in een gevarenzone, op de grens van vier rivaliserende gebieden, was het een toneel van plunderingen en gevechten, met als gevolg dat het klooster meerdere malen verwoest werd (en weer opgebouwd). Tot in 1567 de adbij definitief werd vernietigd.

Het landgoed stond daarna meer dan honderd jaar te koop, voordat het in 1734 gekocht werd door de graaf van Bylandt. De graaf bouwde het Huis Mariënwaerdt op de gewelven van de voormalige abdij. De nazaten van de graaf, de familie Van Verschuer, staan al negen generaties aan het roer van het familiebedrijf.
Bij de koop kreeg de graaf er de ‘heer’lijke rechten bij: jacht-, pacht- en visrecht en het beheer van wegen en watergangen.

Mariënwaerdt heeft eigen straatnaambordjes en zelfs de verkeersborden zijn getooid met het wapen en de naam van de heerlijkheid. Het wapen met acht kuikens gaat terug op de familie van Cuijk die het landgoed ooit in bezit had, ergens eind 14e eeuw.

Ik denk terug aan het begin van de wandeling. Daar staat een bordje met een uitspraak van de dichter Bilderdijk uit begin 19e eeuw. ‘In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.
Is dat de reden dat ik zo van geschiedenis hou?


Plaats een reactie