Idealistisch was het begonnen.
De armoede na de Franse overheersing was ten hemel schreiend. Amsterdam alleen al had 3600 weeskinderen te verzorgen.
Ook de industriële revolutie deed mee aan dit probleem. Gezinnen gingen naar de steden, woonden uiterst armoedig en ongezond, mannen, vrouwen én kinderen moesten ongezond én gevaarlijk werk verrichten tegen een schamel loon. Drankmisbruik vierde hoogtij, niet het minst omdat sommige werkgevers de lonen lieten uitbetalen in een kroeg waarvan ze zelf eigenaar waren.
Generaal Johannes van den Bosch onderkende deze problemen en richtte in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid op. Weldadigheid betekent in deze context liefdadigheid.
Weeskinderen werden vanaf 1823 opgevangen in Veenhuizen, in grote gestichten. Zij kregen onderwijs en leerden een beroep. Dat was zeer vooruitstrevend. De leerplichtwet zou nog 80 jaar op zich laten wachten.
Later werd het een plek voor de bedelaars en landlopers. Het was strafbaar om dakloos te zijn of te zwerven of te bedelen. In de gestichten zouden ze leren eerzame burgers te zijn.
De maakbaarheid van het leven stond voorop. Wat de gevangenen hiervan vonden, was niet van belang. Ze werden onderweg naar de kerk of naar hun werk herinnerd aan waarom ze hier zaten. Vrijwel ieder huis heeft een moralistisch opschrift: humaniteit, flink en vlug, orde en recht, kennis is macht, werken is leven, arbeid is zegen… en werk en bid. Ik weet toch zeker dat het andersom moet zijn… Alles in een strak lettertype, dat inmiddels het handelsmerk van het dorp geworden is. Uitzondering: op de directeurswoning staat in sierlijke letters Klein Soestdijk en verroest, het lijkt er echt op.
Heel bijzonder is het ziekenhuis. In een tijd waarin de gewone burger nauwelijks of geen toegang had tot gezondheidszorg, stond er hier een compleet ziekenhuis. Ongekend in die tijd, vandaar ook de belangstelling vanuit andere landen.
De maatschappij ging failliet, omdat opbrengsten uit de in de gestichten gemaakte producten zwaar tegenvielen.
De overheid nam het beheer over en Veenhuizen werd een gevangenisdorp. Pas sinds 1981 is het dorp vrij toegankelijk. Nu fiets of wandel je vlak langs de gevangenissen waarvan er nog drie zijn.
Vanaf Anloo was ik via Gasteren, Oudemolen, Ubbena, Zeijen, Zeijerveld en Huis ter Heide naar Veenhuizen gefietst. Van de beschutting van de Hondsrug naar de veenontginningen rond Veenhuizen, Veenhuizen bestond als veendorp sinds midden 14e eeuw.
Opmerkelijk: de slogan van het informatiecentrum van Veenhuizen: ‘Veenhuizen boeit’. Wie bedenkt het…?!
Ik ga vrolijker oorden opzoeken. In Norg ben ik net op tijd voor een kleine bezichtiging van de 13e eeuwse Margaretha-kerk.
Ik besluit de dag op het terras van het café met een 0.0 biertje en een hamburger, onder de parasol, terwijl het heerlijk regent.
65 km gefietst en 12 km gewandeld. Totaal 364 en 36.
Deel 1 van vandaag lees je hier: https://geschiedenisoveraltevinden.home.blog/2022/08/19/spoor-van-jagers/






