Na een week met regen, sneeuw en hagel brak een stralende zaterdag aan. Hoe noordelijker ik kwam, hoe meer sneeuw.
We starten in Ommen bij het station en pikken de route weer op. Sprookjesachtig is het: de sneeuw, de blauwe lucht, de schittering van de waterdruppels in de zon, de damp die van de bomen komt.
We zien in de verte de Archemerberg, de Regge moet er ergens voor liggen, maar die laten we nu achter ons. Landgoed ’t Laer dient zich aan, met mooie bossen en een stralend wit landhuis uit de 18e eeuw. Ooit heeft hier een kasteel gestaan, maar dat is met de grond gelijk gemaakt.
We komen bij de Vecht maar eerst pauze bij Ekkelenkamp, waar ze niet alleen goede koffie serveren maar ook verrukkelijk gebak. Aanrader: dubbelvlaai 😊
De Vecht is net als de Regge een regenrivier met daardoor een grote fluctuatie in het debiet of de doorstroming van het water. In de winter kan de rivier dreigen te overstromen, ’s zomers kan er nauwelijks stroming zijn. De Vecht is breder dan de Regge en meanderde heel erg.
De zomerse waterafvoer en de meanders waren obstakels voor het scheepvaartverkeer, maar toch was de Vecht een belangrijke verbinding, tot ver in de 19e eeuw. Een factor hierbij was het vervoer van de Bentheimer zandsteen. Over water laat zwaar gesteente zich nu eenmaal makkelijker vervoeren dan over land. En er was veel vraag naar deze mooie steensoort.
Al zeker sinds 1250 werd deze steen gewonnen in groeves in Gildehaus. Er waren wel 9 groeves in bedrijf op het hoogtepunt van de zandsteenwinning. De grootste lag tussen Bad Bentheim en Schüttorf. Eeuwenlang werd de Bentheimer zandsteen verhandeld naar het Münsterland, naar Oost-Friesland en naar Nederland. De zandsteen werd met paard en wagen vanuit de groeven naar de Steinmaat in Nordhorn gebracht. Daar werd het ingeladen op schepen en over de Vecht naar Zwolle getransporteerd.
Door de hoge vervoerskosten werd Bentheimer zandsteen voornamelijk toegepast in belangrijke gebouwen. Voorbeelden zijn het stadhuis Paleis op de Dam en de Haarlemmerpoort te Amsterdam. Ook in het stadhuis van Zwolle is veel zandsteen verwerkt. Minder belangrijke gebouwen in Nederland werden voorzien van houten, geschilderde onderdelen in de verfkleur “bentheim”, zoals een aantal Amsterdamse grachtenhuizen. In Twente en Westfalen zijn vrijwel alle laatmiddeleeuwse kerken opgetrokken in Bentheimer zandsteen, zoals de Sint-Plechelmusbasiliek te Oldenzaal, waar we op onze etappe stonden.
De uitvinding van de stoomlocomotief maakte vervoer van andere soorten natuursteen mogelijk en dat was het einde van de grootschalige handel in zandsteen.
Ommen is een oud stadje aan de Vecht. In 1330 was er een stadsbrand en in 1624 brandde de Brigittakerk uit. Helaas is er weinig dat herinnert aan Ommens verleden. Veel nieuwbouw domineert het centrum. Maar de Brigitta is een fraaie uitzondering met de prachtige tufsteen, het torentje en een klokkenhuis tegen de kerk.
Langs de Vecht lopen we op buurtschap Varsen aan. In de verte is de plek waar de Regge de Vecht instroomt. De bochten van de Vecht zorgden voor veel pleisterplaatsen. Om 3 tot 5 km stond een herberg en dat was heel vaak een boerderij aan de rivier, waarmee de boer en boerin een extraatje verdienden.
We lopen door natuurgebieden waar oude Vechtarmen liggen, langs en over stuif- en rivierduinen. Bij MooiRivier lunchen we met zicht op de rivier.
Via de Vilsterse stuw steken we over. Zoals zo vaak in Nederland is dit een complex waterbeheerssysteem. Een stuw in de rivier, een vistrap er naast, er voorbij een schutsluis en dan een nieuw gegraven nevengeul met stuw.
Via buurtschap Hessum gaan we zuidelijk en steken de spoorlijn over. En we lopen zo landgoed Rechteren in. Brede lanen, bossen, boerderijen met de karakteristieke gekleurde luiken. Net voor Dalfsen staat het fraaie kasteel in de zon te pronken.
Het kasteel is gesticht aan het begin van de 14e eeuw en was eigendom van de graven van Bentheim. In 1315 kwam het tijdelijk in handen van Herman van Voorst en daarna via vererving in bezit van de Van Heeckerens, die zich na verloop van tijd Van Rechteren gingen noemen. Het kasteel is nog steeds in bezit van de familie en helaas niet toegankelijk, ook de tuinen niet.
Toch lopen we er heen over de drukke weg, want het is een prachtig gezicht tegen de blauwe lucht en we willen toch wat foto’s maken. De donjon, de woontoren, zien we boven het kasteel uit. Dit is het oudste deel van het kasteel, stammend uit de 14e eeuw en in de 15e eeuw verhoogd naar 30 meter.
Het kasteel heeft in al die eeuwen het nodige oorlogsgeweld getrotseerd en heeft het redelijk ongeschonden doorstaan. Wel werd het kasteel in 1591 ontmanteld. Maurits wilde voorkomen dat de Spanjaarden een sterke vesting in handen zouden krijgen. De ringmuur werd afgebroken, de wallen afgegraven, de hoofdgracht gedempt.
Een grappig detail: de spoorlijn ligt vlakbij het kasteel en van 1904 tot 1938 was er een stopplaats aan de spoorlijn, speciaal op verzoek van de kasteelheer.
Station Dalfsen is een half uur gaans te voet en ligt dichtbij, ook toen.





