‘Hé, Jan, denk je dat dat veer vanzelf vaart?’ Jan schrikt op. Gisteren was het feest in de stad geweest. Eindelijk was het gehate garnizoen van de bezetters vertrokken. Lekker ver weg, naar Utrecht helemaal. Maar het was laat geworden en er was flink gefeest.
Hij slofte naar zijn veerpont. Van schrik bleef hij staan. Zag hij dat nou goed? Wat lagen daar nou voor schepen voor anker op de rivier. Hij gaat op verkenning uit en tot zijn verbazing ontmoet hij aan boord een vroegere plaatsgenoot.
Maar de admiraal van deze vloot, dat lijkt ‘m geen gemakkelijk heerschap. Het hoognodige, meer zegt ie niet tegen hem.
Hij krijgt een boodschap voor de vroede vaderen mee en roeit terug. Op het stadhuis breekt paniek uit. Wat nu? Kiezen tussen twee kwaden, maar welk kwaad dan?
Gelukkig voor hen, hoeven ze niet te kiezen. Via de Zuiderpoort en de Noorderpoort wordt de stad ingenomen. En zo veranderde de geschiedenis van Nederland door een stom toeval.
Vanmorgen vertrok ik met weer een zonnige dag in het vooruitzicht vanuit Noorden. Via de knooppunten-app heb ik een route gepland en dat is dit keer echt een hele mooie. Ik rij vlak langs en door dorpen en grote steden, maar wel over rustige dijkwegen, fietspaden in de natuur en door parken. Echt het Groene Hart. Slootjes, vaarten, bruggen in overvloed, sluizen, bootjes en schepen. Geweldig, zo mooi.
Via Zwammerdam schamp ik langs Boskoop Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen voor ik in Nieuwerkerk aan den IJssel arriveer. Beach Nesselande is mijn eerste stop. Dan verder naar Oud Verlaat waar ik langs de oever van de Rotte fiets. Terbregge (van dat verkeersplein), Hilligersberg en Overschie en dan Schiedam. Bij het station wordt me een heerlijke linzensoep voorgeschoteld in het Turkse eethuis. Ik maak me klaar voor de laatste kilometers.
Via Vlaardingen komt de Nieuwe Waterweg in zicht en even later de pont Maassluis-Rozenburg. Daar een teleurstelling. De Calandbrug is dicht. Ik moet over de Rozenburgse sluis en dat is zo’n 10 kilometer om. Maar uiteindelijk beland ik waar ik moet zijn. Den Briel, nu Brielle geheten. Daar speelde 450 jaar geleden zich deze geschiedenis af.
Coppelstock, want over hem hebben we het, ontmoet aan boord zijn oud-stadgenoot Bloys van Treslong, en de admiraal, Willem van der Marck, heer van Lumeij, een geus met een duistere reputatie.
De Engelse koningin Elisabeth was ze zat, die geuzen, en ze moesten maar eens ophoepelen uit Dover. Ze zou het nog aan de stok krijgen met Philips II. Nee, daar zat ze echt op te wachten.
De geuzen gingen scheep en voeren naar Texel om Enkhuizen aan te vallen vanaf de Zuiderzee. Storm en navigatiefouten zorgden ervoor dat de vloot bij Den Briel voor de stad verscheen. Op 30 maart 1572 had men daar de Spaanse bezetter met veel plezier zien gaan.
Bloys en Lumeij horen dit en sturen Coppelstock naar het stadsbestuur. Boodschap: geef je over of wij plunderen de stad. Maar de geuzen lieten het stadsbestuur niet kiezen en vielen zelf aan. De stad was gewonnen voor de anti-Spaanse opstandelingen.
No es nada. Het is niets. Dat zou Alva gezegd hebben. Maar toch stond op 5 april een Spaans leger voor Den Briel. De stadstimmerman opende een sluis waardoor de polder voor de stad onder water liep. De Spanjaarden trokken zich terug om tot de ontdekking te komen dat hun vloot in de hens was gezet door een groep geuzen.
Dordrecht werd daarna ingenomen. En Gorinchem. Dat is de inktzwarte bladzijde van dit verhaal. Lumeij liet 19 monniken uit Gorinchem naar Den Briel overbrengen. Na martelingen werden ze alle 19 opgehangen. Oranje had Lumeij verboden hen iets aan te doen. Vergeefs. Lumeij achtte Oranje niet. Toch was dit een keerpunt. Lumeij had zijn hand overspeeld. Oranje liet later Lumeij gevangen zetten en kreeg met hulp van uit Emden en Engeland teruggekeerde protestanten de opstand op de rit. De 80 jarige oorlog was op stoom.
Een storm, navigatiefouten, twee stadgenoten die elkaar weerzien, een admiraal die zich te buiten gaat aan wreedheid. En Oranje wordt zo de leider van de Opstand
85 km gefietst en 7 km gewandeld. Totaal 655 en 64.









