Vandaag heb ik een lange dag in het vooruitzicht. Ik begin dus maar vroeg. Om 7 uur zit ik al aan het ontbijt. Om 8 uur fiets ik weg, terwijl het carillon van de Catharijnekerk speelt.

Ik fiets langs Rotterdamse havens die zich tot hier uitstrekken. Een lange smalle strook land ligt hier tussen de haven en een scheepvaartkanaal en daar gaat de tocht overheen. Bij de Spijkenisserbrug sta ik even stil. Er komen een paar grote schepen aan en de brug is open. Er staat een stukje van de oude brug. Hier liep vroeger ook een tramlijn, tot 1965. Nu zijn er metrolijnen die grotendeels ondergronds zijn.

Ik fiets langs Spijkenisse naar de Berenplaat naar het Rhoonse veer op Oud-Beijerland. Helaas! Dat vaart pas over ruim 1,5 uur weer. Een aardige oudere heer vertelt me waar ik de volgende pont kan vinden, Hekelingen – Nieuw-Beijerland. Hij fietst een eind mee, wat ik zeer waardeer. The Queen Jacqueline brengt me over het Spui naar de Hoeksche Waard. Het is wel duidelijk: deze eilanden zijn met bruggen aan het vaste land geklonken, maar omrijden hoort erbij. Gisteren ook al. Als één verbinding uitvalt, is omrijden je deel.

Ik laat de industrie en de havens verder achter me. In Oud-Beijerland ga ik pauzeren. Dit dorp heet naar Sabina van Beijeren. Deze Duitse prinses was getrouwd met Lamoraal van Egmont. Hij stichtte Beijerland. Later kwam er een tweede dorp met dezelfde naam. Dus Oud en Nieuw. Het derde dorp werd Zuid. Als de naam Egmont bekend voorkomt? Klopt! Hij werd samen met Horne op de Grote Markt van Brussel geëxecuteerd. Alva had hen van ‘verraad’ beschuldigd.

De Hoeksche Waard, alweer een eiland! Wat nu Puttershoek heet was vroeger Ambachtsheerlijkheid Hoecke. Ik rij hier over oude dijken, langs landerijen en langs de Binnenmaas, een restant van de Romeins-Middeleeuwse Maas.

In Maasdam pauzeer ik alweer. Het is zo warm dat ik zo door mijn water en energie heen ben. In Maasdam realiseer ik me dat Van der Duyn van Maasdam hier iets mee te maken heeft. Hij was één van het zogenaamde driemanschap. In 1813 na het vertrek van de Fransen nam hij samen met Van Limburg Stirum en Van Hoogendorp het landsbestuur op zich, in het Voorloopig Bewind. Tot er weer een Oranje op de troon zat. Hij was dus heer van dit dorp.

In ‘s-Gravendeel sjees ik door de Kiltunnel. Er loopt wat water op bodem. Oi, oi, snel zijn. Boven mag ik over de Wieldrechtse Zeedijk fietsen. Zo’n naam doet je realiseren dat de zee vroeger echt tot hier kwam. Het Eiland van Dordt is door de enorme Moerdijkbruggen verbonden met Brabant.

Ik heb een levendige fantasie en die gaat op de brug in de overdrive. Ik voel me als het ware vallen. Echt, zo’n hoogtevrees. Ik blijf ver weg van de leuning en fiets links op het fietspad. Ik maak nog een foto en onderwijl voel ik de brug trillen. Ik slaak echt een zucht van verlichting aan de overkant.

Ik laat de industrie van Moerdijk rechts liggen en door Lage Zwaluwe en Drimmelen met de typische boerderijen in kleine gele steentjes zoek ik mijn volgende pauzeplek op.

Geertruidenberg laat ik links liggen, dan Raamsdonkveer en Raamsdonk. Vlakbij de Bavokerk van Raamsdonk kom ik op een mooi fietspad. Het Halvezolenpad. O, ja, natuurlijk! De Langstraat. In dat gebied ben ik nu.

De dorpen tussen Geertruidenberg en ”s-Hertogenbosch zijn vrijwel allemaal langgerekte lintdorpen. “De Langhe Straet”, zoals het vroeger heette, was oorspronkelijk een dijk door het moerassige landschap tussen het Oude Maasje en de hoger gelegen Brabantse zandgronden. In een oorkonde van 6 april 1422 wordt door de Graaf van Holland (Jan van Beyeren) bevolen, dat moest worden begonnen met het aanleggen van een dijk van Geertruidenberg naar het oosten door De Langstraat. Het duurde nog tot 1461 dat een primitief dijkje werd gelegd van Geertruidenberg naar Baardwijk.

De schoenen- en leerindustrie heeft hier eeuwen bestaan. Eind 19e eeuw werd een spoorlijn aangelegd van ‘s-Hertogenbosch naar Lage Zwaluwe, volledig gefinancierd uit de inkomsten vanuit Nederlands-Indië. In de jaren ’50 stopte het personenvervoer, in 1972 ook het vrachtvervoer. Nu is de lijn voor het grootste deel fiets-voetpad. De naam was Langstraatspoorlijn, in de volksmond het Halve-zolen-lijntje.

In Drunen ben ik op mijn overnachtingsadres en ik ben blij toe. Liters water en cola, broodjes, gebak en hartig eten zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Het was in Drimmelen 34 graden. Maar 108 km zit er op. Totaal 763.


Plaats een reactie