Wel eens over nagedacht dat de mens het enige wezen op aarde is dat brandstof nodig heeft? Voor koken, voor warmte en voor het maken van gereedschappen, sieraden, glas…

Vandaag was goed zichtbaar wat dat met een landschap doet.

Ik ben vandaag in het Veenpark in Barger-Compascuum. Heel toeristisch ga ik mee met het dieseltreintje dat klaarstaat.

Het Veenpark heeft 2 ‘dorpjes’, het één ’t Aole Compas (een veendorp), het andere Bargermond (de veenkolonie die er uit voortkwam).

Indrukwekkend vond ik de verschillende plaggenhutten. Telkens probeerde men een stapje vooruit te komen in het leven. Maar de hutten zijn klein en voor tijdelijk gebruik bedoeld. Immers als de vervening verder ging trokken de veenarbeiders er achter aan…

In de veenkolonie is er duidelijk sprake van dorpsvorming. De kruidenier, de kapper, de bakker, de smid, een school, een kerk, een molen en, natuurlijk, een café…

Ik stap op het veentreintje dat ons meeneemt het hoogveengebied in. Hier is het hoogveen nog vrijwel intact. Wat een woestenij en dan voor te stellen dat het Bourtangermoeras ca. 3000 km2 groot was en zich uitstrekte over een groot deel van Drenthe en het aangrenzende Duitsland.

We krijgen uitleg over het turfsteken en de verschillende soorten turf. Na deze uitleg kan ik meevaren met een turfschip dat over het kanaal langs het park vaart.

Ik koop bij de bakker een lekkere koek en ga weer op pad. Ik heb een route uitgestippeld naar het Bargerveen, het overgebleven deel van het Bourtangermoeras.

De rechte lijnen van de veenkoloniën contrasteren sterk met het woeste hoogveengebied. En aan de randen tref ik oude buurtschappen als Oostersebos, Westersebos en Middendorp (Schoonebeek).

Ik fiets op en soms net over de grens met Duitsland, langs een NAM concessiepaal, diverse grenspalen, door en langs het hoogveen.

In Zwartemeer kan ik in de tuin van de oude pastorie lekker uitrusten met een late lunch.

Bij Schoonebeek zie ik allemaal lelijke groene buizen en pijpen liggen die met de olie- en gaswinning te maken hebben. Dat was de volgende stap in de brandstofvoorziening… De ja-knikker op het dorpsplein heeft dan iets meer charme, denk ik maar zo.

Bij de Katshaarschans miezert het voor de 5e keer en weer trek ik mijn regenjas aan. Ik steek het Stieltjeskanaal over en zie dat het helemaal grijs wordt, net of alles dichtslaat. Ik hou het voor gezien en ga naar Dalen terug.

78 km op de teller maakt 921.


Plaats een reactie