Water, water en nog eens water. Ik ben op pad voor het tweede Waterlinieommetje en dat is wel duidelijk. Een brede sloot links van me, idem rechts, de regen klettert op de auto, de weg glimt van het water, de wereld is grijs. Wat een weer, maar ik laat deze dag niet in het water vallen…
Ik loop naar het musem en daar komt een zilverkleurige geldauto aanrijden, van brouwerij Argentum. Ik ben dus op de goede weg. Argentum is de scheikundige benaming van zilver en ik ben in Schoonhoven, voor het Zilvermuseum. Ik wil het Waterlinieommetje gaan wandelen, maar de regen doet me besluiten om eerst maar het Zilvermuseum met een bezoek te vereren.
Het museum is gevestigd in de voormalige Kazerne van Schoonhoven, een pand dat in 1627 gebouwd werd als arsenaal. Er is een prachtige tentoonstelling van vader en zoon Thalen. Deze kunstenaars werken met zuiver zilver, 999/0, een materiaal dat vrij zacht is en daarom niet gebruikt wordt voor sieraden en bestek. Er staan grote en kleine(re) siervoorwerpen, waaronder een grote vaas van 10 kilo zilver. En een vaasachtig voorwerp, goudkleurig hoewel van zilver, met piepkleine diamantjes er op.
Een verdieping hoger ‘Het geheim van de smid’: ik krijg informatie over de diverse technieken die gebruikt worden bij het verwerken van zilver. Gieten, drijven, filigrain, hameren, zagen, galvanisatie. Ik zie voorwerpen die ik herken: een tabaksdoos (mijn opa had zoiets), een loddereinflesje (ik heb er eentje van mijn oma). En Zeeuwse knopen, klein en groot. Ik had ooit een ringetje daarvan.
Beneden kijk ik even bij de zilversmid van dienst en terplekke besluit ik een ring bij haar te kopen. Esmee Muylwijk heeft een bijzondere collectie ontworpen, geïnspireerd door boombast. Van was maakt ze eerst een model, dat in gips wordt verpakt, waarna gloeiend zilver de was smelt: de verloren-wasmethode. De ring moet op maat worden gemaakt en daarom ga ik op pad voor het ommetje.
Buiten is het droog, eventjes dan toch. Ik loop even bij de Rooms-Katholieke Bartholomeuskerk naar binnen en tref daar een verzameling kerststallen aan. Heel sfeervol op deze grijze dag.
Ik wandel verder en het gaat weer regenen. Alles komt langs: het miezert, het motregent, het druppelt, het regent, maar droog, nee, dat wordt het niet meer.
Ik loop letterlijk om de oude stad heen, over en langs de voormalige vestingwerken. Schoonhoven ligt aan de Lek, tegenover Nieuwpoort, waar ik vorige week was. Schoonhoven is ontstaan aan de monding van de Zevender in de Lek. Hier werd begin 13e eeuw een kasteel gebouwd en in 1247 is er voor het eerst sprake van Sconhouen.
Dit plaatsje groeide snel en in 1280 was het een stad. Wanneer Schoonhoven stadsrechten kreeg is onduidelijk, maar halverwege de 14e eeuw is het al een belangrijke vestingstad. Scheepvaart, bier brouwen, veelteelt en visserij waren de bronnen van bestaan. En het was de grootste marktplaats van de omgeving. Schoonhoven kreeg een stadsmuur met grachten.
In de 16e eeuw volgt verdere uitbreiding. Nieuwe stadspoorten, vier in totaal (eentje is er nog, de Veerpoort uit 1601), betere verdedigingsmuren. Er wordt een mooi stadhuis gebouwd. Het staat er nog steeds, al is er veel aan veranderd. De prachtige toren heeft een mooi carillon met 50 klokken en ik krijg het diverse keren te horen tijdens mijn wandeling. Ook de Grote Kerk wordt gebouwd, met een machtige en massieve toren. Maar Schoonhoven heeft in de Opstand (de 80-jarige oorlog) ook flink tegenslag gehad. Het werd in 1572 ingenomen door de watergeuzen en in 1575 door de Spaanse troepen heroverd, waarna het de Hollandse troepen in 1577 lukte om de stad definitief in handen te krijgen.
Na 1672 krijgt Schoonhoven, samen met Nieuwpoort aan de overzijde, de taak de doorgang in de Waterlinie die de Lek vormde, te verdedigen. Hiervoor wordt de stad verder versterkt en krijgt het bastions, kanonnen en grachten. En ook een beer met een ezelsrug, maar met één monnik.
De stad heeft sinds de 17e eeuw een zilverindustrie, die welvaart naar de stad bracht. In de 19e eeuw werden de bastions en muren gesloopt. Schoonhoven was als vestingstad niet meer nodig. De Nieuwe Hollandse Waterlinie had de taak van de oude overgenomen.
Ik ga terug naar het museum om mijn ring op te halen. Vlakbij het museum staat de Waag uit 1617 en waar ooit hennep- en vlasproducten werden gewogen, geniet ik van mijn maaltijd. Als ik naar de auto terugloop is het droog. Tja.













