Bij Café Concorde zit ik op het terras, in het zonnetje, aan crêpes met chocoladesaus, ijs en slagroom. Tja, je bent in Parijs of niet.
Na het ontbijt waren we een uur eerder vertrokken dan gepland, om zo toch even de Saint-Sulpice te kunnen bezoeken. Het orgel is kwetsbaar en is daarom uit de planning van onze reis gehaald. Gelukkig werd er gerepeteerd en we kunnen het orgel toch even horen. Zo’n mooie klank! Dan de bus in, naar La Madeleine.
Deze kerk, gewijd aan Maria Magdalena, staat op de plek van een 12e eeuwse voorganger. Volgens de plannen van Lodewijk XV moest de nieuwe kerk een blikvanger worden in de nieuwe Rue Royal. In 1764 werd onder Lodewijk XVI de bouw aangevangen, maar tijdens de Franse Revolutie (ruim 20 jaar later) was de kerk nog niet af en werd deze verkocht.
Napoleon wilde er een tempel van maken voor zijn Grande Armée. En dat is de kerk nog aan te zien. Als een enorme Griekse tempel torent de kerk boven de omgeving uit, deels in de steigers, maar de Korintische zuilen zijn duidelijk zichtbaar.
Ik loop de Madeleine in, terwijl de organist nog aan het repeteren is. Hij trekt de chamades open, net als ik onder het orgel doorloop. Ongelooflijk, wat een geluid, en het raakt me.
Périn licht het programma toe en vertrekt naar boven. Kerk en orgel zijn een prachtig geheel. En het orgel heeft een prachtige klank. Ik zit ergens op een trapje bij een heiligenbeeld. Bij de Marche van Léfébure-Wely trekt hij de chamades los. Echt, overweldigend vind ik het. Ik ga staan omdat ik hierbij niet stil kan blijven zitten. En in zijn improvisatie laat hij het orgel helemaal horen. Wat een cadeautje!
De tijd is even aan mezelf en ik loop de Rue Royal af, richting Place de la Concorde. Middenop staat de obelisk, een trofee door Napoleon uit Egypte meegenomen. Links de Tuillerieën met de tuinen en in de verte het Louvre. Rechts nog meer tuinen en het Petit Palais, een enorm gebouw. Die Franse koningen dachten niet klein, zoveel is me wel duidelijk.
Ik wandel verder naar de Sainte-Clotilde. De zon schijnt, de temperatuur is lekker en ik laat de omgeving op me inwerken.
In de 19e eeuw, tijdens het tweede keizerrijk, is onder Napoleon III, de stad op de schop genomen.
Haussmann kreeg de opdracht om plannen te maken voor de grootscheepse verbouwing van Parijs. De aanleiding was het Juni-oproer van 1848 met als doel om een dergelijke opstand voortaan makkelijker te kunnen neerslaan. Met brede boulevards op de plaats van voorheen smalle, kronkelige straatjes werd het onmogelijk voor rebellen tegen het napoleontische regime om barricades op te werpen. Ook kon het leger op deze brede straten zwaar geschut gebruiken en snel troepen verplaatsen. Tuurlijk, Parijs had volgens Napoleon III ook licht, lucht, schoon water en goede sanitaire voorzieningen nodig. Dus dat kon in één moeite door.
Het resultaat zie ik om me heen. Enorme gevelwanden, her en der nog oude smalle straatjes, huizen die gehalveerd lijken te zijn met daarachter daken en schoorstenen in ogenschijnlijke wanorde. Glimpen van het middeleeuwse Parijs.
De smalle straten met winkeltjes en restaurantjes worden afgewisseld met brede boulevards. Hieraan de dure winkels: bij Gucci hangt in elke etalage precies één klein tasje. Zonder prijskaartje, uiteraard, maar het zal wel onbetaalbaar zijn. Dan liever de straatjes, waar een restaurant aangeeft op het krijtbord dat het een mooie dag wordt!
Ik koop een belegd stokbroodje bij de bakker en wandel naar de Sainte-Clotilde. Hier is het heel rustig, een mooi pleintje, mooie tuinen om de kerk. Verrassend. Op een bankje laat ik me het broodje goed smaken.
Het laatste concert wordt door Arjen Leistra verzorgd. Met een première van twee stukken van Geerten Lieftink, uiteraard Bach en als uitsmijter Vierne. Tijdens het concert valt het zonlicht door de glas-in-loodramen op de grond.
Inderdaad, het was een mooie dag! De bus haalt ons op en we vertrekken naar Nederland, met twee dagen muziek achter de knopen.





