5 mei 1858. Parijs. Eén voor één staan ze voor de fotograaf. In hun mooiste uniform. Doodstil, glimlachen mag niet. Starre afbeeldingen worden het daardoor, maar kijk eens dieper, kijk eens verder…
Wat zijn ze trots! Monsieur Moret, Monsieur Ducel, Sergeant Taria. Even zijn ze weer de dappere soldaten waar hun keizer zo trots op was.
Elk jaar, op zijn sterfdag, 5 mei, gaan de veteranen van Napoleon naar Parijs. En in 1858 wordt een aantal van hen op de gevoelige plaat vastgelegd. En deze foto’s bestaan nog steeds en in Naarden kun je hen vandaag de dag in de ogen kijken: soldaten van Napoleon’s Grande Armee.
Vandaag ben ik op pad in Naarden voor een Waterlinieommetje maar het weer is echt bar en boos te noemen. De hele dag regent het, het begint steeds harder te waaien, en daarom start ik maar met alle musea die Naarden rijk is. Ben ik binnen, tenminste.
In het Vestingmuseum ontmoet ik de soldaten van Napoleon en krijg ik uitleg over de vestingwerken. Hiervoor doorkruis ik de gebouwen en gangen van bastion Turfpoort.
Naarden is onderdeel van de beide Hollandse Waterlinies en is één van de best bewaarde vestingsteden van Nederland met een prachtige stervorm. En uniek vanwege het dubbele stelsel van wallen en grachten.
Vanuit het Vestingmuseum steek ik de straat over naar het Weegschaalmuseum, gevestigd in het Spaansche Huis. Klein en bijzonder en ik vind het leuk. Gewichten, maten, alles wat daarmee te maken heeft staat in dit museum: van ijkwezen tot postweegschaal, van ellestok tot bascule, van Johannesbroodboompeul tot veerunster.
En weer Napoleon, want hij introduceerde de standaarden voor gewicht en afstand waar we tot op de dag van vandaag mee werken: meter en kilo. Hij wilde immers één groot rijk en standaardiseren van gewichten en afmetingen bevordert de handel en de communicatie.
Het Spaansche Huis zelf is één van de oudste panden van Naarden en gaat terug op een middeleeuws gasthuis of een kapel, later verbouwd tot stadhuis. Plek van het bloedbad van Naarden. 1572, Naarden is ingenomen door de Geuzen. Don Frederik, zoon van de beruchte Alva, onderneemt een strafexpeditie vanaf Mechelen naar Zutphen en dan Naarden. Ongenadig was deze expeditie, niet zonder reden de Spaanse Furie genoemd. Honderden mensen werden in dit pand omgebracht. Nadat de Furie voorbij was, waren er 60 inwoners over, van de 800…
Ik loop verder naar het prachtige Renaissance stadhuis uit 1601 en maak een rondje om de beroemde Grote Kerk uit de 14e en 15e eeuw, bekend van de jaarlijkse Matteuspassie. Voor de kerk een standbeeld van Jan Amos Comenius.
Over hem kom ik meer te weten in het aan hem gewijde museum in de voormalige Weeshuiskazerne, zo genoemd omdat het een weeshuis was voordat het een kazerne werd. Ooit stond hier een klooster en in de voormalige kapel is een mausoleum ingericht voor Comenius.
Comenius werd geboren in Moravië, nu Tsjechië, in 1592, en was theoloog, filosoof, hervormer, pansofist en pedagoog. De dertigjarige oorlog die in Midden Europa huis hield, zorgde ervoor dat hij vluchteling werd. Uiteindelijk belandde hij in Amsterdam waar hij in 1670 stierf. Begraven werd hij in de Waalse kerk van Naarden, de voormalige kloosterkapel.
Hij had een onwaarschijnlijke beschermheer, nl. Louis de Geer, een rijke koopman uit Amsterdam, die handelde in wapens, meer bepaald kanonnen. Zijn bijnaam was kanonnenkoning. Hij vestigde zich uiteindelijk in Zweden en bevoorraadde de vechtende partijen in de dertigjarige oorlog, waarvoor zijn beschermeling op de vlucht was.
Mijn ijdele hoop op droog weer vervliegt zodra ik buiten kom. Toch waag ik me aan het Waterlinieommetje. Ik loop over de tweede wal om de hele vesting heen. Aan het eind zie ik iets van hoe een inundatie er uit moet zien. Door de regen treden slootjes buiten hun oevers en waar is nu water en waar land? De eenden maakt het niets uit.
Opmerkelijk 1: buskruit is poeder. Hoe kun je zien of het niet is versneden met iets anders? Op het terrein van het Vestingmuseum staat een mast die ik voor een vlaggenmast hou. Mis, het is een kruitmast. Onderaan zit een potje, buskruit erin, kogel erop, aansteken maar en poef! De kogel wordt omhoog geschoten langs de mast waarop met bordjes in Amsterdamse voeten de afstand is aangegeven. Hoe hoger de kogel, hoe beter de kwaliteit buskruit. Simpel maar doeltreffend.
Opmerkelijk 2: achter in het Spaansche Huis is een oude broodbakkerij te zien, die het Franse garnizoen in Naarden van wel 1000 broden per dag kon voorzien. Op last van Napoleon geïnstalleerd.
En die Johannesbroodboompeul? De pitten daarvan hebben een constante massa, droog of vochtig. De Griekse benaming is keratia, en daar komt de naam karaat vandaan voor het gewicht van goud en edelstenen.














