Ik ben aangekomen in wat van ouds de Lantschap Drenthe werd genoemd, de provincie waar ik geboren en getogen ben.
Vandaag geen museum- maar familiebezoek.
In Ootmarsum zat ik zo’n beetje op het hoogste punt van de omgeving en als ik het stadje achter me laat heb ik vanaf de Kuyperberg een prachtig zicht op het Twentse heuvellandschap.
Via Vasse en Tubbergen kom ik in de voormalige veengebieden rondom Hardenberg. Zoals de naam al zegt, lag Hardenberg op een hogere plek in het omringende veen.
Het landschap verandert van heuvels met bossen, kleine percelen en charmante vakwerkboerderijen in het typische veenkoloniale landschap.
Kanalen, wijken, vaarten, heidegebieden, Gronings aandoende boerderijen, lange ontginningspercelen.
Maar ook oude nederzettingen uit de tijd van voor de veenkoloniën, met oude Saksische boerderijen, laag, met riet gedekt.
Het landschap is ook van belang geweest bij de oorlogsvoering. Napoleon liet bij Loozen de Loozense Linie aanleggen door gebruik te maken van meanders van de Vecht.
En bij Ane herinnert een monument aan de slag bij Ane in 1227. Otto II van Lippe bisschop van Utrecht werd samen met zijn leger van zwaar bewapende ridders in de pan gehakt door een leger Drentse boeren en hun vrouwen, gewapend met alles wat als wapen dienst kon doen. De Drenten onder leiding van Rudolf burggraaf van Coevorden hadden bewust het terein opgezocht waar de ridders met paarden en harnassen reddeloos in de moerassen zouden wegzinken.
Rudolf moest zijn overwinning helaas met de dood bekopen. Hij werd terechtgesteld in Nijenstede, de voorloper van Hardenberg…
65 km vandaag maakt 785 km.
De wind maakte vandaag het fietsen best zwaar, maar het bleef gelukkig droog.
