Het duizelt me op een gegeven moment. Overal, maar dan ook werkelijk overal zijn versieringen, ornamenten, beelden en beeldjes. Beschilderde tegels, ingelegd parket, geblokte tegelvloeren. Hier klimt een stenen schildpad tegen een pilaar op, daar zit een houten hondje op de balustrade. Jacoba van Beijeren en haar echtgenoot Frank van Borssele in steen omlijsten een deuropening. Koning David heeft gezelschap van Karel de Grote en graaf Willem II van Holland op de grote schouw. Drie geharnaste ridders te paard vormen een kroonluchter, enorme hemelbedden met pilaren. Een enorme hal op de voormalige binnenplaats, een heuse Ridderzaal. En een krokodil fungeert als omhulsel van een barometer…

Het is koud vandaag en erg bewolkt als ik uit Tiel vertrek. Onderweg komt de zon door en onder een stralend blauwe lucht loop ik vanaf station Vleuten op kasteel De Haar aan. In het zuiden zie ik de wolken zitten, waaronder de helft van Nederland vandaag blijft somberen.

Kasteel De Haar staat in een prachtig parkbos, heeft mooie tuinen en het lijkt meer op een middeleeuws kasteel dan echte middeleeuwse kastelen zelf ooit leken.

Dat komt omdat dit kasteel niet echt is en niet echt oud is. Tenminste niet helemaal.

Ooit stond hier in de 12e eeuw al een versterkte woontoren. Later in de 14e eeuw was het nog steeds alleen die toren, op een stroomrug van de Oude Rijn. Hier is ook de naam aan ontleend. Van het Oergermaans Haru: zandige heuvelrug.

In 1449 komt het door een huwelijk in bezit van de familie Van Zuylen van Harmelen. Na herhaalde aanvallen en verwoestingen, zoals tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, werd het kasteel telkens hersteld en uitgebreid. Het kasteel werd zwaar beschadigd door de Franse invallers in 1672. Schade werd ook veroorzaakt in 1674 door het noodweer dat ook een deel van de Domkerk in Utrecht vernietigde.

Het kasteel en de bijbehorende landerijen en rechten bleven in de katholieke tak van de familie Van Zuylen van Nyevelt. Een deel van deze familie had zich in de Zuidelijke Nederlanden gevestigd. De laatste Noord-Nederlandse eigenaar liet De Haar na aan Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt, Tweede Kamerlid en burgemeester van Brugge. Hoewel hij en zijn erfgenamen banden bleven behouden met hun Nederlandse bezit, werd het niet opnieuw bewoond en raakte het nog meer in verval. Aan het einde van de 19e eeuw restte er niet meer dan een ruïne.

Jean-Jacques was inmiddels in de adelstand verheven en mocht de titel baron voeren. Zijn kleinzoon Étienne trouwde in 1887 met Hélène de Rotschild, inderdaad uit de beroemde bankiersfamilie uit Parijs.

En toen…

Toen waren er de middelen om het kasteel te restaureren. Wat heet: reconstrueren is een beter woord.

Niemand minder dan Pierre Cuypers werd de architect. Pierre had een bepaald idee van hoe een middeleeuws kasteel er uit zou moeten zien. Het werd de baron en de barones soms echt te gortig. Her en der zie je dan invloeden uit een compleet andere tijd of zelfs contemporaine invloeden. En dan kon Cuypers boos worden.

Sowieso is het kasteel wél voorzien van alle destijds moderne gemakken. Warm en koud stromend water, elektriciteit, centrale verwarming, complete badkamers, zelfs een toiletkamer, waar dames zich tijdens een bal konden terugtrekken om hun toilet in orde te maken. Dus geen WC, al is die er ook. Er zijn maar twee echte haarden in het hele kasteel. Middeleeuws is prima, maar dan wel comfortabel, graag.

Het kasteel werd gebouwd op de fundamenten en overgebleven ruïnes van het oude kasteel, dus het formaat klopt. Maar de tot in het overdrevene doorgevoerde neo-gothiek niet. Al is het wel echt erg mooi, ook al is het wel veel.

Ik loop mee met de rondleiding door de gastenverblijven en de bediendenvertrekken. Voor die tijd zeer modern, mét verwarming en licht en ruim. Maar wel duidelijk wordt dat personeel niet gezien mag worden. Allerlei gangen en trappen zorgen daarvoor. Ik krijg echt het gevoel dat Downton Abbey zich hier zou kunnen afspelen. Of Upstairs, Downstairs… Ieder moment verwacht je dat de butler of een dienstmeisje de hoek om komt lopen.

Ik loop door de keuken, het laatste stuk van de route. Met een gigantisch dubbel kolenfornuis en een batterij aan koperen potten en pannen: de moderne hotelkeuken van die tijd.

Het parkbos werd aangelegd door tuinontwerper Copijn, waarbij volwassen bomen vanaf de Utrechtse Heuvelrug werden getransplanteerd. Er kwam een grote vijver en om vrij zicht te hebben werd het hele dorp dat er naast lag, Haarzuilens, afgebroken en iets verderop herbouwd, maar dan wel volgens de inzichten van Cuypers.

De familie gebruikte het kasteel 1 tot 2 maanden per jaar en ontving daar de beroemdheden van hun tijd die er enkele dagen tot soms weken verbleven. De dochters van de laatste baron gebruiken nog steeds het châtelet, het poortgebouw voor het kasteel, als hun zomerverblijf.

Étienne was trots op zijn familie en wilde dat uitdragen, via dit kasteel dat als een soort familiemuseum zou zijn, als eerbetoon aan zijn familie. Een van Zuylen ging in de 12e eeuw zelfs op kruistocht. En Jacoba van Beijeren? Haar echtgenoot Frank van Borssele was geparenteerd aan een Van Zuylen en daarom liet hij de portretten van Jacoba en Frank uit het Rijksmuseum kopiëren én liet hij ze in steen vereeuwigen.


Plaats een reactie