Oké, het begin van deze NS-wandeling is niet geweldig. Station Dordrecht Stadspolders is een nuttige maar ongeïnspireerde voorziening. Een groot plein met moderne gebouwen, een drukke weg met fietsers en auto’s, een friettent; er zijn betere startpunten te vinden…

Grand Café Boekmans daarentegen, vlak naast het station, maakt veel goed. Voor je gevoel stap je een eeuw terug in de tijd. De binnenkant van dit moderne gebouw is voorzien van houten betimmering, er hangen roodfluwelen gordijnen en er liggen boeken, stapels boeken… Vandaar de naam.

Wantij
Ik ben vandaag in Dordrecht, een stad omringd door water. Vanaf het station loop ik binnen 10 minuten aan het Wantij, een water dat het eiland van Dordrecht in tweeën deelt.
Het Wantij – de naam zegt het al – stond onder invloed van de getijden van de Noordzee. Bij Dordrecht komen de rivieren Maas en Waal samen en de stroom van deze rivieren botste op het inkomende tij vanaf zee. Dat zorgde voor wantij, verkeerd getij.

Groote of Hollandsche Waard
Dordrecht heeft in het verleden vaker last gehad van inkomend tij. In de 13e eeuw lag Dordrecht in de Groote of Hollandsche Waard, een gebied van ca. 30.000 ha. Rond 1280 was het gebied volledig bedijkt. Het noorden bestond voornamelijk uit klei, het zuiden uit veen.
Er was al een soort waterschap om te zorgen voor onderhoud van de dijken.

Helaas was tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten dijkonderhoud niet een prioriteit. Ook stonden de zuidelijke dijken op een venige ondergrond, die inklonk, waardoor de dijken instabieler werden. De zoutwinning onder aan de dijken, het zgn. moeren, ondermijnde daarbij letterlijk de dijken.
Dat moest een keer mis gaan…

Sint Elisabethvloeden
En het ging mis, en goed ook…
In 1404, 1421 en 1424 vonden er grote overstromingen plaats. Rond de naamdag van de heilige Elisabeth, 19 november, werd de Groote Waard in zo’n 20 jaar drie keer zwaar getroffen door een watersnoodramp.
De Sint Elisabethvloed van 1421 was de grootste van deze drie, maar de derde in 1424 zorgde er voor dat de bevolking de moed opgaf. Het bedijkingswerk werd stilgelegd, dorpen die waren vernietigd werden niet herbouwd. Het stadje Sliedrecht dat aan de zuidzijde van de Merwede lag, werd vernietigd en herbouwd aan de noordzijde.
Dordrecht kwam op een eiland te liggen en verloor het stapelrecht, dat bepaalde dat handelswaar eerst moest worden uitgeladen eer men het mocht doorvoeren. Schepen konden nu Dordrecht letterlijk ‘omzeilen’.

De Biesbosch ontstond in de loop der jaren op de plek van de Groote of Hollandsche Waard. Het tij vanaf zee had er vrij spel tot in de 20ste eeuw.

Eiland
Dat Dordrecht op een eiland ligt, maakt de wandeling van vandaag zo mooi. Vrijwel de hele wandeling loopt langs water, het Wantij, maar ook de Merwede, de oude Maas en diverse stadsgrachten.
Vanaf het Groothoofd heb ik een prachtig zicht op de Oude Maas, de Noord en de Beneden-Merwede die hier samenkomen. Waterbussen en grote rivierschepen varen voorbij naar hun bestemmingen. De wind trekt behoorlijk aan en het water vertoont schuimkoppen.

Grote Kerk
De Grote Kerk is het doel van mijn wandeling. Ooit bood deze kerk onderdak aan het Elisabeth-altaar, opgericht door gevluchte inwoners van één van de verdronken dorpen. Het altaar is eind 15e eeuw gewijd en in de Grote Kerk geplaatst en bleef daar tot 1572.
Tijdens omzwervingen binnen Dordrecht verloor het altaarstuk het middendeel en uiteindelijk werden de luiken, met daarop een verbeelding van de Sint Elisabethvloed, aangekocht door het Rijksmuseum.

Vandaag worden replica’s van de luiken officieel overgedragen aan de kerk. Er zijn lezingen die worden omlijst door orgelspel van Cor Ardesch, de stadsorganist, die meesterlijk improviseert op een kerklied over een stormvloed.

Als ik de kerk weer uitloop komt er een hele zware onweersbui aan, die voorafgegaan wordt door zware windstoten die me bijna doen stilstaan. De wind fluit door de touwen van de schepen, die in het Maartensgat voor de kerk liggen.

Eenden
Het water van Dordrecht heeft ook aantrekkingskracht op vogels. Ik zie een kleumende reiger -veren wijd uit- op een dukdalf, een aalscholver vliegt op, meerkoeten lopen heen en weer, meeuwen en zwanen dobberen op een vijver en twee woerden jagen op dezelfde vrouwtjeseend, die zich lastig laat paaien.
Als ik later door de Lastig Eendstraat loop, schiet ik in de lach. Echter, het heeft niets te maken met eenden, maar met een oude zegswijze, die zoveel betekent als ‘op het eind wordt het lastig’ ofwel ‘de laatste loodjes wegen het zwaarst’.

Beatrix
Het bekendste verhaal over de Sint Elisabethvloed is dat van Beatrix, de vondeling die in een wiegje in de buurt van het huidige Kinderdijk zou zijn aangespoeld, haar wiegje in balans gehouden door een springende kat.
Beatrix werd opgevoed op kosten van de stad Dordrecht en zou voormoeder worden van een aantal invloedrijke Dordtse families.
Beatrix in haar wiegje wordt al in 1490 op de luiken van het Elisabethaltaar afgebeeld en in de 20ste eeuw in een groot glas-in-loodraam in de kerk vereeuwigd.

Het verhaal van de wieg is waarschijnlijk inderdaad een verhaal, maar Beatrix heeft wel degelijk geleefd. En hoe anders zou haar leven verlopen zijn, zonder de vloed van 1421…




Plaats een reactie