Mijn wandelplannen van deze week vielen letterlijk in het water. Gisteren nagenoeg de hele dag regen, vandaag weer.

Ik besluit er toch op uit te gaan, niet voor een wandeling, maar voor een tijdreis van twee eeuwen. Ik pak de trein en onderweg gaat zelfs de zon even schijnen. Zou het…?

Nou, nee. Als ik uitstap regent het weer. Ik loop naar de Grote of Sint-Maartenskerk van Elst in de Betuwe. De markante toren zag ik al vanuit de trein.

Op zaterdagmiddag is de kerk geopend als museum. Deze kerk staat op een lichte verhoging, merk ik als ik er later omheen loop. Het hoogste stuk in de moerasdelta dat dit gebied 2000 jaar geleden was.

Ik betaal voor de rondleiding en loop dan langs de vitrines met vondsten uit het rijke verleden van deze plek. Twee mannen zijn een brok steen aan het fotograferen. Deze steen van Balderik wordt uitgeleend aan het RMO voor de tentoonstelling ‘Het jaar 1000’ komend najaar en daarom worden alle kenmerken vastgelegd.

Met een groep van tien gaan we achter de gids aan en reizen we letterlijk door de eeuwen heen. We beginnen bij het heden. Een paar jaar geleden werd het ondergrondse deel van de kerk Unesco Werelserfgoed en onze gids wijst de oorkonde die in de toren hangt met trots aan.

Dan gaan we naar het schip van de kerk. Twee grote foto’s laten zien wat er van de kerk overbleef na de Operatie Market Garden. Arnhem, Oosterbeek en omgeving hebben te lijden gehad, maar de Betuwe was het strijdtoneel waarover Duitsers en geallieerden zich heen en weer bewogen. Kerktorens waren geliefde uitkijkposten en de kerk van Elst werd dan ook door de Duitsers bestookt. De toren bleef staan, maar het dak vloog in brand en stortte in. De kerk brandde volledig uit.

Na de oorlog werd begonnen met herstel, maar niet voordat de dienst Archeologie onderzoek kwam doen. En daaruit bleek de ruim 2000 jaar lange geschiedenis van deze plek.

Ooit was hier wellicht al een cultusplaats in de open lucht, van de stammen die hier voor en rond het begin van de jaartelling woonden. De komst van de Romeinen naar dit gebied bracht ook een andere religie mee. De Romeinen waren gewend om meerdere goden te aanbidden, maar ook om lokale goden te incorporeren in hun eigen godsdienst. Ze bouwden hier een kleine tempel, midden op de verhoging, die wellicht gewijd was aan Hercules, de Griekse held die door de Romeinen als god werd vereerd. Hij kreeg ook de toevoeging Magusanus, een Keltisch of Germaans woord dat aan Donar geliëerd is. Hiermee werd het een tempel voor zowel de Romeinen als de lokale bevolking.

De lokale bevolking bestond uit Bataven, een afsplitsing van de Chatten uit Germanië, die in dit gebied waren komen wonen. De Bataven werden graag gezien bij de Romeinen. Ze waren kundige ruiters (de naam Bataaf komt waarschijnlijk van een woord voor goed of beter) en uitstekende paardenfokkers. Ook werden ze geworven als soldaten in het Romeinse leger. De keizer had zelfs een lijfwacht bestaande uit Bataven. Het collectieve ontslag van die lijfwacht was onder meer aanleiding voor de opstand der Bataven onder Julius Civilus in 69. De kleine tempel brandde toen af.

In ca 100 werd een nieuwe grote tempel gebouwd, georiënteerd op het zuiden. Daarbij werd een suovetaurilia-offer gebracht. Bij de opgravingen werden nl. de schedels gevonden van een zwijn (sus), een schaap (ovis) en een stier (taurus). Waarschijnlijk werd hiermee de bouwplaats gewijd of gereinigd.

Met een wenteltrapje dalen we af naar die tijd. We staan onder de kerkvloer, overal stenen. We zien de buitenmuur van de tempel uit 100 en na een kleine afdaling staan we bij de vloer van de cella (het heiligdom) van de eerste tempel. Onze gids wijst ons op het prachtige metselwerk van de Romeinen en op het verschil met dat van de kerk uit de 8e eeuw. Het rommelige metselwerk met de verdwenen specie steekt schril af. Heel bijzonder is ook de traslaag van de tempel. Door deze laag in het fundament kon het grondwater niet optrekken. De stenen staan schuin verticaal tussen de los aangebrachte specie, zodat water weg kan vloeien. De fundamenten van de tempels werden bij de bouw van de kerken in later eeuwen hergebruikt. Eén van de pilaren van de 15e eeuwse kerk rust nog op het fundament met eikenhouten palen uit de 1e eeuw.

