Na een dagje thuis rondkrummelen, vandaag weer op mijn stalen ros gestegen.
Nu noordwaarts richting de Lek. Met de pont over met een veerbaas met het humeur van een cactus.
De Amsterdam-Rijnkanaal is de volgende watergang en dan kom ik in voormalig Romeins grensgebied.
De Kromme Rijn slingert onzichtbaar door het landschap. Fort Vechten staat op de plek van het Romeinse fort Fectio.
Een altaarsteen uit de Romeinse tijd herinnert aan schippers uit Tongeren.
Dan de Lunetten. Alweer verdedigingswerken. Uit modernere tijden. Nu ondergesneeuwd door een grote verkeersweg, ooit vitaal in de verdediging van Utrecht.
Dan Nijntje! We zijn in Utrecht….😊
Op een terrasje maar eens aan een pizza. Het vakantiegevoel wordt verhoogd doordat men in dit restaurant geen Nederlands spreekt 😁😁😁
PS: Lunetten heten naar de maan, Lune in het Frans. Van bovenaf gezien kun je er een maansikkel in zien.
PS2: komt er ook eens een grappige-straatnamenverkiezing? 😅
Wat een heerlijke fietsdag.
Langs de Dom naar het Rietveld-Schröderhuis. Dan naar de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen.
Overal aandenkens aan het verleden van dit gebied als verdedigingswerk van Utrecht.
Langs de Kromme Rijn op naar Bunnik en Odijk.
Bij Odijk even een kleine stop, waar de Langbroekerwetering in de Kromme Rijn uitmondt. Deze 12e eeuwse wetering is 15 km lang en ik fiets m helemaal langs.
Het is een prachtig gebied, mede door de vele ridderhofsteden en kastelen. Van sommigen is er alleen nog een poortgebouw, eentje is vervangen door een 19e eeuwse suikertaart. Er staan duiventillen, stoere donjons, prachtige boerderijen, waaronder één met de naam Lindeboom. Op het erf een kastanje, een berk en een sprietig eikje, géén linde😉
Het kerkje van Overlangbroek blijft mooi, met de karakteristieke torenspits.
Rechtsaf langs de Amerongerwetering op Wijk bij Duurstede aan. Na een korte pauze steek ik nogmaals de Lek over, naar Rijswijk. Langs de beroemde molen uiteraard en de Viking.
Ik doorkruis daarna de Betuwe om weer thuis te komen.
88 km op de teller. Brengt het totaal op 418.
