Het carillon van Zeewolde laat me weten dat het half drie is. Tijd voor een pauze aan de haven van dit nieuwe dorp in het nieuwe land.
Ik heb er dan al een lange dag opzitten. Met de kippen op stok gaan, betekent ook vroeg op. Vanmorgen voor het ontbijt heb ik een korte wandeling gemaakt en na het ontbijt was het museum open. Met de museumtablet heb ik de boerderij verkend. Omdat ik het boek over de zusters Geertje, Steventje en Maria al had gelezen, had ik al veel voorkennis.
De boerderij is uit 1907, de schuur uit 1921. De laatste zus stierf in 2003. Er was elektrisch licht, er was een elektrische waterpomp, er was een telefoon en dan had je het wel zo’n beetje gehad met al die moderne fratsen. Tot 1970 leefden de zussen met hun enige broer op de boerderij. Na zijn dood zetten ze het bedrijfje voort. Zuinig, hardwerkend, alles gebruiken wat voorhanden was. Recyclen, daar hadden ze nog nooit van gehoord, maar ze deden dat hun hele leven al. Een leven op het ritme van de dag en de seizoenen, eenvoudig en in diepe vroomheid. Ik ben er van onder de indruk.
Ik stap op de fiets om een rondje te maken door de Flevopolder. Op naar Nijkerk. Langs de landgoederen Vanenburg, Oldenaller en Salentein. Als ik bij de kerk ben, laat het carillon van de mooiste toren van Nederland me weten dat het 12 uur is. Tijd voor een ommetje door het stadje en dan weer verder.
Ik fiets langs de havenkom Nijkerk uit, langs de Arkervaart naar de Zeedijk. Hier ligt het nationaal landschap Arkemheen-Eemland. De polder Arkemheen is uiterst bijzonder omdat hier nooit een ruilverkaveling heeft plaatsgevonden.
De polder stamt uit de 14e eeuw. In 1356 gaf hertog Reinoud III van Gelre de bewoners van Putten en Nijkerk het recht deze delta te bedijken. In dit gebied stroomden beekjes vanaf de Veluwe naar de Zuiderzee. De kavels zijn onregelmatig en de slootjes kronkelen, omdat ze de kreken en beeklopen volgen. Het gebied is ongelooflijk wijds en uitgestrekt, zeker vandaag met de harde wind en de grote wolkenpartijen.
Achter Stoomgemaal Arkemheen zit ik aan de koffie met appelgebak. Ik heb een uitzicht, geweldig. Natte voeten waren in dit gebied eerder regel dan uitzondering, dus kwam er een molen in de 19e eeuw, die vervolgens afbrandde. Toen kwam er een stoomgemaal en nu staat er een elektrisch gemaal.
Arkemheen heette ooit Erckemehen. Waar Ercke vandaan komt, weet ik niet, maar mehen komt van meden of made, natte hooi- en graslanden. Vergelijk Uithuizermeeden en Hoogmade en het Engelse meadow.
Langs de dijk ga ik een stukje terug, met de wind in de rug. Heerlijk! Ik steek over het Nijkerkernauw naar Flevoland, op naar Zeewolde.
Zeewolde was ooit gepland tussen Dronten en Lelystad, maar door veranderende inzichten bij de inpoldering van Flevoland werd het dorp geschrapt. Uiteindelijk kwam het er toch, maar dan in de zuidoostelijke punt van Flevoland. Het is een vriendelijk aandoende plaats met veel watersportfaciliteiten. Én een carillon.
En dat is best bijzonder. In het nieuwe land was eigenlijk geen plek voor dingen van het oude land. Maar de eerste palen van Zeewolde waren nog maar nauwelijks geslagen, toen al gelden werden ingezameld voor een eigen carillon. En in 1986 was ie klaar. Met 50 klokken maar liefst.
Ik fiets door naar Harderwijk en ook hier klinkt het carillon. Het is typisch iets voor de Lage Landen, zo’n carillon. Tijd bestond vroeger niet, tenminste niet zoals wij die beleven, ieder uur, iedere minuut gepland. In de kloosters waren de getijden belangrijk, de momenten van gebed, de lauden, de nonen, de metten, en op dit ritme leefden de omwonenden mee.
In de Middeleeuwen kwam er een manier om de tijd nauwkeuriger af te lezen en de kerkklokken gingen ook de uren slaan.
Maar stel je eens voor: je bent op het land, druk aan het werk en de klok slaat en je mist door je concentratie de eerste slag? Dan weet je nog steeds niet hoe laat het is. Dus bedacht men de voorslag: een klein klokje sloeg eerst 4 keer, dan sloeg de grote klok het uur. Zo’n klokje werd een quadrillon genoemd, van het Frans voor vier. Het evolueerde tot carillon, zoals er vele in Nederland zijn. En een carillon heet pas een carillon als het minstens 23 klokken bevat.













