Ik ben bijna bij mijn auto en loop de Waaldijk weer op. De Independent en de Niklas varen voorbij, richting Duitsland.
Ik moet een beetje lachen omdat de schippers onbedoeld iets lijken te zeggen over de Corona crisis. We dachten allemaal independent, onafhankelijk te zijn, maar kijk ons nu.
De Niklas draagt de naam van de heilige Nicolaas, de beschermheilige van de varensgezellen. En daar hebben we behoefte aan, iemand die ons beschermt.
Ik ben in Rossum en loop vanuit daar een stuk van het Zandslagenpad en de Alemsche route, het hele schiereiland rond.
Het is bijna saai, maar het is weer kraakhelder en droog. Het waait nog steeds hard maar het is ietsje warmer dan gisteren.
Langs de Maasdijk met overtuinen loop ik richting Alem, langs een rotonde met een kunstwerk dat wel een stel dinosauruseieren lijkt. Even later een droevige piëta als herinnering aan een executie in de oorlog.
Alem is een stukje Brabant in Gelderland. Het lag aan de zuidoever tot in 1935 de Maas werd gekanaliseerd. Nu ligt het in Gelderland op de noordoever in een soort omarming van de oude loop van de Maas. Kijk maar eens op een kaart. En daarom staat het veerhuis ook aan de ‘verkeerde’ kant.
Langs de Maasheggen loop ik Alem weer in waar een kerk is ingericht als dakpanmuseum.
Ik loop terug naar Rossum over een smalle kade. Via de dijk even een ommetje naar het slot. Hier woonde ooit de machtige Maarten van Rossum, legeraanvoerder van de hertog van Gelre. Nu staat er in het bos een 19e eeuws wit suikertaartje, waar ik de woeste Maarten niet kan plaatsen.
Vlakbij mijn auto staat de Social Sofa, een prachtig kunstwerk met een nu zeer wrange naam.