We lopen naar boven en via het koor komen we in de 8e en 10e eeuw uit. De 8e eeuw is de tijd van de missionarissen uit Ierland en Engeland. Bonifatius, Willibrord en Werenfridus behoorden daartoe. Werenfridus, die in Duitsland was geboren, was kloosterling in Ierland en werd uitgezonden naar het land van de Friezen. Hij woonde een tijdlang in Wervershoof (Werenfrieds Hof) en later trok hij via Dorestad naar de Betuwe.

Waarschijnlijk stichtte hij in de 8e eeuw een eenvoudig zaalkerkje, gewijd aan de Heilige Martinus van Tours. Na zijn dood en latere heiligverklaring werden zijn beenderen als relieken in de inmiddels uitgebouwde kerk geplaatst. In het koor kunnen we de uitsparingen in de muur zien waar de gewone man naar de relieken kon kijken. Beneden zien we hoe de crypte ruimte had voor de bedevaartganger die kon betalen voor toegang tot de crypte.

In 1484 kwam de huidige kerk gereed en daarbij is bovengronds vrijwel niets meer overgebleven van de voorgangers. De kerk is opgetrokken in rode baksteen, de eerste geledingen van de toren in een lichtere baksteen en ook natuursteen. De toren heeft een vierkant grondplan en ook de tweede geleding is massief vierkant. De derde geleding is elegant achthoekig en heeft een bekroning met een soort peer die heel bijzonder is.

Bij de herbouw van de kerk werd meteen al bedacht dat het ondergrondse deel ook toegankelijk moest worden. Eerst alleen de tempels, maar sinds een aantal jaren ook de voormalige crypte. Bij de herbouw was in het naoorlogse Nederland gebrek aan van alles, dus ook aan bouwmaterialen. De gids wijst ons op de de betonnen balken die de kerkvloer dragen. Als wapeningsstaal zijn daarvoor spoorstaven gebruikt van het rangeerterrein bij Elst, dat grotendeels verwoest was bij de oorlogshandelingen.

Weer boven de grond lopen we naar de Mariakapel waar de zuiddeur uitkomt op de in het plaveisel aangebrachte omlijsting van de tweede tempel en de verdwenen zuidkapel van de 15e eeuwse kerk.

Dat Werenfridus begraven kon worden in de kerk van Elst is onderwerp van een legende. Werenfridus werkte ook in Westervoort, maar hij zou hebben gezegd dat hij in Elst wilde worden begraven. Hij stierf echter in Westervoort, dus men wilde hem daar begraven. Kwam niets van in, volgens de Elstenaren. Toen werd besloten dat het lot moest beslissen. Werenfridus werd in een bootje gelegd dat, tegen de stroom in, in de Linge werd neergelaten en, ja hoor, het bootje kwam aan wal in Elst. Dat was de Westervoorters niet naar het zin, dus nogmaals, nu met een ossenkar met een ossenspan dat nog nooit een kar had getrokken. Werenfridus in zijn kist op de kar, de ossen kregen een klap op hun … en jawel, de kar reed op Elst aan. Toen was het duidelijk. Werenfridus kwam in de crypte te liggen en Elst was een bedevaartsoord.
In de 80-jarige oorlog schijnt zijn stoffelijk overschot te zijn geroofd. Het enige dat nog rest is een stenen sarcofaag, waar hij waarschijnlijk in heeft gelegen.

In de kerk loop ik nog even langs de bijzondere vondsten in de vitrines. Zoals een diploma van een Bataafse soldaat, een bewijs van 25 of meer jaar trouwe dienst. Hiermee werd hij Romeins staatsburger, kon hij trouwen, kreeg hij een lapje grond.
De puntige eiken palen, die het fundament vormden van een groot huis uit de Romeinse tijd, vergelijkbaar met de palen die nog onder de kerk in de grond zitten.
Er ligt een kleine, maar prachtige fibula, een Romeinse speld, maar ook liggen er prachtige kralen uit de Middeleeuwen. Rozenkransen, een haarnetje van een kind, delen van de beschilderde muren uit de cella, stukken van de zuilen.

En heel bijzonder: naast de crypte van Werenfridus, de gemetselde sarcofaag met daarin het meisje van Elst, een skelet uit de 11e eeuw. Ongeveer 14 jaar toen ze overleed, zwanger of net bevallen. Begraven buiten de kerk, maar vlak naast de crypte, op zeer heilige grond dus. Wie ze was, waarom ze daar begraven is? Niemand het die nog weet.

Na deze indrukwekkende reis door de eeuwen, stap ik naar buiten. Het regent, nog of weer…


Plaats een reactie