De stad waar ik vandaag ben figureert in twee kinderliedjes.

In Den Haag daar woont een graaf
En zijn zoon heet Jantje
Als je vraagt: “Waar woont je pa?”
Dan wijst hij met zijn handje
Met zijn vingertjes en zijn duim
Op zijn hoed draagt hij een pluim
Aan zijn arm een mandje
Dag mijn lieve Jantje

Dit liedje is in de 19e eeuw voor het eerst te boek gesteld, maar is waarschijnlijk al veel ouder. Hoeveel ouder zullen we nooit weten. En wie Jantje is? Als het liedje inderdaad over de graven van Holland gaat -zij resideerden immers in Die Haghe- dan is het Jan I van Holland, jongste wettige kind van Floris V. Floris had 11 wettige kinderen waarvan er twee de kindertijd overleefden.

Jan I was gelijk ook de laatste uit het huis Holland. Want ook hij stierf jong, in 1299, op 15 jarige leeftijd, na drie jaar graaf van Holland te zijn geweest. Een verre verwant van zijn overgrootvader volgde hem op, maar die was uit het huis Henegouwen.

Ruim 40 jaar geleden werd Jantje vereeuwigd in brons. Aan de Hofvijver wijst hij naar de regeringsgebouwen waar de Grote Zaal staat (de Ridderzaal), afgebouwd door zijn vader.


Het tweede liedje, ook in de 19e eeuw geboekstaafd, heeft een onschuldige tekst met een redelijk scabreuze bedoeling.

Zeg ken jij de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Zeg ken jij de mosselman,
die woont in Scheveningen

Ja ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Ja ik ken de mosselman,
die woont in Scheveningen

Samen kennen we de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Samen kennen we de mosselman,
die woont in Scheveningen.

Feit is dat in Scheveningen niet op mosselen gevist werd of wordt. Zeeland, ja daar wel, maar niet hier. Waarom dit liedje dan?

Waarschijnlijk duidt de mossel op het vrouwelijk geslachtsdeel en is een mosselman een pooier. Scheveningen beschikt over een gevangenis en daar zaten ook pooiers opgesloten.

Kijk, die zag ik ook niet aankomen!


Plaats een reactie