De miezer houdt me bijna tegen om op stap te gaan, maar ik besluit om 9 uur de koe bij de hoorns te vatten en te gaan fietsen. En dan is het ineens toch droog.
Ik passeer de A37 (1966 als autoweg aangelegd en nog geen 20 jaar een snelweg) en dan de Verlengde Hoogeveense Vaart (19e eeuwse voortzetting van het 17e eeuwse kanaal).
En dan rij ik de wereld van oude esdorpen in. Oosterhesselen (1207 in een oorkonde vermeld) met zijn 15e eeuwse kerk waarvan het schip is verdwenen. Toren en kerk staan los en zoiets wordt ook wel een Johannes de Doperkerk genoemd. (Hesselen komt van een Germaans woord voor hazelaar).
Aalden (1332) en Zweeloo (1298) zijn de volgende twee dorpen. Aalden heeft een oud deel met allemaal Saksische boerderijen en in Zweeloo staat de 13e eeuwse kerk waarvan Van Gogh een tekening heeft gemaakt. (Zweeloo komt van een vorm van het woord zwellen, vanwege de heuvelachtige grond).
In Aalden de regenjas aan, want er komt toch een buitje over. Gelukkig wordt het snel droog en over mooie fietspaden gaat het op Orvelte aan. Orvelte betekent over het veld.
Dit dorp is in zijn geheel een soort museum. Veel winkeltjes en eetgelegenheden en dat allemaal in prachtige Saksische boerderijen. In het Ottenshoes krijg ik een rondleiding en daarna wandel ik het dorp rond.
Na een heerlijk broodplankje bij de bakker stap ik op de fiets naar Schoonoord. Dit dorp is ontstaan aan het Oranjekanaal, een nooit rendabel geworden 19e eeuws kanaal. Veenarbeiders verplaatsen hun plaggenhutjes mee met het turfwingebied, maar in 1854 werd er toch een soort dorpje gevormd en dat werd Schoonoord (mooie plek).
Het openluchtmuseum Ellert en Brammert heb ik als kind een keer bezocht. De reuzen boezemden me destijds angst in. Het blijkt een sage te zijn uit de 15e eeuw of nog eerder, waarin een echo doorklinkt van criminele rovers op de heidevelden.
Het museum is werkelijk prachtig. Er is een collectie plaggenhutten, een schaapskooi, een herberg uit 1610, de nor uit Zweeloo, het armhuis uit Sleen. In één huisje is het of Bartje net is weggelopen. De bruine bonen staan nog op tafel…
Onderweg naar Dalen neem ik een kijkje bij de Papeloze kerk, een deels gereconstrueerd hunebed. Tijdens de Reformatie hield Menso Alting hier hagepreken. Het hunebed lag toen helemaal vrij in het veld waardoor men snel kon vluchten. En Alting was geen priester oftewel paap, ziedaar de naam…
Deze omgeving is oeroud. Het hunebed is ca 5000 jaar oud. In de omgeving zie ik ook nog grafheuvels (2000 tot 3000 jaar oud) en raatakkertjes (ook al 2000 jaar oud).
Via Benneveld (hier zijn restanten van 4000 jaar oude jagerskampen gevonden) en Wachtum (14e eeuws) kom ik weer terug op honk.
De dag wisselde continu tussen oud en nieuw. En wat ook zo leuk was? In Orvelte werden we getrakteerd op kniepertjes. Deze traktatie wordt in Drenthe vanouds alleen gegeten tussen kerst en oudjaar. De wafel is plat, als symbool van het oude jaar: je weet wat het je heeft gebracht. De rolletjes zijn voor nieuwjaarsdag, immers je weet nog niet wat komen gaat…
58 km op de teller maakt 843.
