Ik hou van wandelen en fietsen, maar ook van orgelmuziek. Vandaag moest ik een keuze maken. Ga ik fietsen? Of ga ik orgelconcerten bijwonen?
Het wordt prachtig weer vandaag en ik besluit toch de orgelconcerten te kiezen.
Met de trein ga ik naar Haarlem. Daar begint vandaag het International Organ Festival. Op de toren van de Bavo wappert de festivalvlag. Ik heb er zin in, vandaag mag ik maar liefst 7 orgelconcerten bijwonen, gratis nog wel (!).
Ik ben op tijd om nog gauw een kop koffie te halen bij de koffiehoek van de Philharmonie in Haarlem, onze startlocatie. De Philharmonie stamt uit 1873 en is een concertzaal. Het beschikt over een prachtig orgel van Cavaillé-Coll uit 1871. Dit orgel hing ooit in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. In 1922 werd het orgel verplaatst. Gelukkig maar, want het Paleis brandde in 1929 volledig af. Op dit orgel wordt minimalistische muziek uit de 20e eeuw gespeeld. Fascinerend en bijna hypnotiserend.
Snel verlaten we de zaal en lopen door de winkelstraat naar een gang waarachter Doopsgezinde kerk ofwel de Grote Vermaning zich bevindt. Deze kerk uit 1683 is een voormalige gedoogde schuilkerk en mocht daarom geen directe ingang aan de straat hebben. Maar in 1717 en 1757 kwamen er toegangspoorten. Het orgel hier is heel nieuw, uit 1968. Maar de muziek die gespeeld wordt is daarentegen 17e eeuws, passend bij het gebouw.
Ik haal snel een broodje onderweg naar de Nieuwe Kerk, want de concerten volgen elkaar in hoog tempo op.
De Nieuwe Kerk is een heel bijzonder gebouw. Het gebouw stamt uit 1649 en niemand minder dan Jacob van Campen was de architect, die van het Paleis oo de Dam. Het is een streng classicistisch gebouw, een volledig symmetrisch Grieks kruis. Zowel binnen als buiten zijn verwijzingen te vinden naar de tempel uit de Bijbel, zoals men destijds dacht dat deze er uit gezien moest hebben. De toren is ouder en stond bij de Sint Annakapel. Deze gotische kapel was te krap en bouwvallig en werd afgebroken. De toren moest echter blijven staan en het is een prachtig staaltje van de Hollandse Renaissance. Het steekt daarom frivool af tegen het strenge kerkgebouw.
In 1791 werd een orgel geplaatst in deze kerk. Als basis diende het voormalige koororgel van de Grote Sint Bavo dat in 1523 was gebouwd door Jan van Covelen. Het is door de eeuwen heen aangepast door vele generaties orgelbouwers. De barokmuziek komt goed tot zijn recht in deze sfeervolle omgeving. Het licht valt naar binnen als op een schilderij van Saenredam.
Op naar de Lutherse kerk, op het Lutherse hofje, één van de vele die Haarlem rijk is. Onderweg kom ik langs de voormalige Jacobskerk, nu een biertempel.
In de Lutherse kerk komen de beide groepen orgelwandelaars samen en het past maar net. De voorzijde van de kerk ziet er neogotisch uit, eind 19e eeuws, maar schijn bedriegt. De kerk stamt uit 1615 en was ooit ook een schuilkerk zonder een directe toegang vanaf de openbare weg. Toen dat wel mocht werd er deze historiserende gevel voor gezet. De prachtige groene banken stammen uit eind 17e eeuw. Het grote (te grote) orgel stamt uit 1790. Men wilde er duidelijk mee uitpakken en bestelde daarom dit forse instrument. Het klinkt prachtig met de barokmuziek, maar kan duidelijk het geluid niet kwijt.
