Hoe vaak zullen hun gasten het tegen de waard en waardin hebben gezegd. ‘Ik kruip er in, hoor!’ Of zullen zij het tegen hun gasten hebben gezegd. ‘Kruip er maar in.’ Vaak genoeg, want hun herberg kreeg die naam. En zo heette de herberg nog steeds in 1672.

Vandaag is de herberg er niet meer, wel heet de straat nog zo: de Kruipin. Het slotenpatroon op een kaart verraadt ook nog de schans die hier werd opgeworpen en het latere fort Kruipin.

Woerden viel in september 1672 in Franse handen. De verdedigingswerken waren in slechte staat en Willem III en zijn leger voelden er niet veel voor om voorbij de gestelde inundaties te gaan. Woerden lag dus voor het grijpen en de Fransen bezetten de stad.

In oktober wordt een plan uitgedacht om Woerden te bevrijden. Met een schijnbeweging van een detachement Nederlandse soldaten laat de commandant van het Franse leger, de hertog van Luxemburg, zich weglokken naar het noorden, naar Naarden. Hierdoor is de weg vrij voor een bliksemaanval op Woerden.

In het holst van de nacht van 11 op 12 oktober komen de Hollandse soldaten op Woerden af. De graaf van Horne nadert de plaats vanuit Goejanverwellesluis. Ten oosten van Woerden, via de Rijndijk, rukt het leger van Frederik van Nassau-Zuylestein (een oom van Willem III) op. Terwijl Oranje en Horne de aanval op Woerden inzetten, zorgt Nassau-Zuylestein voor het graven van schansen en het maken van palissades om de tegenstander te vertragen.

Ondertussen rukt Luxemburg vanuit Naarden op naar Woerden. Zijn tocht wordt versperd door de schans van Zuylestein. Na een charge op de schans wordt hij teruggeslagen. En nog een keer. Zuylestein heeft echter de verdediging aan de kant van Kamerijk niet op orde. Luxemburg maakt hier gebruik van, weet de Hollandse linie te doorbreken en valt Zuylestein in de rug aan. Zware gevechten volgen met veel slachtoffers, waaronder Zuylestein. Zijn leger verliest terrein en de aanval op Woerden wordt afgebroken.

De slag bij Kruipin gaat de geschiedenis in als de grootste veldslag op Nederlandse bodem.

Woerden komt er intussen slecht vanaf. De Fransen in de stad willen hun kameraden in Utrecht waarschuwen en steken daartoe een groot vuur aan op de toren van de Grote Kerk. De harde wind zorgt er voor dat dit volledig uit de hand loopt. De spits vliegt in brand, de toren stort in en valt in de kerk, die in brand vliegt. De brand slaat daarna over op de huizen in de buurt. 150 huizen branden uit.

De Woerdenaren moeten het Franse garnizoen voorzien van eten en drinken en lijden daardoor zelf honger. Luxemburg houdt ook in de omgeving huis als de vorst invalt en de Waterlinie zijn functie verliest. Zwammerdam en Bodegraven worden doelwit van een roof- en moordtocht. Een jaar later, in november 1673, kan Woerden zich vrij kopen. Voor 15.000 guldens.

Woerden wordt daarna onderdeel van de Waterlinie en omgeturnd tot vesting, waarin ook het 15e eeuwse kasteel wordt opgenomen. Dubbele grachten komen er, en ravelijnen, bolwerken en nog weer later een arsenaal en een kazerne. Bij Kruipin wordt de schans vervangen door een fort dat aan de overkant van de Oude Rijn een tegenhanger krijgt: fort Oranje. Ook dat fort is alleen nog maar op de kaart terug te zien.

Ik doorkruis de binnenstad en bezoek het Museum Woerden. Dat is gevestigd in het Stedehuys, het 16e eeuwse stadhuis. Prachtig versierd met sierstenen banden, ramen met rode luikjes. En met een heuse schandpaal op de hoek. Binnen is het klein en knus, met oude trappen, prachtige tegeltjes in de haarden en een Vroedschapskamer uit 1610.

Leuk detail: op het plein voor de kerk kun je een grote lijntekening zien van Woerden. En ook is daar in de bestrating de toegangspoort van Castellum Laurium gemarkeerd, uit de Romeinse tijd.

En de naam? Woerden komt van het Oudnederlands uurth voor omheind gebied, tuin of hoogte. Vergelijk wierde en woerd. En je merkt het ook. Vanaf de singels naar het centrum loop je duidelijk omhoog, naar een straat die de Hoge Woerd heet.

Lees deel twee hier.


Eén reactie op “Kruipin”

Plaats een reactie