Je hebt vroeg en je hebt vroeg! Dat is vandaag het geval. 4.45 uur ging de wekker. Ik wil de bus van 7.05 uur uit Woerden halen, want tot een uur of 3 is er dan geen meer.
Ik ben weer een dag op stap in het spoor van 1672: het Rampjaar. Ditmaal langs de frontlinie, zeg maar.
Ik stap uit in Woerdense Verlaat, de plaats genoemd naar de schutsluis of het verlaat op de plek waar de Kromme Mijdrecht en de Grecht bij elkaar komen.
Op 21 juni 1672 werd het Woerdens Verlaat helemaal open gezet, waardoor het water uit de Grecht vrij in de Oude Hollandse Waterlinie kon lopen. Er was hier een zogenaamde post, een versterking om de Fransen tegen te houden als ze vanuit Utrecht Holland zouden belagen.
Ik loop langs de Grecht. Zoals de verwantschap met het woord ‘gracht’ al doet vermoeden: dit is een gegraven wetering, ergens in de 14e eeuw. Dwars door de Kamerijkse polder. Op het punt waar de Grecht en de Oude Meije elkaar naderen heb ik mijn work out: een zelfbedieningspontje over de Grecht.
In de 15e eeuw was de Grecht zo belangrijk geworden voor de scheepvaart dat voor de polderboeren het voordeel van afwatering niet meer opwoog tegen de nadelen van de beschadigde oevers. Nog daargelaten dat er geen bruggen mochten worden gebouwd en hun land westwaarts niet bereikbaar was.
En dus werd de Grecht vanaf dit punt opnieuw gegraven. De oude Grecht heet nu Middelwetering. De nieuwe Grecht is grotendeels de vergraven Oude Meije, een veenriviertje.
Ik loop langs de Oude Meije richting de Meije en dan heb ik echt vet pech. Ik wil linksaf langs de Meije, maar het is afgesloten. Potdicht! Ook voor voetgangers. Goede raad is duur en ik verbijt mijn teleurstelling. Ik loop terug naar de grote weg en ga dan richting Zegveld. Over de Rondweg, een smal weggetje uit 1960, loop ik langs oude boerderijen die in een waaiervormige polder staan. De Meije in de verte was de ontginningsas, maar door de bochten zijn er wigvormige kavels ontstaan.

Uiteindelijk loop ik dan toch langs de Meije en ik pauzeer in het kleine centrum. Meije of De Meije is een kilometers langs lintdorp aan de gelijknamige rivier, verdeeld over twee provincies en drie gemeenten. En om de verwarring nog groter te maken vallen de adressen postaal onder vier dorpen.
Ik loop het lintdorp helemaal uit. Jammergenoeg is het erg druk met verkeer, maar ik geniet van alles wat er te zien is. En toch nog vrij plotseling sta ik aan de oever van de Oude Rijn. Ondanks dat ik vanwege de afsluiting van vanmorgen een veel langere tocht wandel, besluit ik toch naar Zwammerdam te lopen.
In de verte zie ik de dijk van de Meije een bocht maken. Daar komt de Ziendevaart in de Meije uit. En daar ligt het restant van een schans met de naam Altelaat.
Eind december 1672 wisten de Fransen vanuit Woerden uit te breken. Het had gevroren en over het ijs van de inundatie trokken ze op naar de kade of dijk langs de Meije. Van hieruit moest het op Alphen aan den Rijn aan.
Maar de dooi zette in nog tijdens de overtocht en het ijs werd snel onbetrouwbaar. De Fransen trokken zich terug op Woerden, maar niet nadat ze Zwammerdam en Bodegraven hadden verwoest.
Schans Altelaat heeft dat niet kunnen verhinderen.
Door het oorlogsgeweld is in Zwammerdam, net als in Bodegraven, Waarder, Driebruggen en Nieuwerbrug, de meeste bebouwing van ná 1672. De kerk is herbouwd op de ruïnes van het uitgebrande gebouw, maar op sommige panden staat een datum van vlak na 1672. De herbouw werd snel ter hand genomen.
Langs de Oude Rijn loop ik naar Bodegraven. Hofstede Kruidenburg ligt verborgen, maar was ooit één van de plekken waar Willem III zijn hoofdkwartier had.
En net in Bodegraven staat het werkelijk schitterende Paardenburgh. Op deze hoeve uit 1648 was ooit een belangrijke paardenfokkerij. Eén van de klanten was Johan de Witt, de raadspensionaris, die samen met zijn broer Cornelis werd vermoord. In het Rampjaar, op 20 augustus, werden de broers in Den Haag gelyncht.







