‘Als je je ogen dicht hebt, zie je niks.’

Mijn vader lag dit in de mond bestorven. Denk hierbij een Spakenburgs dialect, alpinopet, pretoogjes en een grijns en we zijn er.

Vandaag heb ik mijn ogen uitgekeken. Weer was ik in het land van Maas en Waal. Weer plat en uitgestrekt.

Ik liep het Lauwsepad, vanuit Beneden Leeuwen. (Lauwe is Leeuwen in dialect.)

Wat zie je dan zoal:

Een kapelletje voor de Stoottroepers dat aandoenlijk aandoet, een boze of bange krijsende reiger, buitelende kieviten, een gruttopaartje, een jagende valk die vlak voor mij spreeuwen achterna zat, zeker 10 hazen die als een kip zonder kop het hazenpad kozen, een meerkoet die uiterst onelegant opvloog, spletsend over het water, eenden die luidruchtig opvlogen, een reiger die zwenkend ternauwernood een vrachtwagen ontweek, een sperwer op een paal, een roofvogel die biddend in de lucht hing, parmantige scholeksters, een aantal enge bruggetjes😱, een woest blaffende hofhond die langs het hek bleef mee rennen, intens geel koolzaad dat bijna pijn deed aan mijn ogen, een ongelooflijk blauwe hemelkoepel die oneindig over de aarde leek te staan, de stoere contouren van de betonnen tuibrug over de Waal, schepen die langs varen op weg naar…?

En als klap op de vuurpijl een gehandicapt hondje met een constructie met wieltjes onder zijn achterlijf.

En mijn vader? Die had gelijk.


Plaats een reactie