Ik probeer me de bedrijvigheid voor te stellen in Gorinchem door de eeuwen heen. Vandaag de dag is het een drukte van belang met alle auto’s die overal lijken te mogen rijden en parkeren. Ik stap het museum uit en loop bijna tegen een geparkeerde auto aan, de hele Markt staat vol. Bij de Arkelpoort staat in een bastion een grote betonnen parkeergarage die helemaal vol lijkt te staan.

Maar ook vroeger was er een grote bedrijvigheid. Op de plek waar de Linge in de Merwede (de voortzetting van Waal en Maas die bij Woudrichem samen komen) uitkomt was al in de 12e eeuw een nederzetting van vissers. De nederzetting lag op grensgebied. waar Holland, Gelre en Brabant elkaar raken. In 1382 kreeg Gorinchem stadsrechten en groeide het uit tot een sterke middeleeuwse stad, met een stenen muur langs de stadswal met daarin zeven poorten en 23 torens. Karel van Charolais, beter bekend als Karel de Stoute, liet in 1461 het bestaande Hollandse kasteel uitbreiden met o.a. een met blauw arduin beklede ronde toren. Dit werd de Blauwe Toren.

In de 80 jarige oorlog bleek dat de vesting niet meer verdedigbaar was en er werd begonnen aan de ombouw van middeleeuwse stad naar een moderne vesting. In 1600 waren deze werken klaar, een moderne en grote stad was Gorinchem nu. Helaas moest de trots van Karel de Stoute wijken: de Blauwe Toren is toen gesloopt.

De stad telde 11 bastions en vier poorten. Ik loop de stad binnen door de coupure op de plek van de voormalige Kanselpoort. Ik ben dan al over twee enorme basculebruggen gelopen, daarmee het Kanaal van Steenenhoek en het Merwedekanaal passerend. In de coupure kun je goed het profiel van de vestingwal zien en in de grote sleuven kunnen schotbalken worden geplaatst om een overstroming te stuiten. In de mooie witgelakte loods worden deze balken bewaard.

Het mooie van Gorinchem is dat de vestingwal vrijwel compleet bewaard is gebleven. Het Merwedekanaal heeft wel een hap uit de wal genomen en daarom is bij de uitgang van dat kanaal een Caponnière gebouwd: hiermee was de verdediging weer op orde.

Gorinchem heeft al sinds de 14e eeuw een veer op Brabant. In 1329 is het veerrecht al aan de stad verleend en daarmee is het het oudst bekende van Nederland. Tot 1961, met de ingebruikname van de Merwedebrug in de A27 was dit veer een zeer belangrijke schakel in de Noord-Zuidverbinding. Het belang van deze verbinding is er debet aan dat de Waterpoort nu in Amsterdam bij het Rijksmuseum te bewonderen is, tenminste het restant ervan. De poort was te smal voor de grote drukte bij het veer en het College van B&W vond ‘de vereering van oude dingen’ maar niets en drukte door dat de poort werd gesloopt. Delen ervan werden in de tuin bij het Rijksmuseum herbouwd.

Er staan prachtige panden in Gorinchem: het Tolhuis uit eind 16e eeuw, het oude Stadhuis uit de 18e eeuw, de inmmense 15e eeuwse toren van de Grote Kerk, Dit is in Bethlehem (een patriciërswoning uit 1566), het Doelhuis uit 1589, de Hoofdwacht, de Dalempoort, het Gasthuispoortje en natuurlijk het Hugo de Groot-poortje. En van de ooit 17 molens op de wallen zijn er nog twee over: De Hoop en de Nooit Volmaakt. Beide staan vandaag zonder zeilen te malen, zo hard waait het.

