Vandaag stap ik op de fiets naar Houten. Het is heerlijk fietsweer, blauwe lucht, zonnetje, wolken als witte watten en een behoorlijke noordoostenwind, kracht 4 soms 5.
Ik geniet van de natuur om me heen. Boterbloemen, fluitekruid, kool- en raapzaad, klavers, meidoorns en natuurlijk de kastanjes: alles bloeit. De harde wind probeert de kastanjekaarsjes te doven en de bloempjes dwarrelen als confetti over straat. Een zwanenpaar zwemt met jongen door een sloot en kikkers kwaken.
Ik fiets via Erichem, Buren, Asch en Zoelmond naar Beusichem waar ik de pont neem naar de provincie Utrecht. Over de dijk ga ik lekker voor de wind en dan steek ik door naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Over de Goyerbrug kom ik bij het nieuwe ’t Goy en via de Wickenburgseweg bij het oude, dat voorheen Gooise dorp werd genoemd.
Het is even zoeken maar naast huisnummer 80 kan ik via een hek het kasteelterrein betreden. Je moet heel wat verbeeldingskracht hebben om het landschap te ‘lezen’. Het is er laag maar links is een ronde hoogte en rechts een veel grotere. De restanten van de terpen waarop delen van het kasteel hebben gestaan. Aan de westkant is de binnenste gracht nog aanwezig, vredig omzoomd met knotwilgen en lisdoddes.
Kasteel Ten Goye heeft hier gestaan, al moet je goed kijken om je dat voor te stellen. Het wordt in 1126 voor het eerst genoemd als ridderhuis. Een eerste, houten kasteel zou begin 10e eeuw zijn opgericht door Waldger van Goyen op een kunstmatige heuvel. Dit mottekasteel had waarschijnlijk al een verdedigingswal en een gracht.
Helaas zijn er geen afbeeldingen bekend van kasteel Ten Goye. Het kasteel bestond in zijn glorietijd bestond uit meerdere woonvleugels en een toren, een versterkte voorburg, omgeven door een wal en een gracht. Het kasteel had een relatief kort en bewogen leven met vele belegeringen. Het groeide uit tot een machtig kasteel, maar in de 15e eeuw moet het al vervallen zijn. In 1640 is het terrein een boomgaard en begin 21e eeuw wordt de boomgaard gerooid en het terrein als archeologisch monument beschermd.
Als je aan de rand staat moet je je verbeelding wel laten werken.
Iets verderop aan de Wickenburgseweg ligt buitenplaats Wickenburg, een voormalig kasteel, dat ooit Westenheim heette en wellicht zelfs teruggaat op de Westrummerhofstede uit de karolingische tijd. Het ligt schilderachtig aan de grote vijver, een 19e eeuws pand dat binnenin nog oudere delen herbergt. Aan de vijver staat een bijzondere bakstenen toren met zinken dak. Het is een zeldzame 16e eeuwse duiventil.
Ik fiets verder naar Houten en stap af bij het oude witte station. Dit station is al sinds de jaren ’30 niet meer in gebruik en is begin 21e eeuw op wielen verplaatst naar de huidige lokatie. De amateur archeologen van Houten hebben de bovenverdieping in gebruik en zij stellen hier hun vondsten tentoon. De vondsten gaan terug tot de Romeinse tijd. Houten ligt in het Kromme RIjngebied en in de Romeinse invloedsfeer. Een grote overzichtskaart laat zien waar de kastelen en versterkte huizen stonden (en soms nog staan). Zij gaven hun naam aan de diverse nieuwbouwwijken.
Volgende stop is de lokatie van kasteel Marckenburg, op slechts 500 meter afstand van Ten Goye, nu gescheiden door het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit kasteel heeft een zeer kort leven gehad. Gebouwd in de 13e eeuw en in 1355 al afgebroken op last van de bisschop van Utrecht. Zelfs delen van de fundamenten zijn vernietigd. Nu is het een vierkante met bomen omzoomde plek. Heggen geven de plek van het kasteel aan. En verder moet de verbeelding het werk doen.
Ik beland in het pittoreske Schalkwijk en maak een rondje over de kerkbrink met zijn mooie huisjes, de pomp, de voormalige bleek en het beeld van een wasvrouw.
Als ik het spoor oversteek ben ik in de buurt van de lokatie van kasteel Schalkwijk. Dit was het tweede kasteel Schalkwijk. Het eerste lag iets verderop en was een zeer kort leven beschoren. Gebouwd in 1250 en gesloopt in 1304. Daarna werd het tweede kasteel gebouwd op deze plek, ergens in de 14 eeuw. Het werd een ridderhofstad waardoor de eigenaren zitting konden nemen in de staten van Utrecht. Rond 1800 was het zodanig vervallen dat het werd gesloopt.
Achter de ijsbaan ligt een terrein met daarop een prachtige tuin en daarachter een gereconstrueerde gracht met kasteelheuvel. Een cortenstaal silhouet helpt de verbeelding een beetje.
Langs een stukje Nieuwe Hollandse Waterlinie fiets ik naar de pont naar Culemborg en dan via Buurmalsen, Geldermalsen en Wadenoijen naar huis.







