Zo, dat is een trage start vandaag. Zo traag als dikke stroop noemde mijn moeder dat.
Verslapen, soort van. Vervolgens niet vooruit te branden, maar we zijn er weer.
Ik zit op een terrasje aan de Lek. Want bij Wijk bij Duurstede verandert de naam van de Rijn. De Rijn stroomde hier noordwaarts richting Utrecht, maar bij Wijk was een oeverwal die telkens doorbrak, lekte zeg maar 😉.
Overal zie je het water en onze strijd daartegen terug in de landschap en de bebouwing.
Een boerderij in de uiterwaarden, met een hoge plint tegen natte voeten. Een stuwcomplex in het Amsterdam-Rijnkanaal dat altijd openstaat, behalve als hoog water het achterland bedreigt, overal getuigen van voormalige veerponten en natuurlijk nog steeds veerhuizen waar je even kunt aanleggen.
Ik las een keer in een boek van Geert Mak dat dit de economie van de stagnatie heet. Bij tolbruggen en veerponten ontstaat economische bedrijvigheid, gericht op de wachtenden.
Maar ik wacht vrijwillig 😉😉
PS: bij Zoelmond zie je nog vaag de Aalsdijk in de weilanden. Die loopt van hier richting Buren, ooit langs de Soel, het riviertje dat vanaf Zoelen bij Zoelmond in de Lek uitmondde.
Hoeveel sluizen per km2 kun je aanleggen?
Nou, veel!
40 km afgelegd inmiddels en ik zit te lunchen in het raadhuis van Vreeswijk, het dorpje dat samen met Jutphaas opgegaan is in Nieuwegein.
Dit oude dorpje huisvest, naast een fort, maar liefst 4 sluiscomplexen.
Achtereenvolgens de 20e eeuwse Prinses Beatrixsluis, de 19e eeuwse Spuisluis, de 14e eeuwse Oude Sluis en de 19e eeuwse Koninginnensluis. En ja, dat meervoud klopt. De koninginnen Emma en Wilhelmina hebben de sluis geopend.
Zonder water zou Vreeswijk niet bestaan hebben. Het is door de Friezen in de 7e eeuw (!) gesticht op een oeverwal van de Lek in een verder moerassig gebied. Zij zijn ook de naamgevers. Vreeswijk is nl. een verbastering van Friezenwijk.
De Vaartse Rijn, het Merwedekanaal en het Lekkanaal doorsnijden dit gebied om het achterland met de rivier te verbinden.
Maar de Lek is belangrijk én gevaarlijk tegelijk. Vandaar her en der stenen palen op de dijk. Als de klokken hoog water luidden, verzamelde het dijkleger zich bij zulke palen.
En dat onooglijke driehoekige betonblok? Dat is onderdeel van de tankversperringen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In dit stuk Nederland ontkom je daar niet aan.
PS: mijn regenjas is gebruikt.😅 Alleen is het zo warm dat het niet echt helpt 😳😳
Naar Kuilenburg gegaan…
Nou ja, gelukkig niet echt. Ik fietste wel naar Culemborg, maar niet omdat ik naar Kuilenburg moest ofwel failliet ben😳😅
Culemborg was ooit een vrijstad waarin je gevrijwaard was van je schuldeisers, maar het spreekwoord betekent nog steeds dat je failliet bent😇
Vanuit Nieuwegein was ik via de brug bij Vianen overgestoken naar Vianen.
Wat is dat toch altijd weer een mooi stadje. Het 15e eeuwse stadhuis imponeert nog steeds, ook na 6 eeuwen!
Het bronzen beeld van een paard is een hommage aan de jaarlijkse paardenmarkt, die al wordt gehouden sinds 1271…
Helaas is er een omleiding omdat de dijk is afgesloten. Nou, vooruit.
Bij de stuw bij Hagestein kom ik weer op de dijk. Hier kan ik de stuw van heel dicht bij te bekijken. Het is exact hetzelfde complex als bij Driel en bij Amerongen, die ik vorige week passeerde.
Bij fort Everdingen even stoppen. Wat een indrukwekkend geheel! Het fort is ook de start van de Diefdijk met een reconstructie van een batterijopstelling voor geschut. Er staat ook een boerderij die Vredenhof heet. Je kan blíjven hopen…
In een weiland staat zelfs nog een vangmuur voor de kogels van de legerschietbaan die hier ooit is geweest.
De oorlog is gewoon nooit echt ver weg in dit gebied. Door de tunnel in de spoordijk rij ik Culemborg in. De tunnel heet… Kanonnenpoort.
Tuurlijk!🙄
60 km op de teller. 826 km totaal.