Leuk detail: de zwanen op de vloerbedekking, de ramen en boven de liedborden. De zwaan is het symbool van de Lutheranen. In 1415 werd kerkhervormer Hus in Tsjechië ter dood veroordeeld. Hij schreef: Eerst hebben ze voor de gans (Hus betekent gans) strikken gespannen. De gans, een mak dier, een tamme vogel, maar geen hoogvlieger, is er niet in geslaagd hun strikken te verbreken. Maar andere vogels, die door Gods genade en hun bouw wel hoog kunnen vliegen, zullen hun hinderlagen vernietigen“. Luther maakte er in 1531 van: “Hus heeft over mij voorspeld: gij zult een gans braden, maar over honderd jaar zult gij een zwaan horen zingen, die zult gij moeten verdragen”. In zijn familiewapen kwam een zwaan voor en enige ijdelheid was ‘m duidelijk niet vreemd.
Onderweg naar de volgende kerk stop ik even voor koffie met lekkers. En dan ga ik snel naar de Sint Josephkerk, een neo-classisitisch gebouw in de zgn Waterstaatsstijl. Raar maar waar: in de 19e eeuw werden nieuwe kerken gebouwd onder de regie van het ministerie van Waterstaat. De ingenieurs van Waterstaat tekenden een heel herkenbare soort kerk. De Josephkerk was vanaf het herstel van het Nederlandse aartsbisdom de kathedraal, d.w.z. de zetel van de bisschop van Haarlem. Nu is de nieuwe Bavo de zetel ofwel kathedraal.
De strenge buitenkant doet niets vermoeden van de uitbundig versierde binnenkant. Het orgel is gebouwd door Adema die zich heeft laten inspireren door Cavaillé-Coll. En dus is het een fraai symfonisch orgel, passend bij de kerk en de muziek: Frans en symfonisch. Heerlijk om bij weg te dromen.
Op naar de Waalse kerk, de oudste kerk van Haarlem, uit 1348. Ooit de kapel van het Begijnhof, sinds 1590 in gebruik voor Franstalige diensten. Het was een echte vluchtelingenkerk: in de 16e eeuw waren Vlaamse protestanten op de vlucht geslagen voor de heersende katholieke Spanjaarden. De Spaanse overheid stelde hun de keuze: zich bekeren tot het katholieke geloof of vertrekken. Meer dan honderdduizend protestanten kozen voor de laatste optie. Zo’n 20.000 vluchtelingen kwamen in Haarlem terecht, waaronder ook Franstalige Walen. In de 17e eeuw kwamen de hugenoten naar Nederland nadat de Franse overheid in 1685 het Edict van Nantes had ingetrokken. Daarmee kwam er een einde aan de geloofsvrijheid en ontstond er weer een grote vluchtelingenstroom. Zo’n tweeduizend Franse hugenoten vestigden zich in Haarlem en sloten zich aan bij de Waalse kerk.
Omdat het een kapel was, is het een kleine kerk, met een idem orgel, begin 19e eeuws. Gebouwd door een Duitser, en typisch Frans qua kleur, vind ik. Hemelsblauw en lavendel. De Japanse organiste speelt een heerlijk programma met ook weer barokmuziek.
Het rondje is bijna klaar. Langs de Philharmonie ga ik naar de Bavo. Daar vindt het slotconcert plaats. De Bavo is echt zo’n mooie middeleeuwse kerk. Ik loop een rondje door de kerk en laat het gebouw op me inwerken. Het Müller orgel glimt na de restauratie. Dat orgel is voor mij heel lang het ideaalbeeld van een orgel geweest. Als kind dacht ik dat ieder orgel er zo uitzag. Het orgel is gebouwd in de jaren 30 van de 18e eeuw en is eigendom van de stad Haarlem. De stad legde met een dergelijk orgel eer in. Het was echt een prestigeobject.
Op dit orgel, ooit bespeeld door Händel en Mozart en wellicht zelfs Mendelssohn, geeft stadsorganist Pauw een fraai staaltje orgelkunst weg. Barok, minimalistisch en Frans symfonisch. Een meer dan waardig slotakkoord.
Laat ik nog even duidelijk maken: ik weet vrijwel niets van orgels. Ik kan orgel spelen. Tussen mijn 9e en 11e jaar heb ik orgelles gehad. En ik was helemaal gek op LP’s met orgelmuziek. En ik bezit veel cd’s met orgelmuziek. Maar een orgelkenner, nee, dat ben ik niet. Wel een liefhebber van orgelmuziek.








