1150, omstreeks die tijd wordt Weesp voor het eerst vermeld. Als Wispe, Wisepe of Wesepa. De naam komt van een rivier, de Smal Weesp. En de naam van deze rivier komt van apa (rivier, stroom) en het Germaanse wisi- (goed) of het Indo-Europese wis of weis (stromen, wegstromen). Hoe het ook zij: water speelt een hoofdrol in de geschiedenis van Weesp. Ik zie dat ook aan de straatnamen, zoals Slijkstraat.
Niet alleen de Smal Weesp, maar ook de Vecht stroomt hier. En dit kleine stadje maakte deel uit van maar liefst drie waterlinies: de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam.
In 1355 kreeg Weesp stadsrechten van de graaf van Holland. Het beschikte al over een aarden en houten omwalling. Niet verwonderlijk: het lag strategisch, op de grens van de machtsgebieden van de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht.
Eind 15e eeuw viel het stadje in handen van de troepen van Gelre. Deze troepen hielden plundertochten naar Amsterdam en dat werd de aanzet voor de stenen stadsmuren. Weesp moest zich beter kunnen verdedigen.
1672, het Rampjaar, was voor het kasteel van Weesp inderdaad rampzalig. Het werd volledig met de grond gelijk gemaakt. Voortvarend werd na 1672 een begin gemaakt met een flinke uitbreiding van de vesting Weesp als onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. De oostelijke zijde is afgemaakt, de westelijke zijde niet. Wellicht geldgebrek. Maar tijdens mijn wandeling loop ik over de straten die zijn aangelegd op de geplande wallen. Heel apart om dat op de kaart te zien, de belijning van een vesting zonder de restanten ervan.
De laatste uitbreiding was het enorme torenfort Ossenmarkt op het gelijknamige eiland tussen de twee al bestaande bastions. Hiervoor werd de Gravelandse poort gesloopt. Wat er allemaal niet moet wijken voor defensie.
En dat brengt me op de Kringenwet. Een vesting is gebaat bij een goed zicht en een vrij schootsveld, en dus zijn huizen en bomen obstakels bij de verdediging. En dat moet worden geregeld.
In 1792 al werd een vrij schootsveld geregeld in een besluit van de Staten van Holland. Binnen 230 meter vanaf de buitengracht mocht niet gebouwd worden. Vanaf 1810 werd bouwen binnen 500 meter aan strenge regels gebonden, volgens de Franse wet die toen van toepassing werd.
Na een halfslachtige wet uit 1814 kwam in 1853 eindelijk de Kringenwet tot stand. Simpelweg kwam het neer op kringen waarbinnen wel of niet gebouwd mocht worden en tevens werd bepaald uit welk materiaal het moest bestaan. Een huis van hout en riet in de eerste kring bijvoorbeeld zou kunnen, als je tenminste toestemming kreeg van de minister van Oorlog.
Er was een kleine kring, tot 300 meter, dan de middelbare kring, tot 600 meter en dan de grote kring, tot 1000 meter. Per fort en vesting werd bekeken of de Kringenwet van toepassing werd verklaard. Forten en vestingen werden daarvoor geklasseerd. En Weesp viel in de eerste klasse.
Dat had grote gevolgen voor de bebouwing rondom Weesp. Tijdens mijn wandeling zie ik aan het Molenpad een lange rij houten huizen staan, allemaal gevolg van de Kringenwet.
Kwam er oorlog of was er oorlogsdreiging, dan was zo’n houten huis namelijk snel af te breken of te slopen. De schoorsteen mocht nog wel van steen zijn, logisch eigenlijk, maar die was na de sloop makkelijk omver te trekken.
De binnenstad van Weesp is niet van hout. Prachtige stenen monumenten staan er. Het voormalige stadhuis dat zo uit Amsterdam lijkt te zijn weggelopen, de mooie Grote Kerk, een 18e eeuws industriecomplex, waar ooit een brouwerij, een mouterij en een likeurstokerij gevestigd waren, de voormalige synagoge, veel prachtige oude huizen, sluizen, bruggen, schepen. En dan het prachtige weer.
Na koffie met gebak aan de oever van de Vecht ga ik op pad voor deel twee van deze dag.





