Ik loop de kerk binnen, de banken voor me in een halve cirkel, mahoniekleurig geverfd, het orgel hoog voor me. Ik draai me om en schrik me een hoedje. Als een soort geestverschijningen staan daar 3 levensgrote beelden boven de ingang me aan te staren. Het is een zeldzaam staaltje van protestantse heiligenverering. De beelden stellen de drie hervormers voor: Zwingli, Luther en Calvijn. Ik weet dat smaken verschillen, maar dit is toch echt om te griezelen.
Gelukkig ben ik hier voor iets anders. Waar is hier? Farmsum. Waar? Farmsum, dat is een dorpje aan Delfzijl vastgegroeid. Het Hoge Noorden, dus.
Op deze eerste vakantiedag ging de wekker om 5.30 uur en om 6.17 uur vertrok ik met de trein naar Groningen. Over Arnhem vanwege spooronderhoud tussen Utrecht en Den Bosch.
Stap ik met mijn domme hoofd in Zwolle over op de trein naar Leeuwarden. Kom daar gelukkig in Meppel achter en stap daar gauw uit om de sprinter naar Groningen te pakken. Pfoeih.
Vanuit Groningen vertrek ik met een groep orgelliefhebbers met een touringcar voor onze orgelexcursie door Groningen. We zullen drie kerken bezoeken en niemand minder dan Sietze de Vries zal spelen.
Start is Loppersum, de Petrus en Paulus kerk. Ooit een dekanaatskerk, dus de hoofdkerk voor de wijde omgeving. Prachtige gewelfschilderingen uit de 15e eeuw zijn hier te zien, ooit onder de witkwast verdwenen, nu weer te bewonderen.
Het orgel schittert, de gouden versieringen steken fel af tegen de olijfgroene kleur van de kas. De kas is oud en stamt deels uit de 16e eeuw, het pijpwerk is nieuwer, uit de 18e eeuw. Sietze laat het orgel dansen met muziek van Michael Preatorius en sluit de demonstratie af met een improvisatie over psalm 9.
We lunchen op stand op landgoed Ekenstein aan het Damsterdiep. Dat diep is geen rivier. Het Damsterdiep is rond het jaar 1000 gegraven waarbij gebruik gemaakt is van bestaande waterlopen. Ook stond dit diep, ook wel Delf genoemd, onder invloed van eb en vloed waardoor het water wel eens van koers veranderde. Tot er een sluis of zijl in de Delf werd gelegd.
Na de heerlijke lunch naar de Nicolaïkerk van Appingedam. Echt ook weer een bijzondere kerk. De kerk zelf is middeleeuws met de karakteristieke rode bakstenen, de brede niet zo hoge 17e eeuwse toren staat los van de kerk en het schitterende Renaissance stadhuis staat er vlak naast. Prachtig ensemble.
De kerk heeft prachtige gewelven en net als in Loppersum beschilderingen. En de typische rozerode kleur op de pilaren waardoor er een heel bijzondere sfeer hangt, zeker als het zonlicht door de ramen op de grond valt.
De grote kerk heeft een verrassend klein orgel. Toch heeft het een prachtige klank vooral omdat er veel oud pijpwerk bewaard is gebleven. Sietze speelt stukken van Scheidemann en improviseert over Von Got will ich nicht lassen.
Inmiddels loopt het programma al uit, maar wat geeft het. Op naar Farmsum.
Op de wierde van Farmsum staat een kolossale Waterstaatskerk, 19e eeuws dus. De middeleeuwse kerk was bouwvallig geworden en na de toren moest ook de kerk aan de sloop geloven. Er kwam een nieuwe kerk en het werd een neo-classisitisch gebouw met een bijzonder bankenplan. Én die griezelige beelden….
Het orgel uit de gesloopte kerk bleef en werd opnieuw geplaatst, wel een beetje raar met een balustrade voor het orgel langs. Sietze speelt voor ons Bach en Gade en daarna een improvisatie over Kom laat ons voortgaan, kindren. Kippenvel…
Niet alleen orgels werden gerecycled. In Farmsum staat een doopvont die zijn leven begon als tuinvaas op een landgoed, werd weggegooid, opgebaggerd bij Farmsum en toen een nieuw leven als doopvont tegemoet ging. ’t Kan verkeren…
Tijdens de terugreis: in de stationspassage van Zwolle pingelt iemand op de piano. Vaak blijf ik dan even staan luisteren, maar nu even niet. Ik wil vandaag nog even vasthouden.















