De oranjetompoes is achter de kiezen, het zonnetje schijnt. Kom, ik ga maar eens wandelen. Het is heerlijk weer met een fris windje en prachtige wolkenluchten.
Ik kies voor een Klompenpad in het Land van Maas en Waal: het Moas-Wetteringpad.
Alphen -aan de Maas- is een klein dorpje dat zich langs de Maasdijk uitstrekt tussen de veren op Oss en Lith. De Lambertuskerk is het startpunt. Onder de 12e eeuwse toren bevindt zich nog het restant van de veel oudere eerste kerk, 10e eeuws wellicht. De kerk is een ratjetoe van bouwstijlen, van 12e eeuws tot 19e eeuws met een overdekte passage naar de enorme voormalige pastorie.
Via de prachtige uiterwaarden kom ik bij de korenmolen uit 1798. Het is een gesloten standerdmolen, een type molen dat vanaf midden 13e eeuw werd gebouwd in Nederland. In de jaren ’60 is deze molen 25 meter verplaatst over rails om het verkeer over de dijk meer ruimte te geven.
De Maas is in de jaren ’30 gekanaliseerd om de scheepvaart letterlijk meer vaart te geven. Oude meanders zijn nog zichtbaar in het landschap en zeker op een kaart. Bij Lith werd een sluis gebouwd die in 2002 na uitbreiding naar toen prinses Máxima werd genoemd. Een waterkrachtcentrale en een vistrap maken het geheel compleet.
Deze kanalisatie zorgde er ook voor dat twee voetveren verdwenen. Aan de Maasdijk staan nog de veerhuizen. Zou toch een interessant onderwerp zijn? Alle voormalige veren in kaart brengen.
Wie wel eens langs de Maas rijdt of loopt, ziet bomen op de oevers staan, op enige afstand van elkaar. Dat zijn bakenbomen, om de 100 meter geplant om de scheepvaart tot baken te dienen na de kanalisatie. Zo was duidelijk waar de uiterwaarden begonnen. Zonder GPS en radar was dit het beste. Rijkswaterstaat heeft een uitsterfbeleid maar inwoners zijn hiertegen. Het is toch een cultuur-historisch fenomeen. En een prachtig gezicht…
Na de uiterwaarden is het tijd voor het land achter de dijk. Langs de oeverwal waarop Alphen gebouwd is, loop ik naar de boomgaarden. De klei direct achter de oeverwal is heel geschikt voor fruitteelt. Verderop in het Land van Maas en Waal ligt de komklei, waar ooit de zeer fijne slibdeeltjes zijn bezonken. De grond is daar veel te vast voor fruitteelt en daar komt landbouw en veeteelt voor.
Ook liggen hier de weteringen, nodig voor afwatering en irrigatie. En voor het besproeien van de fruitbomen bij nachtvorst. De weteringen zijn daarom voorzien van stuwen om de watertoevoer te kunnen reguleren. En via de gemalen wordt het water op de Maas geloosd.
De Maas was ook in de Romeinse tijd van belang en dat bleek ook bij de bouw van de sluis in de jaren ’30. Enorm veel bodemvondsten zijn daar gedaan die niet zijn gemeld. Het is in plaats daarvan gebruikt om de Maasmeander mee af te dammen na de kanalisatie. Een aantal jaren geleden zijn deze vondsten herontdekt maar zonder referentiekader is het moeilijk te interpreteren. Er is zelfs sprake van dat in deze omgeving wellicht Ad Duodecimum heeft gelegen, een plaats genoemd op de Peutinger-kaart, een reiskaart uit de 3e of 4e eeuw.
Verrassende tocht weer vandaag, met een leuke pauze bij ‘Bij van alles een bietje’, een grappig winkeltje annex brasserie.








