Ik plof op de bank. Zo, dat was een lange dag. Ik doe niet veel meer.
Rond 12 uur pakte ik de trein uit Geldermalsen om naar Dordrecht te gaan. Ik had al 13 km gefietst om bij het station te komen.
Iets na enen zit ik onder de blikken van Johan en Cornelis de Witt een tosti te eten. Hartje Dordrecht.
Ik fiets naar het Groothoofd, de stadspoort waar drie rivieren samenkomen, de Oude Maas, de Noord en de Merwede. Over de Noordendijk fiets ik naar het Wantij en dan naar Kop van het Land. Bij deze buurtschap is de pont over de Nieuwe Merwede naar de Biesbosch.
Het is werkelijk prachtig weer vandaag, zonnig met vrij weinig wind, die wel telkens van richting verandert. Ik fiets op mijn gemak door het nieuw ingerichte stuk van de Biesbosch, de Noordwaard.
Zo’n 100 jaar geleden bestond de Noordwaard uit een lappendeken van eilandpolders met getijdengeulen ertussen. In de jaren 60 is van de Noordwaard één grote polder gemaakt. En dat is nu ongedaan gemaakt. Door het hoge water in 1993 en 1995 is besloten om het gebied zijn oude functie van boezem en overloopgebied weer terug te geven. De eilandpolders zijn weer terug, afgewisseld met kreken en aangevuld met een nieuw doorstroomgebied. Bij hoge waterstanden in de Merwede kan het water via drempels gemakkelijk de Noordwaard binnenstromen, wat een flinke waterstanddaling in de Merwede zal opleveren. Bij hoge nood kunnen alle polders in de Noordwaard toegevoegd worden aan het doorstroomgebied. Vandaar dat alle huizen en boerderijen in het gebied op terpen staan. Tevens heeft men bij het ontpolderen het krekenpatroon van rond 1905 geprobeerd te reconstrueren.
Langs Werkendam ga ik via Sleeuwijk naar Woudrichem. Bij het koffiehûske is het goed toeven aan de Afgedamde Maas. (Weer de mens die ingrijpt).
Met het pontje, toepasselijk Hugo geheten, steek ik over naar Munnikenland, waar Loevestein opdoemt.
Rond 1200 bestond deze landtong uit een aantal eilanden die gescheiden werden door kreken. Men sprak over deze streek als Rodichem of Rodenchem. Dit betekent: Ruwe waard. Van het Huis Rodichem zijn in 2004 resten aangetroffen. Mogelijk woonden hier Tempeliers.
In 1264 werd Rodengoije, zoals het gebied inmiddels werd genoemd, door Willem II van Horne, heer van Altena, in bruikleen gegeven aan monniken, die een klooster bouwden, land inpolderden, kades aanlegdenen het land bebouwden. Tot 1333. Toen vertrokken ze. Wat bleef was het 13e-eeuwse ontginningspatroon en de naam Munnikenland, die voor het eerst vermeld werd in 1349.
Het meest westelijke eiland van Munnikenland werd Milites Insula Artusii genoemd, ofwel het Eiland van Ridder Artus. Dit werd niet aan de monniken in leen gegeven, aangezien het een uiterst strategische ligging had. Door Dirk Loef van Horne werd hier het Slot Loevestein gebouwd tussen 1358 en 1375.
Loevestein is natuurlijk beroemd vanwege Hugo de Groot en zijn ontsnapping in een boekenkist. Maar het is indrukwekkend om te zien hoe een 14e eeuws kasteel is opgenomen in een 19e eeuwse verdedigingslinie. Het torent uit boven het lege en platte Munnikenland.
Ik fiets langs Brakel, Zuilichem, waar ik bij het fundament van huis Suilichem van een ijsje geniet, Gameren en Nieuwaal naar Zaltbommel. Het is inmiddels over vijven en ik heb trek. Op de Waalkade zit ik even later lekker te eten.
Het carillon van de Heilige Geest kapel meldt half 7 als ik weer vertrek. Over de Martinus Nijhofbrug steek ik de Waal over naar Waardenburg. Neerijnen, Opijnen, Heesselt, Varik en Ophemert volgen. Bij Zennewijnen suis ik de dijk af. Op naar huis. 90 km op de teller.
Conclusie van vandaag: echt overal onderweg is de hand van de mens terug te zien.
O ja, en mocht je denken dat Werkendam van werken komt? Ja en nee. Het was ooit Wirkinemunde, de monding van het riviertje de Werken. Daar werd een dam ingelegd. Werken betekent draaien of krommen, vergelijk hout dat werkt. Het riviertje kronkelde dus, maar er niets meer van terug te vinden.





