Dat begon goed, vanmorgen. Het regende pijpenstelen. Buienradar gecheckt en ik heb de pech dat een serie buien overtrekt, precies waar ik ben. Kerk wordt ‘m niet, want om 9 uur regent het nog volop en om daar kletsnat te gaan zitten…
Dan wordt het een soort van droog, dus snel op pad. Helaas, binnen de 1e 4 kilometer al 3 keer van de fiets. Regenjas aan, uit, aan.
De volgende 16 kilometer regent het. Pas bij Stoutenburg, net onder Amersfoort is het droog. Het leven wordt gelijk aangenamer. En ik zie ook weer wat. En wat heel fijn is: wind in de rug.
Bij Leusden steek ik het Valleikanaal weer over en even daarna staan er stalen balken schuin in de grond: een herinnering aan de tankversperringen die hier ooit stonden opgesteld.
Ik laat Leusden achter me en net voor Woudenberg sta ik even stil bij de folly van Geerestein. Pal aan de weg lijkt er een kerk te staan, maar het is gewoon nep. Tegen een boerderij uit 1834, die niet op een boerderij lijkt, staat een Engels aandoende kerktoren. Het is een folly, een bouwwerk zonder functie, puur voor de ‘lol’, gewoon omdat het kon.
Ik fiets over de Utrechtse Heuvelrug, met de vele bossen, prachtig, maar nu ook heel nat. Het begint wat te waaien en de druppels vallen daardoor van de blaadjes. Nat en koud…
In Amerongen even pauze en een bezoekje aan het tabaksteeltmuseum. Verrassend, want ik wist niet dat er 3 eeuwen tabak is geteeld in Nederland. In 1645 begon het rond Amersfoort en Utrecht, en uiteindelijk werd het tussen Amerongen en Rhenen voor veel mensen de bron van bestaan. De tabak werd gebruikt als pijp-, snuif- en pruimtabak. De lange tabaksschuren met de zwarte houten wanden en de rode pannen herinneren hier nog aan die tijd. En de grote Napoleonsschuur, in opdracht van Napoleon gebouwd als een soort kazerne, die later ook als handelsgebouw voor tabak werd gebruikt.
Ik verlaat het mooie Amerongen, op weg naar de pont en trap de laatste kilometers van mijn minivakantie weg.



