Tijdens een deel van mijn wandeling van vandaag was ie in beeld, de rode torenspits van Buren. Hoe komt de degelijke, stoere, vierkante, massief aandoende toren aan zo’n frivole bovenkant?

Vandaag is een thuiswedstrijd. Ik start op station Tiel met het Betuwepad. Ja, ik weet het, ik ben met nog 3 andere paden bezig. Maar deze is in de buurt plus het is bloesemtijd! Dus…

Vanaf het station duik ik meteen in de historie. De Linge, eens een machtige zijrivier van de Waal die in Gorinchem weer bij de Waal (Boven-Merwede geheten) komt, stroomt hier als een klein slootje onder het spoor door. Vanuit de Waal via de stadsgracht van Tiel stroomde de Linge al meanderend door de Betuwe. In 1304 werd er door de Tielenaren een dam gelegd (Damstraat!) om wateroverlast in Gorinchem tegen te gaan en omdat er teveel water uit de Waal kwam. Noordelijker werd vanuit Doornenburg een wetering aangetakt op de Linge, waardoor het (mooie) stuk waar ik nu langs loop de triestige naam Dode Linge draagt. Dat de Linge ooit veel breder moet zijn geweest dan nu, blijkt uit hoe ver de nog bestaande dijken van de rivier liggen.

Langs buurtschap Veluwe nader ik Zoelen en steek ik de Linge over. De Stefanuskerk torent hoog boven de omgeving. Met de schitterend bloeiende bomen, de molen, de herberg en het kasteel is het plaatje compleet. Ooit stroomde hier nog een riviertje, de Soel, dat bij Zoelmond in de Lek uitmondde. Soel komt van solina, modderig water, van solum voor bodem, grondslag. Vergelijk ook zool, het deel van je schoen dat de grond raakt.

Op landgoed Zoelen is een frivoliteit te zien: een bomeneiland. Midden in de vruchtbare landerijen is een rond stuk bos geplant. Een landheer die zich dat kon veroorloven, moest wel rijk zijn.

Wist ik niet: Zoelen had een plantage in Suriname, Zoelen geheten, eigendom van een heer van Soelen.

Op het landgoed staan hoogstamappelbomen en -perenbomen. Vooral de appels zijn prachtig: boven de knoestige stammen zweven als het ware grote bloesemwolken. Wat een feest!

Langs het oude kerkpad loop ik naar Erichem, langs boomgaarden en de begraafplaats, recht op de Sint Joriskerk aan. Het is onderweg heel druk met wandelaars en fietsers en Erichem staat vol met geparkeerde auto’s van dagjesmensen

De Betuwse klei leent zich voor fruitteelt maar ook voor het frivolere fruit: de wijndruif. Bij het Betuws Wijndomein is het druk, maar ik kan hier toch even pauzeren met koffie en appeltaart. Geen wijn… die zakt in je kuiten…!

Je mag langs de wijngaard wandelen en de borden geven informatie over de druiventeelt. De wijnstokken staan in schuine rijen op de percelen om zoveel mogelijk van de zon te kunnen profiteren.

Buren is in zicht. Het laatste deel is even doorbijten. Drukke weg, bedrijventerrein. Mmm! Maar dan als beloning het oude stadje. Het is er druk en gezellig. En als klap op de vuurpijl, komt er een lange stoet oldtimers voorbij. En dan bedoel ik echte oldtimers. Geen auto’s uit mijn kinderjaren. Nee, auto’s van 80 tot zeker 100 jaar oud! Geweldig!

En dan nog dat frivole torentje: Pasqualini, een 16e eeuwse Italiaanse architect, was in dienst van Maximiliaan van Egmond. Ze hadden elkaar ontmoet bij de kroning van keizer Karel V in Bologna. Maximiliaan was ook graaf van Buren. Lang verhaal kort: zo komt een stoere Nederlandse kerktoren aan een frivool roodgeverfd bovenstuk.


Plaats een reactie