In 1672 werd de vesting Gorinchem onderdeel van de Hollandse Waterlinie en het bleef onderdeel van de landsverdeding tot 1958. Iedere keer werd er iets toegevoegd of verbouwd. Een laboratorium, kruitloodsen, affuitloodsen, kazernes, een arsenaal, paardenstallen. In de 50er jaren zelfs nog een luisterpost om berichten over de Koude Oorlog op te vangen, maar het doek viel definitief. In 1967 vertrokken ook de laatste garnizoenen. En Gorinchem bleef berooid achter. Het veer met de bijkomende economische bedrijvigheid viel weg, en nu was ook de militaire bedrijvigheid weg. Door de vestingwet was het vrijwel onmogelijk geweest om buiten de wallen te bouwen. Begin 20e eeuw waren er twee wijken gebouwd, maar verder woonde iedereen binnen de vestingmuren. Veel mensen op een relatief klein gebied, economische teloorgang door vertrek van veer en militairen: Gorinchem verkrotte en verpauperde. De stad moest zichzelf heruitvinden.

In de jaren 80 en 90 werd er veel gebouwd in de binnenstad. Verkrotte panden werden vervangen door nieuwbouw, en aan de vestingwal aan de Merwede staan prachtige complexen met namen als Ravelijn en Rondeel. De wallen zijn in ere hersteld. Kanonnen op affuiten staan her en der verspreid. De stad breidde zich ook buiten de stadswallen uit en vandaag de dag heeft het een centrumfunctie voor de omgeving.

Wat ook opvalt is de aanwezigheid van kunst in de openbare ruimte. Er zijn heel veel gedichten te vinden op allerlei plaatsen: aan de kerk, bij het veer, op een huis. Ga maar eens op zoek. Ook beelden en kunstwerken staan er in groten getale. De geometrische vormen bij de Lingesluis vallen enorm op. Minder opvallend zijn de kleine bronzen beeldjes aan de oostelijke wal, maar die zijn zo humoristisch dat ik loop te schateren van het lachen. Een mannetje trekt een vies gezicht terwijl hij met een stokje in zijn schoenzool peutert: de bronzen drol. Een mannetje kijkt door zijn verrekijker, geweer op de rug. Naast hem zit een konijn, achter hem ook eentje en die doet een jachthond na. Titel? De jachthond.

Opmerkelijk: de Langendijk en de Kortendijk liggen duidelijk op de dijk van de Linge, ooit het begin van Gorinchem als vissernederzetting. In de Kortendijk (die langer is dan de Langendijk!) bevinden zich merkwaardige vierkantjes in het plaveisel. Twee rijen naast elkaar, een halve meter of iets meer uit elkaar. Dit is bedoeld voor een kistdam. Hiermee werd de dijk verhoogd door palen in de gaten te plaatsen met schotten er tussen en die provisorische bekisting te vullen met klei en mest om hoog water tegen te gaan.

Opmerkelijk 2: in oude steden geven straatnamen aan wat er ooit gevestigd was. Zoals de Weesgang, naast het voormalige Weeshuis. In deze gang zit een houten luikje: het vondelingenluik. Nu lijkt het er op dat het luik een ‘nep’luik is, maar zo werd het vroeger wel gedaan op menige plek.

Opmerkelijk 3: bij het veer staan twee Koreaanse beelden, cadeau van Zuid-Korea. Gorinchem is de geboortestad van Hendrik Hamel, boekhouder aan boord De Sperwer. Dit VOC-jacht zou in 1653 de overtocht gaan maken van Batavia naar de VOC- handelspost Descima in Japan, een relatief korte tocht. Het schip leed schipbreuk en Hamel en 35 metgezellen kwamen aan land in een tot dan toe onbekend gebied voor Europeanen: Korea. Dertien jaar werden Hamel en de zijnen gevangen gehouden en in 1670 ontkwam Hamel met 7 anderen in een scheepje naar Descima. Zijn geboortehuis is herbouwd met gebruik van oude bouwmethodes en herbergt nu een museum. Zuid-Koreanen weten Gorinchem daarom goed te vinden.


2 reacties op “Vestingstad”

  1. Willem Van Twillert Avatar
    Willem Van Twillert

    Weer een prachtig uitstekend onderbouwd verhaal dit keer over Gorkum Dank weer

    Hg Willem

    Verzonden vanuit Mailhttps://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=550986 voor Windows

    Like

    1. Spirit Avatar

      Dank je wel! De moeite waard om te bezoeken.

      Like

Plaats een reactie