Ik zweef boven de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Mijn parachute is net geopend. Ik zie Naarden rechts van me, links in de verte ligt Gorinchem, onder me Utrecht. Plotseling wordt de inundatie gesteld. Vanuit de Zuiderzee en de grote rivieren stroomt water alle polders in. De parachute schudt en ineens sta ik weer aan de grond.
De medewerker van het museum pakt mijn VR bril en koptelefoon en hop! Ik ben nog steeds gewoon in het Waterliniemuseum. De VR installatie is zo goed, dat het is of je echt boven het landschap zweeft.
Even daarvoor was ik al toegesproken door de hoog te paard gezeten prins Maurits in zijn hoedanigheid van kapitein-generaal van het Staatse leger. Hij vertelde me dat het gebruik van een waterlinie zijn idee was. Baron Krayenhoff had me verteld hoe geniaal hij was bij het opzetten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, samen met ingenieur Jan Blanken. Beiden hadden onder Napoleon gewerkt en later onder Koning Willem I.
De boerin met kind en geit en de soldaat die ijs zaagt vertellen hun kant van het verhaal: het vluchten voor het water, de kou en de verveling. En dan de werkman die aan dit fort heeft gewerkt. 18 miljoen bakstenen die allemaal door mensenhanden op hun plek zijn gemetseld.
Ik ben in het Fort bij Vechten tussen Utrecht en Houten op de Houtense Vlakte. Nederland is vlak wordt wel gezegd en dat is natuurlijk ook zo, zeker als je het vergelijkt met bergachtige gebieden, maar toch…
Als je een inundatie wilt stellen, blijkt dat er toch delen zijn die maar niet onder water willen lopen. De Houtense Vlakte was zo’n gebied.
In de 19e eeuw was de Hollandse Waterlinie naar het oosten verplaatst, zodat ook Utrecht kon worden beschermd. Om Utrecht heen werd een cordon van forten en andere verdedigingswerken aangelegd. De Houtense Vlakte was nl. een zwak punt in de verdediging van Utrecht omdat deze relatief hoog lag en niet te inunderen viel. Ook lagen en liggen er nog steeds accessen of doorgangen die zwakke punten waren. De spoorlijnen, de Koningsweg, de Kromme Rijn. Hiervoor werden ook nog vier lunetten gebouwd, halvemaanvormige verdedigingswerken.
Langs de stadsgracht loop ik vanaf station Utrecht Centraal naar het punt waar de Kromme Rijn Utrecht instroomt en langs de rivier loop ik naar de Lunetten op de Houtense Vlakte, zoals ze officieel heten. Zuidelijk van woonwijk Lunetten en het gelijknamige knooppunt ligt Fort bij ’t Hemeltje. Dit fort heeft zo’n lieflijke naam, omdat het genoemd is naar de boerderij/herberg die hier ooit stond.
Dan doemt er een Romeinse wachttoren op. Want de Rijn was voor de Romeinen de noordgrens van hun rijk in Germanië. Hun tochten naar het noorden hadden niet het gewenste resultaat en dus trokken ze zich terug net achter de rivier. Bij de splitsing van Vecht en Rijn werd een groot militair kamp gebouwd, vermoedelijk in 4 of 5 na Christus, Fectio. Via de splitsing was zowel het gebied van de Frisii als van de Cananefaten te bereiken, maar later werd het een defensief kamp.
Het kamp werd regelmatig verwoest en tot zeven maal herbouwd, de laatste keer tussen 177 en 274 deels in tufsteen.
Tussen 270 en 275 verlieten de Romeinen Fectio, waarbij het in brand is gestoken. De restanten van Fectio zijn hergebruikt voor de bouw van de eerste Utrechtse kerken.
Fort bij Vechten is de plek om even van koffie en lekkers te genieten voor het bezoek aan het museum. Op een leuke en interactieve manier kom je veel te weten over de geschiedenis van de diverse waterlinies die Nederland heeft gekend.
Interessant in het fort/museum:
- Behalve de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn er nog de Spaans Staatse Linies (in Zeeuws Vlaanderen), de Grebbelinie, het Zuiderfrontier, de IJssellinie en de Friese Waterlinie. En natuurlijk de Stelling van Amsterdam, in militaire taal de redoute genoemd: het laatste bolwerk waarop het leger zich zou terugtrekken.
- Op het binnenterrein van het museum kun je de hele linie in beton zien, met bronzen fortjes en stadjes. In de zomer kun je zelf de boel onder water zetten.
- De verdedigingslinies zetten het hele gebied er om heen naar hun hand, maar omdat het heel lang verboden gebied bleef, zijn het nu oorden van rust en groen. Het tegendeel van oorlogszuchtig.
- En natuurlijk de VR afdaling met de parachute.
Vanuit het fort loop ik door naar de oude buurtschap Vechten aan de Koningsweg. Deze oude weg van Utrecht naar Wijk bij Duurstede kreeg in de 19e eeuw deze naam omdat koning Lodewijk Napoleon korte tijd eigenaar was van landgoed Amelisweerd. Het huis Oud-Amelisweerd is open vandaag en ik loop even naar binnen voor de mooie behangsels waarover dit huis beschikt.
De vroegere ridderhofstad Amelisweerd is verwoest in 1672 door de Fransen. Utrecht en omgeving lagen oostelijk van de Hollandse Waterlinie en werden door de Fransen troepen overlopen. Het huidige huis stamt uit 1770.
De Kromme Rijn is mijn metgezel tot aan de brug waar de rivier de oude stad instroomt. Het is gaan regenen en dus is het tijd om naar huis te gaan.
En wat vonden anderen van water als verdediging? Wel, dat kun je in het museum ook te weten komen. Ik laat twee historische figuren aan het woord.
‘Om het allerellendigste gat ligt wel een geul vol water waar we eerst een brug over moeten bouwen voordat we verder kunnen.’
Alva in een brief aan Filips II in 1573.
‘Canaux – canards – canailles, grachten, eenden en gespuis (…) De Hollanders staken de dijken door en zagen hun kudden verdrinken. Maar aan die uiterste nood gaf men de voorkeur boven slavernij.’
Voltaire in: Le siècle de Louis XIV uit 1751 waarin hij de wederwaardigheden van Lodewijk XIV beschrijft in 1672.







