Het wit van de berken blinkt zilverachtig in de zon. Kieviten buitelen en scholeksters zwenken door de lucht. Een valk met jong bekijkt me vanuit een roofvogelkast en besluit weg te vliegen.

Het is zo’n dag waarop Nederland nog platter lijkt dan gewoonlijk. De hemel is een immens hoge en felblauwe koepel boven de vlakke en rechtlijnig ingedeelde ontginningen tussen Zwolle en Staphorst. Waar de zon staat is de lucht melkwit.

De rechte lijnen van sloten, wegen, paden, spoorlijn en kanalen worden alleen even doorbroken door de stervormige Bisschopsschans.

Het vriest licht als ik om half 9 naar de bushalte loop. Op het blokkendozenterrein dat bedrijventerrein De Hessenpoort is stap ik uit bij het eindpunt van gisteren. Behalve de mooie straatnamen (vernoemd naar o.a. Bentheim, Paderborn, Kleef) is het een fantasieloos stukje land. Ik ben blij als ik weer door de landerijen kan wandelen, langs sloten en over zandpaden.

In de verte de Koperen Hoogte,  de voormalige watertoren bij De Lichtmis. Samen met de windmolens maakt die het land nog platter…

In deze omgeving zat Ed van Thijn op zijn 18e onderduikadres, waar hij werd opgepakt. In de gevangenis van Zwolle bleef het 10 jarige jochie standvastig volhouden dat hij uit Rotterdam kwam en dat zijn ouders bij het bombardement waren omgekomen. Tot wel 40x toe… Hij wist waar zijn ouders zaten en wist ook dat het met hen gedaan zou zijn als hij ook maar iets losliet. Hij werd naar Westerbork gebracht maar er reden toen geen treinen meer…

De laatste trein uit Westerbork naar Auschwitz reed over deze spoorlijn in plaats van via Nieuweschans. Tijdens deze tocht heeft een klein groepje een ontsnappingspoging gewaagd. Met een zaagje hebben ze een gat in de houten wagonwand gemaakt en ze zijn gesprongen… En ze overleefden de oorlog.

De Lichtmis: tijd voor koffie. Met wat lekkers, uiteraard. Waar nu de A28 raast lag vroeger een kanaal naar de Vecht bij Zwolle, vanaf de Dedemsvaart die van het Zwarte Water bij Hasselt naar de Vecht bij Gramsbergen loopt. De Lichtmis heet waarschijnlijk naar het feest Maria-Lichtmis maar zeker is dat niet. Het is een rommelig knooppunt: waar vroeger waterwegen kruisten, zijn dat nu autowegen met de bedrijvigheid die daarbij hoort.

Achter de Coöperatie (waar vroeger de molen van Rouveen stond) ligt de voormalige Bisschopsschans uit de 17e eeuw. De stervorm is gerestaureerd en de ondiepe sloten helpen nu bij waterbeheer.

Bij Punthorst ligt voormalig kamp Het Wiede Gat. Behalve een bordje en de straatnaam (Kampweg) is er niets meer. Het is nu een hondenspeelbos…

In Staphorst bekijk ik het oorlogsmonument. Hierop worden de drie werkkampen uit de omgeving speciaal genoemd. Behalve Het Wiede Gat, ook de kampen Conrad en Beugelen. Deze werkkampen bestonden al voor de oorlog. Ze stammen uit de tijd van de Werkverschaffing in de jaren 30. En ze konden vrijwel naadloos in gebruik genomen worden door de Duitsers.

Het felle groen en blauw van de Staphorster boerderijen schittert in de zon. Het is druk, de laatste kilometers. Ik steek de Hoogeveense Vaart over en dan de Reest. En in Meppel pak ik de trein terug.

51 km in de benen in 2 dagen tijd. Het is mooi geweest. Wat ook mooi was: de tekst op een spandoek bij een boerderij. HEB LIEF. En dat is niet als platitude bedoeld.


Plaats een reactie