Even pauze! De lekkere boterham in de Mauritshoeve laat zich smaken. Natuurlijk zit ik weer te lezen in de biografie van Maurits van Nassau, en deze omgeving is wel heel passend.

Ik ben onderweg van Amersfoort naar Hollandsche Rading. Ik heb nog even overwogen Amersfoort in te gaan, immers de geboortestad van Oldenbarnevelt, Maurits mede- en tegenstrever in de 80 jarige oorlog, maar ik laat dat voor een andere keer.

Republiek
Meteen bij het station stuit ik op de vreemde duale structuur die de Nederlanden sinds de 80 jarige oorlog kenmerkt. Ik loop door en langs straten vernoemd naar Oranjes én naar politieke kopstukken door de eeuwen heen. Wilhelmina, Kuyper, Maurits, Oldenbarnevelt, De Witt.

Nederland is een republiek waarin sinds de 16e eeuw niet het staatshoofd de dienst uitmaakt, maar de Staten-Generaal. Terwijl de Staten-Generaal niet konden zonder een hooggeboren edelman die de verdediging van het grondgebied van de Republiek op zich wilde nemen. Maurits nam die taak op zich en na hem zijn broer, waarna erfopvolging de toon ging zetten. Op een vreemde manier tot elkaar veroordeeld, lijkt het.

Veldleger
In de biografie van Maurits lees ik over zijn veldheerschap en over hoe een leger werkte in die tijd. Een staand leger bestond niet en soldaten waren altijd huurlingen. De officieren waren vrijwel zonder uitzondering edelen, die niet noodzakelijkerwijs geschikt hoefden te zijn voor hun taak. Alleen wanneer tijdens de strijd een officier omkwam kon een lagere niet-edele opklimmen in de rangen wegens verdienste.

Een leger was ook niet het hele jaar door te velde. Vechten vond plaats in het seizoen, zo van maart tot in oktober. Buiten het seizoen werd het veldleger ontbonden en gingen de soldaten terug naar de garnizoenssteden of vertrokken uit de dienst.

Legertros
Een leger bestond ook niet alleen uit soldaten. De legertros had een hele staart bestaande uit de gezinnen van de soldaten, maar ook zoetelaars en marketentsters behoorden daartoe. Soldaten konden vanaf hun werk niet voor hun gezinnen zorgen, geld overmaken was er niet bij en zoveel verdienden ze ook weer niet. Dus hun gezinnen gingen mee. Eten en drinken waren ook nodig, en daar waren zoetelaars en marketentsters voor.

Huurling
Huurling heeft voor ons nu een nare bijklank, maar destijds was er niets oneerbaars aan. Soldaat was een beroep en je werd betaald om je beste krachten in te zetten voor je heer en meester. Alleen.., je heer en meester moest je natuurlijk wel betalen en daar ging nog wel eens wat scheef.
Sommige legeronderdelen en garnizoenen kregen niets of weinig betaald en waren dan genoodzaakt in hun levensonderhoud te voorzien door te plunderen en te brandschatten. Plundering was in enkele gevallen zelfs de enige betaling van de soldaten en tegelijk de straf voor de bevolking.

Plundering
Voor de bevolking maakte het natuurlijk niet uit door wie ze geplunderd werden. Vooral de boeren hadden hieronder te lijden, omdat zij nu eenmaal niet beschermd werden door stadsmuren en –poorten én levende have en voedsel in voorraad hadden. Boerenverdriet werd dit genoemd.

Desertie
De soldaten vochten aan de kant die hun betaalde, ook al zou dat –in onze ogen- voor de vijand zijn. Duitse Lutheranen vochten mee aan Spaanse zijde tegen het Staatse leger. Katholieke Walen vochten mee aan Staatse zijde tegen het Spaanse leger. Probleem was wel dat desertie altijd op de loer lag. Daarom hadden bevelhebbers liever soldaten die ver van hun geboortegrond de strijd aangingen. Een Waal in Groningen kon moeilijk naar huis, een Oostfries veel makkelijker.

Oorlog
Zo maar onderweg loop ik langs een onopvallend kruis. Een gedenkteken voor 10 mannen die daar, op die plek, in de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd zijn. En weer een relatie met de Oranjes. Op de voet van het kruis staat: standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed. Het is een regel uit het 13e couplet van het Wilhelmus. Het waren geen soldaten die hier stierven, maar ze stierven wel in een oorlog.

Rood-wit
En dan nog zoiets: dat ik hier deze wandeling loop aan de hand van rood-witte stickers? Dat is terug te voeren op de Eerste Wereldoorlog. Iedereen die er iets over heeft gelezen en gezien, weet dat deze oorlog verschrikkelijk was. Het terrein was op vele plekken onbegaanbaar en onherkenbaar. Om de troepen naar en vanaf het front toch de weg te wijzen, voerde de Franse legerleiding een systeem in van rood-witte herkenningstekens.
Je moest ze rechts van je houden als je op weg was naar het front, en links als je het geluk had op de terugweg te zijn…


Plaats een reactie