Ik loop op het kerkhof van Hien, dat vroeger een zelfstandig kerkdorp was. De oude toren heeft een 19e eeuwse kerk en staat fraai onder aan de dijk. Monumentale grafstenen zijn er, maar ook graven voorzien van een paaltje met een nummer, en zelfs eentje met een graftrommel. Pasen, het feest van hoop, op een kerkhof. En het is ook nog eens stralend weer, zonnig, blauwe lucht, bloei overal.
Ik ben aan de wandel in de Betuwe, weer, ja… Maar nu oostelijk van Tiel, in Dodewaard en omgeving om daar het nieuwe klompenpad te lopen: het Hiensepad.
Ik start op het dorpsplein, de plek waar Hien en Dodewaard aan elkaar vast zitten en dat gespeend is van enige charme. Gelukkig loop ik de andere kant uit, richting de Waaldijk. Daar bij de oude kerk van Dodewaard loop ik een rondje. De kerk is een staalkaart van bouwstijlen. Meest bijzonder is de Romeinse grafsteen die in de zuidgevel zit, nu een kopie, maar tot midden 19e eeuw zat er de originele steen.
Ik steek de dijk over en loop de uiterwaarden in, naar een groot grindgat, ooit de plek waar de waard (het eiland) lag van Dodo, waarschijnlijk een 9e eeuwse graaf. Dodewaard heeft dus niets met dood te maken…
Vlak achter de buiten gebruik gestelde kerncentrale langs, een grote grijze kolos in het mooie landschap. Ik weet nog van de demonstraties tegen kernenergie hier destijds in de jaren ’80. Nog 23 jaar en dan wordt de centrale afgebroken. Zonder beperkingen…
Ik loop naar Wely, nu een buurtschap, maar ooit, tot midden 14e eeuw, een dorp, met kapel en een kasteel, in de vorm van een toren. Vandaar dan ook de Torenstraat.
Een ommetje brengt me op het terein van een voormalige pannenbakkerij. Kleinschalig en niet winstgevend. De afstand tot de Waal was te groot. Begin 20e eeuw werd het gebied gebruikt voor de klompenindustrie door er populieren te laten groeien. Nu is het een klein natuurgebiedje, vlak bij de A15, maar heel rustig.
Langs de buitendijks gelegen herberg De Engel, de oudste herberg van Nederland en nee, dat is geen grapje. De Waalbandijk ligt hier al heel lang op dezelfde plek, sinds 1300. En dat maakt het aannemelijk dat de herberg in die tijd hier gevestigd werd. Buitendijks was het vrijer, want anders zou de herberg onder het gezag van het dorpsbestuur vallen. Nu viel het onder het gezag van de graaf (later hertog) van Gelre, maar wanneer kwam die nou?
Ik loop steil naar beneden naar de Nieuwe Dijk, een schilderachtig stukje weg. 16e eeuws in oorsprong en ook wel Spanjaardsdijk genoemd. De dijk liep van de Waal naar de Rijn om de Betuwe te beschermen tegen de Spanjaarden van Alva die in Nijmegen zaten. Helaas kwam het water van een overstroming eerder en de verse dijk hield het niet.
Het water heeft dit landschap gevormd, zoals een doorbraakkolk laat zien op de plek waar ooit de Laak stroomde, een riviertje dat vanaf de Rijn bij Opheusden in de Waal uitmondde. Ook bouwwerken laten dat zien, zoals de noodschuur, waar ooit zandzakken en andere materialen voor dijkbescherming werden bewaard. De muziekvereniging oefent hier nu en nu heet het de Nootschuur.
De Tweede Wereldoorlog heeft in dit gebied gezorgd voor verwoesting. Door de mislukte operatie Market Garden kwam de Betuwe in de frontlinie te liggen. Toen de Duitsers ook nog de Rijndijk bij Elden opbliezen was de ramp compleet. Als een badkuip stroomde de Betuwe vol. Het lied Eens zal de Betuwe in bloei weer staan werd niet voor niets graag gezongen na de oorlog, als een teken van hoop.






