Complex, een ander woord heb ik er niet voor. Het is een complex en het is complex.

Ik speel vandaag de ultieme toerist!
Als ik zeg dat ik op een bootje tussen molens vaar, dan weet denk ik iedereen waar ik ben: Kinderdijk!

Ik ben naar Geldermalsen gefietst om daar op de trein naar Dordrecht te stappen (fiets gratis mee) en in Dordrecht op de waterbus naar Alblasserdam (fiets ook gratis mee).
Ik was al vaker met de fiets en de auto door Kinderdijk gekomen, maar was nog nooit ‘op bezoek’ geweest. Nu, een beetje buiten het seizoen, is het redelijk rustig, dus vond ik het tijd voor een bezoek.

Ik vaar met de museumboot mee over de Groote- of Achterwaterschap en krijg zo een mooie kijk op de molens. Ik geniet van het prachtige weer en de natuur om me heen, zoals een ganzenpaar met jongen en een moedereend met piepkleine kuikentjes.

In de uiterste noordwesthoek van de Alblasserwaard ligt het kleine dorpje Elshout aan den Kinderdijk, nu bekend als Kinderdijk. Het is het laagste punt van de waard.

De Alblasserwaard is omringd door een ringdijk en de zorg hiervoor werd in 1277 in een overeenkomst met Graaf Floris V geregeld. Tevens richtte hij het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden op, dat bestaan heeft tot 1947. Zijn vader had het belang van samenwerking in watermanagement al ingezien, toen hij in 1255 het (nog bestaande) Hoogheemraadschap van Rijnland oprichtte.

De waard wordt doorsneden door sloten en vaarten en twee kleine riviertjes, de Alblas in het westen die in de Noord uitmondt en de Giessen in het zuidoosten die uitmondt in de Beneden-Merwede.

Tussen 1365 en 1369 werden twee grote vaarten gegraven, de Groote- of Achterwaterschap voor de Overwaard en de Nieuwe Waterschap voor de Nederwaard. Bedoeld om een betere afwatering te realiseren. Bij Kinderdijk (Elshout) wateren deze vaarten af op de Lek.

Er waren vele poldermolens actief om de polders te bemalen. Het water werd via de beide vaarten afgevoerd naar de Lek, tot dat niet meer lukte.
Het water kon niet meer in één keer worden geloosd op de rivier. Daarvoor was het gebied te laag geworden, door inklinking van de veengrond onder de kleilaag.

Tussen hier en Nieuw-Lekkerland werden drie boezems aangelegd, voor waterberging: de Lage Boezem van De Nederwaard voor de afwatering van de polders rond de Alblas, de Hooge Boezem van de Overwaard voor de polders rond de Giessen, en de Hooge Boezem van Nieuw-Lekkerland voor de polder van het dorp Nieuw-Lekkerland.

Bij Kinderdijk zijn in 1738 en 1740 in samenhang met deze boezems twee molengangen geplaatst: acht achthoekige rietgedekte voor de Overwaard en acht ronde bakstenen voor de Nederwaard. Deze maalden het water uit de vaarten naar de boezems en toen stond het water net iets hoger dan het Lekwater en kon er via sluizen worden geloosd.

Achtereenvolgens zorgden de stoommachine, de dieselmotor en electrificatie ervoor dat veel van de poldermolens werden vervangen door gemalen. Ook bij Kinderdijk gebeurde dat.

Maar heel bijzonder: de bijna 300 jaar oude molens staan er nog en zijn maalvaardig en het gebouw van het geëlectrificeerde stoomgemaal staat er ook nog. Het water uit de boezems en vaarten wordt nu uitgeslagen door de nieuwe(re) gemalen uit 1972 en 1995. Bij het gemaal uit 1972 kun je de drie grote vijzels zien waarmee het water wordt opgemalen.
Wat een kracht is er nodig om droge voeten te houden.

78, zoveel poldermolens hebben er ooit in de Alblasserwaard gestaan. 28 zijn er overgebleven. Tijdens mijn fietstocht naar huis, zie ik overal molens staan. Drie van die poldermolens horen bij de Kinderdijkse molens. De Hoge Molen en de Lage Molen van Nieuw-Lekkerland en de Blokweerse Molen van de polder Blokweer.
Deze laatste molen kan ik van binnen kijken. De molen stamt uit de 17e eeuw en al eerder stond hier een molen, maar die overleefde de 80 jarige oorlog niet. Je kunt zien hoe een molenaar met zijn gezin zelfvoorzienend leefde op zijn stukje grond.

De andere molen die te bezichtigen is, is een boezemmolen. Ooit woonde hier de molenaar met een gezin van meer dan 10 kinderen. Bedstedes werden gedeeld met meer dan twee personen. Koken en bakken gebeurde buiten in het stookhok. De plee staat buiten.
En in een bedstee kun je beluisteren hoe het klonk als de molen maalde. Want als er gemalen moest worden, gebeurde dat ook ’s nachts.
Je maalt nu eenmaal niet met de wind van morgen.

En hoe Kinderdijk aan zijn naam kwam? In de filmzaal krijgen we diverse verklaringen te horen, maar het bekendste verhaal kan ik buiten zien.
Voor het stoomgemaal staat in het water een beeld van een wiegje met daarin Beatrijs van Kinderdijk. Komen aandrijven na de Sint Elisabethsvloed van 1421. Een kat sprong heen en weer om de wieg in balans te houden.
In het kader van: als het niet waar is, is het toch een mooi verhaal…


Plaats een reactie