Ik rij over het industrieterrein Hessenpoort bij Zwolle en de kruidige geur van specerijen komt me tegemoet. Dat doet me er aan denken dat het vandaag 77 jaar geleden is dat Indonesië (waar sommige specerijen vandaan komen) zich onafhankelijk verklaarde van Nederland. Nederland, de voormalige kolonisator, kan zich bij monde van huidige regering er nog steeds niet toe zetten deze onafhankelijkheid te erkennen.
Hier vlakbij woonden ook kolonisten. In Ommerschans. Maar dat waren wel heel andere kolonisten dan die Nederlands-Indië onder hun bewind hielden.
Ik fiets van Wezep via Zwolle naar Nieuwleusen. Ik fiets in Zwolle langs de straat waar vroeger mijn school stond. Er is veel veranderd. Ik herken een enkel gebouw, meer niet.
Aan de Vecht pauzeer ik even voor koffie mét. En dan ga ik op weg naar Ommerschans. Prachtig gelegen, donker water, bomen, bochtige weg, mooie huizen. Niets verraadt wat zich hier ooit afspeelde.
De weg van Ommen naar Zuidwolde had tijdens de 80 jarige oorlog bescherming nodig tegen de oprukkende Spanjaarden en er werd een redoute opgeworpen: een vierkante aarden omwalling. In 1670 werd de redoute uitgebouwd met ravelijnen. Bommen Berend, de bisschop van Munster, liep met zijn troepen de schans onder de voet. Er werd niet eens gevochten. De manschappen waren al gevlucht.
Het wordt in de 18e eeuw een groot fort met een munitieopslag, zonder verdere militaire functie. Begin 19e eeuw wordt het ontmanteld en de in 1818 opgerichte Maatschappij voor Weldadigheid krijgt het gebied in beheer. Na de Franse tijd was er veel armoede en deze Maatschappij wilde daar iets aan doen.
Er werden kolonies gesticht op de woeste gronden in Drenthe waar arme gezinnen in hun eigen onderhoud moesten voorzien op kleine boerderijtjes. Frederiksoord, Wilhelminaoord. Maar in Ommerschans was het anders. Daar zat je voor straf.
Woonde je in Wilhelminaoord of Frederiksoord en misdroeg je je, dan kwam je voor straf in Ommerschans.
Bedelen en landlopen werden vanaf 1822 strafbaar en Ommerschans werd vanaf toen speciaal daarvoor ingericht. Er werd een groot gesticht neergezet, destijds het grootste gebouw van Europa, 125 meter lang
De bedelaars en landlopers werden opgebracht en in Ommerschans gehuisvest. Ze werden kolonisten genoemd en werden tewerkgesteld op de speciaal gebouwde kolonieboerderijen, 18 in totaal.
1.5 gulden per week kregen ze, waarvan 1 gulden moest worden afgedragen voor de inwoning en van de 50 cent die overbleef moest men een dagelijkse maaltijd kopen, omdat de voeding te wensen overliet. Had je 25 gulden gespaard, dan kwam je vrij.
Er was een school, maar kinderen werden geacht vanaf 8 jaar te werken, dus dat was een formaliteit. Er was een ziekenhuis, maar er liggen op de begraafplaats bijna 6000 mensen begraven. Ongezonde omstandigheden, besmettelijke ziekten en zwaar lichamelijk werk waren debet aan het hoge sterftecijfer.
Het was kortom een miserabel oord. In 1859 komt Ommerschans onder direct toezicht van de regering maar het duurt nog tot 1890 voordat Ommerschans wordt opgeheven. Het nabijgelegen Balkbrug huisvest tot op de dag van vandaag nog wel een voortzetting: een Centrum voor Transculturele Psychiatrie .
Veel om over na te denken als ik doorfiets naar Dedemsvaart, langs de kalkovens, dan Slagharen en De Krim. Dan naar Nieuwlande mijn geboortedorp.
65 km gefietst, totaal 235 km.




