Het carillon strooit zijn klanken over de stad als we met de Stadsbrug de IJssel oversteken. Het miezert een beetje, het is fris en de steur staat op zijn plek.

We zijn in Kampen en zijn net klaar met het IJsselpad!

De dag begint met zonneschijn maar bij Zalk valt er een flinke bui. In IJsselmuiden bij de start van onze wandeling regent het. Hm! Daar had ik niet op gerekend.

Bij het station wordt het beeld van de Kamper steur met een takel in de rivier neergelaten. De steur heeft een grote bel om en verwijst naar de Kamper uien, verhalen over de vermeende domheid en arrogantie van de Kampenaren, verteld door omringende plaatsen. Later komen we ook de Kamper koe nog tegen bij de Nieuwe Toren.

Maar we lopen nu eerst door, richting Kampereiland, een kleine buurtschap maar ook het hele gebied in de IJsseldelta dat bij Kampen en IJsselmuiden ligt.

Midden 14e eeuw ruilt de Utrechtse bisschop Jan van Arkel het eiland bij Kampen voor de rechten van die stad op de polder Mastenbroek. Kampen kreeg ook het recht van aanwas, dus alles wat werd ingepolderd of wat door aanslibben ontstond was ook van Kampen. Zo ontstond een 5000 hectare groot landbouwgebied, met de pachtboerderijen op terpen. Deze boerderijen werden erven genoemd. Mijn moeder groeide op op erf 27. Het bedrijf wordt nog steeds gepacht door haar familie, al sinds ca 1860.

We lopen over de dijk langs de IJssel met zicht op de stad, de verschillende havens en natuurlijk de Eilandsbrug, een tuibrug van enorme proporties. Daarna ontvouwt het eiland zich echt. Geweldige vergezichten, en stil dat het er is. En het is droog geworden…

Overal horen we vogels en we krijgen zowaar een arend te zien! Er broedt nl. een visarendpaar in dit gebied.

De balgstuw van Ramspol is in zicht en daarmee het officiële einde van het IJsselpad. De stuw is net zo’n gordeldier, alleen wel heel erg groot. Binnen 1 uur kunnen de drie delen van de stuw worden opgeblazen met ieder 3,5 miljoen liter water en 3,5 miljoen liter lucht. Zo wordt wateroverlast in het achterland voorkomen.

We zijn precies op tijd voor de bus terug en nog geen 10 minuten later lopen we de stad in. Kampen was ooit een zeer rijke Hanzestad en die rijkdom kun je nog steeds zien. Na een lichte lunch maken we een korte stadswandeling langs de hoogtepunten.

We verbazen ons over de moeite die gedaan werd. De enorme Cellebroederspoort en de even enorme Broederpoort zijn midden 15e eeuw verplaatst naar hun huidige plek. De stad werd uitgebreid en de poorten gingen mee.

Het Gotisch huis, het oude Vleeshuis, het oude stadhuis, het zijn allemaal oude panden. 14e en 15e eeuws. Prachtig versierd. De Bovenkerk, de Koornmarktspoort, de mooie Burgel, de vroegere stadsgracht, de mooie singel op de tweede stadswal en -gracht. En het kleinste huisje, 2 kamers, 1.40 breed, 4,5 meter diep en ooit woonde er een gezin met 3 kinderen…

En dan de Nieuwe Toren: dat is echt een staaltje stadse grootspraak. De 17e eeuwse toren staat op zichzelf, op de plek van het voormalige Gasthuis, en hoeft alleen maar mooi te wezen. Het diende geen enkel verdedigingsdoel, het riep geen mensen naar de kerk. Wel kreeg het een mooi carillon en vanmiddag krijgen we tijdens de wandeling een concert over ons heen. Wat een mooi einde aan onze eerste langeafstandswandeling samen!


Plaats een reactie